Media

Virtueel nationalisme

Enkele jaren geleden publiceerde journalist en politiek commentator Robert D. Kaplan het boek _The Revenge of Geography. _Centrale stelling ervan is dat al het gepraat over globalisering, botsing van beschavingen, internet revolutie en toenemende individualisering voorbij gaat aan het kale principe van het bestaan oftewel de geografie.

Het is nog altijd de grond waarop wij staan – landen, bergen en rivieren, zeeën en continenten – die ons maakt tot wie we zijn, stelt Kaplan. We vergeten dat omdat we voortdurend over het www surfen, beelden zien die met de licht­snelheid over de aarde flitsen en mede daardoor steeds weer geconfronteerd worden met andere culturen, vreemde normen en verre vormen. Maar het stukje aarde waarop wij staan, is en blijft de voedingsbodem. Niet beelden maar simpele, oeroude werkelijkheden maken ons tot wie en wat we zijn.

Ik moest hieraan denken toen ik onlangs een lezing las die een van oorsprong Turkse, in Australië wonende wetenschapper op een internationale conferentie in Istanbul had gehouden. Het thema ervan is op het eerste gezicht nogal vreemd: de betekenis van het debat over de Armeense genocide in de Australische openbaarheid. Je zou denken, hemelse goedheid, een afstand van meer dan tienduizend kilometer en een onderwerp dat een eeuw oud is, hoe kan dat mensen nu bezighouden? Maar het doet ’t. In 1985 kwam de Armeense genocide in het Australisch parlement voor het eerst ter sprake. In het verdere verloop van de jaren tachtig gebeurde dat nog dertien keer. In de jaren negentig kwam het onderwerp vijftien keer naar voren maar in het eerste decennium van de nieuwe eeuw niet minder dan 256 keer, meer dan 25 keer per jaar dus. Sinds 2010 is die curve nog verder opgelopen: negentig keer, meer dan veertig per jaar. Waarom?

Volgens degene die de lezing hield, Nukte Ogun, heeft dit alles te maken met de ontwikkeling van web 2.0. Volgens officieuze cijfers, afkomstig van de bevolkingsgroep zelf, leven er in Australië zo’n vijftigduizend Armenen. Tot voor kort waren die óf geïntegreerd óf op zichzelf aangewezen. Internetontwikkelingen hebben dit echter ingrijpend veranderd en gemaakt dat migranten voortdurend in contact staan met hun ‘landgenoten’ elders in de wereld. Dit verklaart waarom de Armenen die in Australië wonen en voorheen in de eerste plaats Armeense Australiërs wilden zijn zich tegenwoordig eerder Australische Armenen voelen. Een subtiel maar cruciaal verschil. En wat is een Armeen, zeker in de ogen van de buitenwacht (die over het algemeen verder geen idee heeft)? Dat is iemand die om te beginnen beweert dat de Turken in 1915 genocide hebben gepleegd en vervolgens eist dat de Turkse overheid dit feit eveneens erkent.

Nadat hierover op internet in de afgelopen jaren veel geschreven was, begon ook de Australische gedrukte pers erover te publiceren, niet in de laatste plaats omdat leden van de nog heel wat grotere gemeenschap van Australische Turken (van circa tweehonderd­duizend mensen) een tegenstem liet horen. Nog versterkt door Sarkozy’s poging de ontkenning van de massamoord officieel te laten verbieden werd het thema aldus actueel. Daarbij is het ondertussen wel volledig afgesleten, om niet te zeggen gebanaliseerd. De kwestie is immers niet langer wat er destijds gebeurde of hoe men daarmee een eeuw na dato om moet gaan, de kwestie is een simpel ja of nee. Ja zeggen de Armenen en degenen die zich met hen identificeren, nee de Turken en hun ‘aanhangers’.

De gevolgen van dit alles zouden volgens Ogun wel eens groot kunnen zijn. In ieder geval zetten ze aan het denken over zulke hete onderwerpen als identiteit, multiculturaliteit en nationale samenleving. Terwijl men vóór het bestaan van internet als emigrant noodgedwongen zo goed als alle banden doorsneed, kunnen die banden tegenwoordig virtueel gehandhaafd, ja zelfs aangetrokken worden. Een van de gevolgen hiervan zou kunnen zijn dat bevolkings­groepen in smeltkroeslanden (en welke zijn dat ondertussen niet?) niet langer in de eerste plaats zoeken naar wat hen bindt maar naar wat hen verdeelt. Dat hoeft niet noodzakelijk tot onoplosbare botsingen te leiden – conflicten kunnen democratie bevorderen –, maar het kan wel. In ieder geval maakt het ’t besturen van zo’n samengeraapt land er niet eenvoudiger op.

Het bestaan van een Armeense kwestie in Australië geeft Kaplan op geheel andere wijze gelijk dan hij bedoelde. De band met de grond blijkt inderdaad hecht. Dat hij in het verleden nogal eens losgemaakt werd, kwam doordat men geen keuze had. Die keuze is er sinds een jaar of tien wel. Toch ontstaat hierdoor wel degelijk een andere wereld dan Kaplan voor ogen heeft. Op die wereld woont een mensheid die zich in mindere mate fysiek en in meerdere mate virtueel verbonden voelt, niet aan grond maar aan de idee daarvan.