De Da vinci code

Virtueel cultuurtoerisme

De thriller ‹De Da Vinci Code› staat al maanden boven aan de internationale bestsellerslijsten. Waarom? Omdat de machtsstrijd om het erfgoed van Jezus Christus wordt gebracht als Harry Potter voor volwassenen met een prikkelende feministische boodschap.

Staand in een bushokje, hangend in een overvolle trein, zittend op een terrasje – overal zie je mensen gebiologeerd bladzijden omslaan van een vuistdik boek met op het omslag, in craquelé okergeel, een paar ogen die overduidelijk toebehoren aan Mona Lisa. Het geheim achter haar intrigerende gelaat wordt onthuld in een fictieroman die een zomerhit werd: De Da Vinci Code van de Amerikaanse schrijver Dan Brown. Sinds januari dit jaar zijn er in Nederland, een van de veertig landen waar het boek is verschenen, ruim tweehonderdduizend exemplaren van verkocht. De zestiende druk komt eraan en half november verschijnt een speciale editie met illustraties van beroemde kunstwerken, gebouwen en kerken waarnaar wordt verwezen. Alleen al in de Verenigde Staten, waar het boek in maart 2003 verscheen, gaat het verkoopcijfer in de richting van de acht miljoen. Het wordt volgend jaar bovendien verfilmd door Ron Howard, bekend van A Beautiful Mind.

Op internet wordt intussen hevig gefilosofeerd en gediscussieerd over de grenzen tussen feiten en fictie in dit «fiction docudrama». En er is grote opschudding ontstaan. In reactie op de voor de katholieke kerk ontluisterende hypothese is een dozijn pamfletten en boeken met titels als The Truth Behind the Da Vinci Code en Cracking the Da Vinci Code gepubliceerd, veelal afkomstig van christelijke uitgeverijen, die compromitterende feiten moeten weerleggen. De organisatie Opus Dei – die in het boek bar en boos wordt afgeschilderd – heeft via een pagina’s lange verhandeling op haar home page laten weten dat niemand deze «bizarre beweringen en beledigende zwartmakerij» moet geloven. In Amerika hebben kardinalen woedend gereageerd, «want mensen denken misschien dat Jezus niet Gods zoon is». In Nederland is van commotie geen sprake. Maar in Engeland is het boek wel object van de nodige discussie, zoals onder meer blijkt uit een artikel van afgelopen week in The Guardian. Daarin staat dat het Da Vinci-bashing, het schamper neerhalen van het boek als «zwak en pseudo-diepzinnig», in academische kring is begonnen, waarop de Britse krant puntig stelt dat het hier om puur snobisme gaat, vergelijkbaar met «de hoge klasse die smaalt over de arbeider die probeert met mes en vork te eten». In het rooms-katholieke Italië woedt een hevige theologische strijd tussen voor- en tegenstanders van «DVC» en hebben katholieken geprotesteerd bij boekhandels. In New York en Montreal gingen katholieken en andere demonstranten tegen deze hate crime boos de straat op.

En dan zijn er die mensen die hun neus bij voorbaat ophalen voor een thriller of na lezing beweren dat de plot voorspelbaar is, de schrijfstijl houterig en niet-literair en de karakters van bordkarton zijn. Inderdaad overstijgt de ontwikkeling van de personages soms het cliché van een gemiddelde bouquet reeksroman niet. Een beschrijving van de hoofdpersoon illustreert dat: «Zijn gewoonlijk doordringende blauwe ogen stonden vannacht wazig en afgetobd. Zijn krachtige kaaklijn en zijn kin met kuiltje gingen schuil onder een donkere stoppelbaard. Bij zijn slapen rukte het grijs op, en het drong steeds dieper door in zijn bos stug, zwart haar. Hoewel zijn vrouwelijke collega’s beweerden dat het grijs zijn intellectuele aantrekkingskracht alleen maar verhoogde, wist Langdon wel beter.»

Voor de psychologie hoef je dit boek niet te lezen. Grote literaire pretenties heeft Dan Brown, een voormalige docent Engelse letteren, evenmin. De kracht schuilt in iets anders: de spectaculaire clou die zich los geschreven en ingenieus gecomponeerd openbaart.

Het begint met een rauwe moord op de conservator van het Louvre, gepleegd door de reusachtige albino Silas, die werkt in opdracht van de orthodox katholieke organisatie Opus Dei. Het lijk ligt naakt met de armen en benen wijd gespreid in een getekende cirkel op de parketvloer van het museum, te midden van de in bloed geschreven naam van de Amerikaanse hoogleraar religieuze symboliek aan de universiteit van Harvard Robert Langdon. De beminnelijke Amerikaan wordt meteen verdacht. Samen met de kleindochter van de conservator, Sophie Neveu, ontpopt hij zich tegen wil en dank tot detective, want hij herkent onmiddellijk de aanwijzingen die de conservator tijdens zijn laatste ogenblikken heeft willen achterlaten: zijn houding is een levensgrote replica van Leonardo da Vinci’s beroemde tekening van De mens van Vitruvius. De anatomisch perfecte man omsloten door een volmaakte cirkel staat voor de harmonie tussen het mannelijke en het vrouwelijke.

Dit is de opmaat van een speurtocht in razend tempo langs een landhuis vlak buiten Parijs, een Zwitserse bankkluis, een vlucht naar Engeland waar de tocht verder gaat langs kerken en eindigt in een kleine vrijmetselaars kapel in de Schotse Hooglanden. Met op hun hielen de Franse politie en de bloeddorstige Silas weten ze telkens op het cruciale moment codes te kraken waarin het antwoord van een eeuwenoud topgeheim besloten ligt.

Hier raakt fictie deels aan feiten: de machtsstrijd om het erfgoed van Jezus Christus tussen de katholieke kerk en het geheime genootschap de Priorij van Sion. Deze werkelijk bestaande organisatie werd opgericht in 1099 en hield zich bezig met het bewaken van een andere versie van de oorsprong van het christendom. Jezus Christus was getrouwd met Maria Magdalena, die van hem een kind droeg dat na zijn dood werd geboren. Zij was eigenlijk zijn uitverkoren apostel om de boodschap verder te brengen. Maar dit feminiene element in het christelijke geloof en binnen de door mannen beheerste kerkelijke machtsstructuur werd weggemoffeld in de overlevering van de vier evangelisten en de kerkvaders. Bovendien zou de Romeinse keizer Constantijn uit politieke overwegingen de leer over de godheid van Jezus hebben verzonnen en als staatsgodsdienst hebben aangenomen.

Van de Priorij zijn altijd vooraanstaande figuren lid geweest, zoals Isaac Newton, Botticelli, Victor Hugo, Leonardo da Vinci en Jean Cocteau. Sommigen beweren dat de Franse president François Mitterrand ook lid zou zijn geweest. Uiteraard vonden deze schat bewaarders van de vrouwvriendelijke versie een levensgrote vijand in het Vaticaan en in het bijzonder Opus Dei.

Deze organisatie – «Werk van God» – met over de hele wereld miljoenen volgelingen, werd opgericht in 1928 door de Spaanse priester Escrivá, die pleitte voor de terugkeer naar de conservatieve katholieke waarden. In De Da Vin ci Code wordt gerefereerd aan de schandalen waarmee Opus Dei altijd al omgeven is geweest en die het onlangs in Amerika weer in het nieuws brachten. Die schandalen betreffen niet alleen kerkelijke machtsuitoefening maar ook vleselijke uitwassen.

Ziehier de ingrediënten voor een klassieke whodunit. Want hoewel de moordenaar meteen bekend is, is nog niet duidelijk wie het brein is achter de opdracht. De lezer wordt getrakteerd op uitgebreide cultuurhistorische en theologische verhandelingen. Deze zijn niet zwaar academisch, maar worden licht verteerbaar gepresenteerd als dialoog tussen de personages Longdon en Sophie. Longdon legt Sophie van alles uit: de symboliek in de schilderkunst van Da Vinci, de betekenis van het getal Pi of de roos en hoe vrijmetselaars en Tempeliers een machtsstrijd voeren met het Vaticaan. Maar hij is toch niet de alleswetende man die zijn kennis toont aan een aantrekkelijke jonge vrouw. Zij is een slimme cryptologe met wiskundige logica.

Door de intellectuele raadsels is het boek niet gewoon een zoveelste Mankell, Ludlum of Grisham, maar krijgt de lezer en passant colleges kunstgeschiedenis en theologie. De achterliggende boodschap is bovendien van een modern feministische strekking: eigenlijk was er voor de vrouw een belangrijke rol weg gelegd, maar door een wereldomvattend complot is zij uit de christelijke traditie verdwenen. In de visie van het Vaticaan gold de verzorgende moeder Maria als lichtend voorbeeld voor iedere vrouw. In de hemel huisden geen verleidelijke, deugdzame godinnen, maar één mannelijke God. Zo zijn de sekseverhoudingen tot op heden.

Toeval of niet, deze zomer liet kardinaal Rat zinger namens de paus een brief uitgaan over de gevaren van het feminisme, met als strek king dat de strijd voor gelijkheid van de seksen het traditionele gezin ernstig ondermijnt.

De Da Vinci Code leest als een film. Het is een klassieke pageturner met steevast een gouden cliffhanger aan het eind. Toch verdient het nadere uitleg waarom dit boek mondiaal zo massaal aanslaat. Volgens directeur-uitgever Hanca Leppink van uitgeverij Luitingh-Sijthoff, dat gespecialiseerd is in de betere detective, is dit «het juiste boek op het juiste moment». Maar wat is dan «het juiste»?

Hanca Leppink: «Wat ik vaak heb gehoord van lezers is dat ze het boek ervaren als een beleving: je wordt ondergedompeld en beneveld. Alles zou bovendien echt waar kunnen zijn, want Brown deed, samen met zijn vrouw, uitgebreid onderzoek naar de locaties en de feiten. Volgens trendwatchers wordt deze tijd gekenmerkt door een drang naar beleving. Dit boek is net als massa events, zoals grote tentoonstellingen, waar iedereen tegelijk hetzelfde wil zien. Voor boeken geldt dit ook: iedereen heeft het druk en vindt het prettig om een goed boek met elkaar te kunnen delen. In de afgelopen jaren zag je in het boekenvak het volgende gebeuren: er is meer aanbod en er zijn boeken die boven alles uitstijgen en enorme kaskrakers worden. Ze worden opgepikt, soms bewust gehypet door een mediacircus, en gaan dan een eigen leven leiden. Ook zie je dat een film invloed heeft, zoals Silence of the Lambs van Thomas Harris. Dat boek liep eerst redelijk, maar na de film was het niet meer te houden. De Da Vinci Code heeft het overigens vooral moeten hebben van mond-tot-mond reclame. Het is een goed conversatieonderwerp. Het is, typisch van deze tijd, een eigen leven gaan leiden op internet.»

In de vele jaren dat Leppink in het uitgeversvak zit, heeft ze nog nooit meegemaakt dat een boek zo hard liep: «Een goede Ludlum haalt verspreid over enkele jaren maximaal de tweehonderdduizend.» De Da Vinci Code is volgens haar vergelijkbaar met twee boeken van hetzelfde genre – de historische literaire thriller – die indertijd als een bom insloegen: De naam van de roos van Umberto Eco, begin jaren tachtig, en De verborgen geschiedenis van Donna Tartt, aan de vooravond van de hedonistische jaren negentig. Leppink: «De Da Vinci Code heeft dezelfde ingrediënten: moord en doodslag, een broeierige sfeer in een cultuurhistorische context. Vooral Tartt heeft voor een ommekeer gezorgd. Een literaire roman mocht ook spannend zijn. Van De naam van de roos zijn geloof ik in de afgelopen jaren ongeveer vijfhonderdduizend exemplaren verkocht. De verkoop van De Da Vinci Code verloopt vele malen sneller.»

Leppink zegt dat de combinatie van cijferreeksen, symbolen, mysteries en wereldomvattende complotten het in deze tijd sowieso goed doet: «Het gaat terug naar de oorsprong van onze christelijke cultuur. Daarover blijken mensen graag meer te willen weten. De zucht naar spiritualiteit heeft zeker met de ontkerkelijking te maken. Mensen die nog wel naar de kerk gaan of in hun jeugd naar de kerk gingen, vinden in dit boek een totaal andere visie op het eeuwenlang aangenomen verhaal. Voor hen staat de wereld op z’n kop. In Amerika breekt de verkoop alle records, omdat het een christelijk land is. Bovendien kunnen mensen zich voorstellen dat dit complot een sjabloon is voor eigentijdse samenzweringen van machthebbers. Bush zit in het Witte Huis en begint de oorlog tegen Irak. Maar ook bèta’s en computerfreaks, vooral jonge mensen, blijken dol op dit boek te zijn omdat het over geavanceerde techniek en coderingen gaat. De feministische invalshoek trekt juist vrouwen.»

Het enorme succes had Hanca Leppink, ondanks Amerika, niet verwacht: «Dan Brown had al drie boeken geschreven die niet geweldig aansloegen. Zijn eerder verschenen boek Angels & Demons, vertaald als Het Bernini Mysterie, liep weliswaar goed, maar in het kielzog van het succes van De Da Vinci Code gaat het nu heel hard. Je kunt het nooit voorspellen. Bestsellers in het buitenland slaan hier soms niet aan. Het grappige is dat door dit boek eerdere boeken met vergelijkbare thematiek hernieuwde belangstelling genieten. The Holy Blood The Holy Grail uit 1988 is net herdrukt.»

Voor een uitgever is een dergelijk kassucces een droom. Het verkrijgen van de rechten was gek genoeg geen probleem. Terwijl andere Nederlandse uitgeverijen nog twijfelden («een zoektocht naar de Graal klonk te bekend in de oren») besloot Luitingh-Sijthoff het te doen «mede omdat de intrigerende figuur Leonardo da Vinci altijd al populair is geweest». Tegen een normale prijs («het voorschot bevatte vier cijfers») sloten ze een deal voor beide boeken: Bernini en Da Vinci. Hanca Leppink: «De gedachte ‹dat weten we al lang› is voor uitgevers gevaarlijk. Door een verkeerde inschatting kun je een fenomeen missen. Michaël Zeeman schreef onlangs dat hij om zich heen ‹iedereen met dit boek global zag zitten wezen›. Dan weet je dat je er als uitgever bent. We moeten nu voortdurend de vraag bijbenen. Het boek is steeds bijna op.»

Aan sommige kunsthistorici, taalwetenschappers en theologen is de roman echter niet besteed: «Niet gelezen», «Een boek vol bekende feiten», of: «Ik heb geen tijd voor thrillers.» Professor Ann Rigney, hoogleraar literatuurwetenschap in Utrecht en afkomstig uit het mystieke Ierland, heeft het nog niet uitgelezen. Ze ziet wel waarom het massaal aanslaat: «Het voldoet aan alle voorwaarden van een spannend boek. Bovenal is het virtueel cultuurtoerisme. Het doet me ook denken aan de docudrama’s op Discovery Channel. Je reist langs de hoogtepunten van de westerse cultuur. Je wordt in je algemene kennis bijgespijkerd over de fundamenten van onze beschaving, met een snufje alternatieve geschiedenis. Er wordt continu gerefereerd aan fundamentele thema’s over geloof en culturele identiteit. Dat lijkt me in deze onrustige tijden reden voor een doorslaand succes. Het sluit aan bij de hang naar romantiek.»

De schrijver zelf is totaal verbijsterd door het succes. Interviews geeft Dan Brown niet, omdat hij het te druk heeft met onderzoek voor zijn volgende boek, dat zal gaan over de verborgen macht in Washington. Op zijn website meldt hij «het geweldig te vinden» dat zijn boek «zoveel debat genereert. Hoe feller we discussiëren, hoe beter ons begrip wordt van onze spiritualiteit. Controverse en dialoog zijn gezond voor religie in het algemeen.» Brown zegt dat hij ook veel positieve reacties krijgt vanuit de kerk: van nonnen.