Utopia 1900-1940

Visies op een Nieuwe Wereld

Aan het begin van de twintigste eeuw voelden twee avant-gardebewegingen – de expressionisten en de constructivisten – de absolute noodzaak om te zoeken naar een nieuwe vorm van samenleven. Het roer moest naar hun overtuiging radicaal om. Volgens de expressionisten was de samenleving door de vele vernieuwingen onmenselijk geworden.

Medium sa ndor bortnyik  the new adam  de nieuwe adam   1924 . museum of fine arts   hungarian national gallery  budapest

De vroeg-twintigste-eeuwer werd dan ook met nieuwigheden geconfronteerd waarbij ons internet schraal afsteekt: elektriciteit, röntgenstralen, radioactiviteit, de relativiteitstheorie, film, telefoon, auto’s en vliegtuigen deden hun entree. Mensen hadden moeite met deze ingrijpende veranderingen. In het hoog geïndustrialiseerde Duitsland telde men in 1910 220.000 patiënten met zenuwaandoeningen die veroorzaakt werden door het tempo en de eisen van de nieuwe technologie. De constructivisten daarentegen juichten de technologie toe en vonden dat deze beter in het dagelijks leven geïntegreerd moest worden. Beide bewegingen zochten alternatieven voor het meedogenloze materialisme, de uiterst dwingende sociale structuren en de maatschappelijke ongelijkheid.

Aan het politieke front was het in deze periode ook uitermate roerig. De puinhopen van de Eerste Wereldoorlog met zijn enorme hoeveelheid slachtoffers noodzaakten tot denken over een nieuwe samenleving. De Russische Revolutie had een eind gemaakt aan het tsaristische regime en de eerste arbeidersstaat ingeluid. Voor velen betekende dit een baken van hoop. Het is geen wonder dat de kunst in dit tijdsgewricht explodeerde en zich bovendien een nieuwe functie aanmat: kunstenaars wilden een belangrijke partner zijn in de opbouw van een nieuwe samenleving en de kunsten hierbij een sociale rol toebedelen. Ze hadden het gevoel aan de vooravond van een nieuw tijdperk te staan. Aan de verwerkelijking hiervan wilden zij op overtuigende en radicale wijze leiding en vorm geven. De mensheid moest gered worden. De avant-garde zou de wereld veranderen. De kunstenaars waren niet alleen geïnteresseerd in nieuwe vormen. Zij wilden dat die nieuwe vormen de tekens waren van een nieuwe geest.

De tentoonstelling UTOPIA 1900-1940: Visies op een Nieuwe Wereld in Museum De Lakenhal (22 september 2013 t/m 5 januari 2014) belicht de utopische idealen van de expressionisten en de constructivisten. Met een enorme dadendrang hebben deze kunstenaars alle mogelijke facetten van het leven proberen te doordringen met een beeldtaal die bij mensen een andere mentaliteit zou bewerkstelligen – zodat als vanzelf een totaal andere maatschappij zou ontstaan. Beide bewegingen formuleerden hun utopia in reactie op hun eigen maatschappij: de expressionisten, wars van het bourgeois-keurslijf en van de nare gevolgen van de geïndustrialiseerde samenleving, zagen vanaf circa 1908 een wereld voor zich waarin het individu op een oorspronkelijke manier zou kunnen leven en op die manier aan het collectief een zinnige bijdrage kon leveren. Deze belangstelling voor de oer-existentie van de mens werd gevoed door kennismaking met de kunst van primitieve culturen en door de theorieën van Sigmund Freud over de wortels van het ‘eigen oorspronkelijke ik’. De mens moest volgens de expressionisten opnieuw een soort ‘primitieve wilde’ worden, bevrijd van de ballast van de zogenoemde beschaving. Pas dan zou er weer van authenticiteit sprake kunnen zijn.

De constructivisten hielden vanaf circa 1917 het individuele juist voor de grote boosdoener van alle ellende en zagen hun heil in een wereld die rationeel en objectief van aard was. Techniek werd door hen omarmd en een universele beeldtaal, gebaseerd op elementaire vormen en primaire kleuren, zou internationaal toegepast en begrepen worden en daardoor een internationale broederschap stimuleren. De pijlers van de denkwereld van de constructivisten werden gevormd door standaardisatie en universaliteit. De constructivisten gingen uit van het grote geheel, het collectief. De expressionisten van het individu. Twee onverenigbare grootheden die voortkwamen uit dezelfde aanleiding: het idee dat in de samenleving én de kunst alles anders moest.

De twee bewegingen deden niet voor elkaar onder in gedrevenheid. Niet alleen de beeldende kunsten raakten doordrongen van hun ideeën, maar ook de architectuur, dans, film, mode, theater en design. Ook de pen werd gehanteerd. Vele manifesten zagen het daglicht en teksten werden gepubliceerd in kranten en tijdschriften. Affiches en pamfletten combineerden beeld en tekst op aansprekende, soms opruiende wijze. De kunstenaars van beide bewegingen wilden vorm geven aan een Nieuwe Mens in een Nieuwe Wereld en pakten dit radicaal aan.

De tentoonstelling brengt deze twee utopische bewegingen in een breed scala van disciplines: beeldende kunst, design, architectuur, fotografie, film, theater en mode. Want de hele leefwereld – van theelepeltje tot wolkenkrabber – moest wat inhoud en vormgeving betreft de nieuwe visie uitdragen en de nieuwe levenswijze aanschouwelijk maken. De kunstenaars geloofden in de kracht van kunst, design en architectuur om nieuwe modellen voor het leven te ontwikkelen.

Op de tentoonstelling zijn werken te zien van beroemde kunstenaars als El Lissitzky, Theo van Doesburg, Alexander Rodchenko, Kazimir Malevich, Ernst Ludwig Kirchner, Emil Nolde, Alexej von Jawlensky, Franz Marc, Mary Wigman en Gertrud Leistikow. Zij worden afgewisseld met grote ontdekkingen als het spectaculaire en visionaire werk van Wenzel Hablik en de expressionistische ‘lichaamsmaskers’ van het danspaar Lavinia Schulz en Walter Holdt: beide vormen een primeur voor Nederland.

Het is voor het eerst dat het expressionisme en het constructivisme in één tentoonstelling bij elkaar worden gebracht als utopische stromingen. Tot nu toe werden deze bewegingen als volstrekt ‘niet samen sporend’ beschouwd. Het expressionisme wordt gewoonlijk beschouwd als een weliswaar – in artistiek oogpunt – baanbrekende beweging, maar zelden wordt de aandacht gevestigd op de totaliteit van de expressionistische ambitie, op haar verlangen een Nieuwe Mens in een Nieuwe Samenleving te creëren. Het constructivisme leek het alleenrecht te hebben op een utopische visie. Het is nu voor het eerst dat het expressionisme recht wordt gedaan als utopische beweging. Bovendien blijken er tussen beide bewegingen meer dwarsverbindingen te zijn dan de sterke polarisatie deed vermoeden.


_Doris Wintgens Hötte is conservator Moderne Kunst van Museum De Lakenhal

Beeld: Sandor Bortynik, De nieuwe Adam, 1924_
, Collectie Museum of Fine Arts Budapest