Vindicat

In De Groene Amsterdammer van 9 september 1998 hebt u enkele onwaarheden over het gedrag van het Groninger Studenten Corps en van mij in het bijzonder tijdens de jaren 1940/45 gepubliceerd, die ik niet onweersproken kan laten.

In het kort het volgende: Het Groninger Studenten Corps zou volgens uw tekst zijn opgevallen door verregaande loyaliteit aan de bezetter. De senaat (bestuurder) van dat Corps heeft echter op 15 februari 1941 tezamen met de besturen van zeven andere studentenverenigingen een brief gericht tot de Duitse gevolmachtigde voor de Provincie Groningen naar aanleiding van de invoering van een ‘numerus clausus’ (beperking van het aantal) voor joodse studenten. Deze brief - aan de gemachtigde persoonlijk afgegeven - hield onder meer in dat de verenigingen 'hierin een directe aantasting van de Nederlandse traditie (van) vrijheid van studie zonder onderscheid van ras of geloof (zien). Daarenboven menen wij, dat deze maatregelen in strijd zijn met het Volkenrecht. (…) Daarom komen wij met kracht op tegen deze bovengenoemde onrechtmatigheid.’ De besturen verzochten hun leden dringend na dit duidelijke protest verdere demonstraties achterwege te laten. Verder meent men een tegenstelling te zien tussen het gedrag van de vereniging Vera, die zich ophief toen per 1 november 1941 voor 'niet-commerciële verenigingen’ het lidmaatschap voor joden werd verboden en het Corps, dat - formeel - bleef bestaan. Dat laatste is juist. Het Corps meende dat er om juridische redenen vooral ter bescherming van de eigendommen - onder meer het waardevolle gebouw aan de Grote Markt - geen andere oplossing mogelijk was. De bewering in uw artikel, 'dat de leden van Vindicat vrolijk doorgingen met de activiteiten’, berust echter op niets. Het besluit de activiteiten te staken was eenstemmig genomen in het overleg tussen de vier grote verenigingen, waaronder dus ook Vera, waarvan toen mijn persoonlijke vriend Jan Meijnen voorzitter was. De leden van het Corps hadden voor meer dan negentig procent op verzoek van hun Senaat bedankt als lid. Op verzoek van de Senaat bleef een tiental aan om het formele voortbestaan mogelijk te maken en een tegenwicht te vormen tegen de vier of vijf NSB'ers in het Corps. De sociëteit werd echter op 31 oktober 1941 om 23.00 uur krachtens eigen besluit definitief gesloten. Een voor ieder die daarbij aanwezig was onvergetelijke gebeurtenis. Het gebouw werd zo spoedig mogelijk aan een voedselvoorzieningsinstantie verhuurd, die erin bleef tot het in april 1945 bij de gevechten om Groningen verbrandde. Over mijn verzetsverleden heb ik bij mijn weten nooit dik gedaan. Het is echter een feit dat ik in maart/april 1942 heb deelgenomen aan de oprichting van de landelijke, illegale studentencontactgroep en van januari 1943 tot de bevrijding opnieuw lid was van deze landelijke groep, doordat ik daarin Groningen vertegenwoordigde.