Virtuoze uitglijers

Saxophone Quartets, door het Aurelia Saxofoon Kwartet (NM Classics 92053)
‘Virtuositeit’ is een begrip dat je meestal associeert met een notenvreter als Paganini of een klavierleeuw als Liszt. En sinds de hernieuwde belangstelling voor het castratendom gelden deze zangers als een schoolvoorbeeld van virtuositeit. Musici die het schijnbaar onmogelijke presteren. Een virtuoos is iemand die enige kunst technisch volmaakt beheerst, zo meent Van Dale.

Toch kun je je afvragen of dit niet een wat enge definitie van virtuositeit is. Wie de nieuwe cd van het Aurelia Saxofoon Kwartet vanuit dit perspectief beluistert, zal begrijpen dat dit fenomeen zich in vele gedaanten kan hullen. Neem bijvoorbeeld de compositie Passamezzo van Theo Verbey, dat gebaseerd is op een eenvoudig dalend loopje. Op een uiterst terloopse manier laat Verbey de vier saxen een stroom noten produceren die zo in elkaar vervloeien dat de instrumenten nog nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn. Telkens opnieuw wordt die dalende beweging herhaald, als een balletje dat een helling afstuitert. Passamezzo is niet virtuoos in de betekenis van overdonderend; integendeel, het werk is juist vluchtig, het wil niet beklijven en de laatste noten lossen als rook in de lucht op. Maar de vanzelfsprekendheid en moeiteloosheid geven een illusie van virtuositeit.
Ook voor Ritorno van Martijn Padding geldt dat de virtuositeit vooral de lenigheid van geest van de componist betreft. In een voortvliegende galop speelt het kwartet een aantal jazz-licks, die geleidelijk aan geabstraheerd en gedetermineerd worden. Plotseling komen die razendsnelle loopjes tot stilstand, als in een stuwmeer van statische klanken. Die overgang is zo mooi getimed dat deze bevroren beweging haast dramatisch aandoet.
Van Louis Andriessen heeft het Aurelia Saxofoon Kwartet Facing Death opgenomen, dat oorspronkelijk voor strijkkwartet (het Kronos Quartet) bedoeld was. Het eigenaardige is dat de saxofoonversie veel cooler klinkt dan de strijkersversie, waarin de musici zich met een ware doodsverachting in een maalstroom van noten storten. Het Aurelia laat de grote hoeveelheid noten versmelten tot één beweging en de vrij trage pulse heeft eerder een zwoel dan virtuoos effect. Afgezien van enkele halsbrekende unisono-passages zit de fysieke inspanning vooral in de duur van het stuk. Zeventien minuten onafgebroken een snelle achtstenbeweging spelen is een regelrechte excercitie.
Het toepassen van speeltechnieken als flageoletten en trillers zoals Peter van Onna doet in The Gravity of D, zou je ook als een vorm van virtuositeit kunnen beschouwen, maar in wezen is het werk op een sterke contrastwerking gebaseerd. Een gedempt gemurmel wordt onderbroken door abrupte uitbarstingen als stoom die uit een ketel ontsnapt. Wel onversneden virtuoos is het energieke, kleurrijke Kwartet van Geert van Keulen. Of het nu grillige loopjes betreft, kwetsbare pianissimo-delen of gevaarlijke sprongen, de componist eist een spatgelijk samenspel van de blazers.
Meest traditioneel van karakter is Music for Saxophon van Tristan Keuris. De warme, timbrale kwaliteiten van de saxofonist buit hij ten volle uit door zijn muziek toe te snijden op het vertrouwde idioom van het instrument. Toch maakt dit stuk zij het op een enigszins wrange manier het beste duidelijk wat virtuositeit in feite is: twee keer komt er een passage voor met enkele hoge noten die net niet zuiver gespeeld worden. Als luisteraar schiet je het zuur in de mond.
Iets razendmoeilijks laten klinken alsof het een peuleschilletje is - dat lijkt toch de meest geëigende definitie voor virtuositeit. Overigens is deze uitglijder de enige smet op een erg goede cd.