21 februari 1892

Vincent van Gogh

Bij de firma Frans Buffa zijn momenteel enige schilderijen te zien van Vincent van Gogh en in afwachting van een overzichtstentoonstelling van het volledige werk van die vreemde zoeker en oer-artiest, wil ik nu alvast iets korts over deze geëxposeerde schilderijen schrijven/opmerken.

Er zijn twee gevaarlijke klippen waarop een juist oordeel over Vincent van Goghs kunst kan stranden. Die gevaarlijke klippen zijn niet omzeild door de vele schrijvers die hun waardering van zijn kunst te veel in verband hebben gebracht met den persoon Van Gogh, zijn fanatieken geest en zijn konsekwent optreden.

Hierdoor is Van Goghs kunst voor hen de illustratie geworden van zijn droevig levensdrama, een drama dat velen van hen sympathiek voorkomt door de onbedorvenheid en reuzengroote toewijding van den held; al is hem door velen ook een zielsziekte toebedacht, een diagnose die ook voor leken begrijpelijk is.

Bij velen is alzoo de appreciatie voor Van Goghs werk niet te vertrouwen, aangezien die bewondering niet van zuiver kritisch-artistieke aard is. Ook vele anderen komen niet onbevangen voor dit werk te staan, omdat zij alles wat er hun vreemd in treft, verklaren als de uiting van een zielszieke artiest.

Laat een ieder die Van Goghs kunst wil leren kennen eens naar deze thans geëxposeerde schilderijen gaan kijken, en dan even alle verhalen vergeten die er over den artiest de ronde doen, laat hij stil gaan kijken, met den sterken wil om juist, zuiver fel-juist de aandoeningen te analyseren die door deze kunst zijn verwekt. Dan zal men merken dat de rauwheid van schilderijen die aanvankelijk ontstelt, niet anders is dan de sterke wil tot kantige felle expressie; dat al de barschheid van kleur en stroef energieke factuur het gevolg is van het feit dat Van Gogh zoo oneindig meer wilde dan hij vermogt te geven, en niet de conventioneele kennis en de gewetenloosheid had om daarna het hoogst-gewilde maar gedeeltelijk verkregene, tot een uitgestiekte liefheid te verzachten.

Maar laat een ieder vooral opmerken dat dit werk gemaakt is met liefde, geen teedere liefde gedrenkt in zachte weelde-lust voor verfijnde stil-lief zachte aandoeningen, maar een liefde voortgekomen uit een primitieve menschennatuur zonder wekelijke of erudiete verfijning.

En zoals een kind verrukt wordt door felle kleur, en de kern-expressie begeerd om zijn volle kinderfantazie te raken, zoo heeft deze kind-artiest zijn kort leven doorleefd met de zelfde verrukking om de essentie van kleur en expressie te geven. Zo staat de uiting van Van Gogh tot die van de meeste grote artiesten, als het onbevangen oordeel van een intelligent energiek kind tot het gewikt en gewogen oordeel van een wereldsch, zelfbewust en zich nooit versprekend diplomaat.

Ja, vergelijk Van Gogh met een kind; hij was zijn emotie niet den baas, hij kon met haar niet omspringen, om er in schijn meer van te maken dan zij in werkelijkheid was, hij uitte haar spontaan zonder haar te kunnen exploiteeren, hij was soms bar leelijk, maar in zijn beste uitingen heeft hij mooie kunst gegeven.

En ’t is misschien ook omdat ik meer van kinderen houd dan van menschen, dat de uiting van Van Gogh bij mij iets heeft geraakt dat het werk van de grootste artiesten van vandaag mij, ondanks mijn vollere en hoogere bewondering, nog niet heeft kunnen geven. •