Vinnig determinisme

ENNE KOENS
TOT ALLES GEZEGD IS
Podium, 176 blz., € 16,-

Het is alsof iemand Go! roept en meteen gaat Tot alles gezegd is in volle vaart van start. Op pagina 1 van de debuutroman van Enne Koens (1974) ontvoert een vader zijn dochter uit haar kinderdagverblijf, nadat de rechter besloten heeft hem geen omgangsregeling toe te kennen. Hij is wanhopig. Wat hij wil weet hij niet precies, alleen hoe hij het moet doen; zijn dochter uit het kinderdagverblijf meenemen en ver, ver weg gaan. Terwijl de route du soleil Michel honderden kilometers van Nederland verwijdert, wordt het andere verhaal verteld, dat van de moeder, Liesbeth. In de blinde paniek die haar grijpt na het verdwijnen van haar kind maakt ze de balans op van haar mislukte huwelijk en formuleert ze de aanklacht tegen haar ex.

In de herinneringen klinkt een vinnig determinisme, alsof dit ongeluk de enig mogelijke uitkomst was. ‘Ik stond op scherp en ik stond voor. Sinds de dag dat je vertrok, waren Josja en ik onafscheidelijk. Ik was de laatste die ze zag voordat ze ging slapen, de eerste die ze zag wanneer ze wakker werd, elke dag. Ik kookte voor haar. Ik kende haar stoelgang beter dan mijn eigen. We sliepen in één bed, hand in hand en huid op huid. Jij hebt jezelf in de eerste weken na je vertrek al op een zijspoor gezet en dat kun je mij niet verwijten.’

Zo klinkt de hele roman. Koens schrijft in korte zinnen, korte alinea’s, geen metaforen, veel wit op de bladspiegel. Het werkt; het haalt elk gevoel van affectie weg en maakt daarmee het personage eenzamer, hopelozer, verder verwijderd van zijn omgeving. Michel is alleen met het kind en heeft niemand om mee te praten behalve zijn geweten. Liesbeth daarentegen is omringd door bezorgde familie en vrienden, maar niemand kan tot haar doordringen.

Misschien nog meer dan dat geeft de toon het boek een gepaste felheid. Beide ik-personen richten zich vooral tegen elkaar en verdedigen hun recht bij hun kind te mogen zijn. Liesbeth is doorwrongen van woede; Michel is verontschuldigend en onzeker. Koens gaat opmerkelijk humaan met het, toch heftige, onderwerp om en geeft beide ouders evenveel ruimte. Sowieso komt het boek evenwichtig over. Koens schrijft knap vormvast en blijft on topic. Dat laatste is belangrijk; ze wijdt niet uit, waardoor de tunnelvisie van haar hoofdpersonen blijft staan.

Niet een boek om te lezen als u (vader/moeder) in scheiding ligt.