De Fishrot Files

Vissen in troebel water

Het IJslandse visserijconcern Samherji kocht op grote schaal Namibische politici om in ruil voor visrechten. De ‘Fishrot-affaire’ kwam aan het licht dankzij een IJslandse klokkenluider. Ook de Nederlandse visserijgigant Parlevliet & Van der Plas duikt op in het corruptieschandaal.

In de haven van Walvisbaai, Namibië, wordt verse vis gelost van een schip van een lokaal visverwerkingsbedrijf. Juni 2016 © Oleksandr Rupeta / NurPhoto /Getty Images

De hut waar Wilbard Haimbodi met zijn gezin in woont, is niet meer dan een verzameling oude planken en wat golfplaten. Binnen doen lakens met bloemetjesmotief dienst als tussenmuren. Een wc is er niet, stromend water evenmin. Haimbodi werkt in de visserij, een sector waar in Namibië veel geld in omgaat. Toch wonen de meeste vissers in de sloppenwijk Twaloloka, aan de rand van Walvisbaai, de belangrijkste havenstad van het land aan de Atlantische Oceaan. ‘Met ons loon kunnen we geen woning betalen’, zegt Haimbodi. Zijn situatie wordt er voorlopig niet beter op. Hij kwam zonder werk te zitten nadat het Namibische bedrijf waarvoor hij werkte zijn visrechten verloor aan buitenlandse reders.

Tienduizend kilometer verderop en een jaar eerder kijkt een 67-jarige man in een betonnen parkeergarage in Reykjavik schichtig om zich heen. Thorstein Mar Baldvinsson, zoals de IJslander heet, is de hoogste baas van visserijmultinational Samherji. Hij is niet op zijn gemak. Als Aðalsteinn Kjartansson, onderzoeksjournalist van het IJslandse televisieprogramma Kveikur, in beeld verschijnt, blijkt waarom.

‘Waarom heeft u via een Cypriotisch dochterbedrijf een half miljard IJslandse kronen (ruim drie miljoen euro – red.) gestort op de bankrekening van een bedrijf in Dubai dat eigendom is van de voorzitter van visbedrijf Fishcor? Wat kan dat anders zijn dan omkoping?’ vraagt Kjartansson.

Baldvinsson grijpt zijn telefoon, werpt een blik op het schermpje en duikt weg van de camera.

‘Hoe zit het met de betalingen aan de schoonzoon van de Namibische minister van Visserij?’ vervolgt de verslaggever.

Baldvinsson wankelt, zwabbert naar links en komt met zijn neus tegen de betonnen muur van de uitgang van de parkeergarage te staan. Hij herpakt zich, draait zich om en gooit het over een andere boeg: ‘Wat een mooie dag’, kletst hij.

‘Gaat u geen antwoord geven?’ vraagt Kjartansson.
‘Het weer is werkelijk prachtig.’
‘U heeft niets te verbergen?’ probeert de journalist nog een keer.
‘Dank u, ik ga een kop koffie pakken, u weet duidelijk al genoeg’, zegt Baldvinsson en vlucht een lunchroom in.

De IJslandse documentaire is gebaseerd op de Fishrot Files. Dertigduizend documenten, gelekt door een hooggeplaatste werknemer van Samherji en in november 2019 openbaar gemaakt door Wikileaks. De duizenden e-mails, facturen, spreadsheets, powerpoints, memo’s en andere documenten onthullen hoe Samherji tussen 2012 en 2019 zo’n zeventien miljoen euro smeergeld betaalde aan Namibische en Angolese politici en zakenlui. In ruil daarvoor kregen de IJslanders voor een klein prijsje visquota toegewezen – het recht om een bepaald tonnage vis te mogen vangen en verhandelen. Die visrechten hadden een geschatte waarde van een half miljard euro. Samherji haalde vervolgens alles uit de kast om daar zoveel mogelijk aan over te houden. Dat deed het volgens Kveikur door de belasting in Namibië te ontwijken en werknemers onder te betalen.

Naar aanleiding van de gelekte documenten zijn in Namibië vier zakenmannen en de ministers van Visserij en Justitie opgepakt. Het zestal staat bekend als de sharks. Bij een inval in het huis van een van hen vonden de rechercheurs een pistool, een factuur van een Jaguar, Land Rover en een Mercedes-Benz, en de Financial Times-bijlage How to Spend It. Daarnaast loopt er een strafrechtelijk onderzoek tegen de voormalige minister van Visserij van Angola en haar zoon. In IJsland loopt er justitieel onderzoek tegen Samherji en zes werknemers van het bedrijf.

Het Nederlandse visserijbedrijf Parlevliet & Van der Plas (PP) is ook bij de Afrikaanse visfraude betrokken, zo blijkt uit onderzoek van onderzoekscollectief Spit. PP voerde het management over een supertrawler die viste met via smeergeld verkregen quota en was betrokken bij het ontduiken van Namibische belastingen.

PP en Samherji werken over de hele wereld nauw samen. Zo bezitten de twee bevroren-visgiganten samen de joint Venture UK Fisheries in Engeland, met dochterbedrijven in Frankrijk, Spanje en Portugal en werken ze samen in Angola, Polen, Letland en Duitsland. In 2018 richtten ze samenwerkingsverband Dutch Pelagic op. Het bedrijf houdt kantoor op het adres van PP en heeft als doel gezamenlijk visquota, bedrijven en schepen te exploiteren. In 2016 voerden Samherji, PP en durfinvesteerder Blackstone gesprekken over de overname van een vismeelfabriek in Peru.

Namibië kent een van de rijkste visgronden ter wereld. Toen in 1990 ook in dit Zuid-Afrikaanse land het apartheidsregime werd afgeschaft riep de regering de visindustrie uit tot banenmotor en aanjager van de economie. Hulpgeld was niet nodig, de benodigde investeringen zouden uit de markt komen, via private bedrijven. Dat plan werkte. Namibië werd het schoolvoorbeeld van een ontwikkelingsland dat zijn natuurlijke hulpbronnen gebruikte om aan de armoede te ontsnappen.

Er was ook kritiek, met name op het besluit om in plaats van kleine visserij vooral grootschalige, industriële visserij te ontwikkelen. Daarvoor bedacht Namibië een model waarbij ondernemers gingen samenwerken met buitenlandse reders. De Namibische bedrijven zorgden voor de visquota en de buitenlanders voor de freezer-trawlers. Waren de Namibische bedrijven eenmaal kapitaalkrachtig genoeg om zelf schepen te kopen, dan konden de buitenlanders de zeegronden verlaten.

Maar de critici kregen gelijk. Vanaf 2012, in de eerste termijn van visserijminister Bernhard Esau, ging het mis. Uit de Fishrot Files blijkt dat het mooie economische plan ontaardde in omkoping, uitbuiting en belastingontwijking. ‘Vroeger rook het hier naar vis’, vertelt een inwoner van Walvisbaai. Nu is er nauwelijks nog vis te vinden in de belangrijkste havenstad van het land. De vismarkten zijn verdwenen en wie langs de ooit zo florerende visfabrieken rijdt, ziet gesloten poorten.

Het bescheiden kantoorpand in Valkenburg, gemeente Katwijk, straalt in niets uit het epicentrum te zijn van een wereldwijd opererend visimperium. Toch is het dat. Van hieruit stuurt rederij Parlevliet & Van der Plas meer dan honderd dochterbedrijven over heel de wereld aan. Daarbij werkt het nauw samen met het IJslandse Samherji, in een wijdvertakt netwerk van bedrijven in binnen- en buitenland.

Aanvankelijk gold die samenwerking niet in Afrika. In 2012 probeerde PP al eens om voet aan de grond te krijgen in Namibië. Daar werkten de Katwijkers samen met bedrijven die later in opspraak raakten vanwege corruptie en na twee jaar besloten de Katwijkers zich terug te trekken uit Namibië.

Het familiebedrijf richt zich vanaf 2014 op Europese overnames. Inmiddels is PP de grootste visserij-onderneming van Europa. De allure die bij een dergelijke wereldspeler hoort, staat in Noordwijk op een hoge duintop. Met uitzicht op zee, tussen de huizen van internationale bekendheden als voetbalcoach Louis van Gaal en Charlene de Carvalho-Heineken. De riante villa van Diederik (Diek) Parlevliet, de pater familias van het familiebedrijf, is een hermetisch afgesloten bunker, voorzien van een inpandig zwembad en – volgens mediaberichten – een heuse ‘panic room’.

PP verhandelt jaarlijks volgens eigen zeggen tweeënhalf miljard ‘maaltijden’. De vis die PP over de hele wereld vangt, gaat vooral naar Afrika. ‘Wij vissen voor de armen’, zei Parlevliet in een interview met het ntr-radioprogramma Lijn1. Goedkope vis moet in grote massa’s worden gevangen, anders is het niet rendabel. En dat is de specialiteit van de Nederlandse vissersfamilie.

‘Dit zijn win-win-situaties waarbij alle betrokken partijen profijt hebben van de corruptie, en iedereen verliest wanneer iemand uit de school klapt’

De armada van PP bestaat uit ‘supertrawlers’, gebouwd met steun van de EU. Op deze drijvende fabrieken wordt, met netten zo groot als drie voetbalvelden, tot 250.000 kilo vis per dag gevangen. De vangst wordt op volle zee meteen gesorteerd, verpakt, bestickerd en ingevroren in de buik van het schip – waar ruimte is voor zo’n achttien miljoen maaltijden. De schepen vissen op pelagische soorten, vis die in scholen in open zee zwemt, zoals haring, makreel, horsmakreel en blauwe wijting.

PP is de grootste van drie bedrijven die gezamenlijk de gehele Nederlandse markt van pelagische vangst in handen hebben. De andere twee – ook familiebedrijven – zijn Cornelis Vrolijk en W. van der Zwan. De drie rederijen zoeken sinds de jaren zeventig samen naar nieuwe afzetmarkten en visquota. Ze hebben zich verenigd in de Pelagic Freezer-trawler Association (pfa). Waar de kleinere kottervissers de laatste jaren nogal eens in het nieuws komen vanwege hun slechte economische vooruitzichten, is de pelagische visserij een goudmijn. De drie pfa-familiebedrijven zijn samen goed voor vier Quote 500-posities. In 2018 draaiden de drie een gezamenlijke omzet van 1,7 miljard euro. Het overgrote deel van die inkomsten komt voor rekening van PP. De Katwijkers zagen hun jaaromzet tussen 2009 en 2018 groeien van 146 miljoen euro naar 1,3 miljard.

Trawlers van visserijmultinational Samherji bij Akureyri, Noord-IJsland © Skapti Hall­gríms­son / Morgunblaðið

De cijfers getuigen van goed ondernemerschap, maar het bedrijf krijgt ook regelmatig slechte pers. In 2013 bracht een Duitse stuurman in dienst van PP een schaduwboekhouding naar buiten. Daaruit zou blijken dat Parlevliet & Van der Plas tijdens een drieweekse visreis meer dan anderhalf miljoen kilo dode haring terug de zee in gooide. Volgens de stuurman ging het om kleine harinkjes die, omdat ze te weinig opbrengen, ruimte moesten maken voor grotere exemplaren. Deze oneigenlijke invulling van de quota, highgrading, is slecht voor de vispopulatie en daarom streng verboden. De Duitse visserij-inspectie deed onderzoek, maar vond onvoldoende bewijs om tot vervolging over te gaan.

Uit een mailwisseling die wij hebben blijkt dat ook de Engelse belastingdienst onderzoek deed naar Parlevliet & Van der Plas. De verdenking bestaat dat het bedrijf in samenwerking met een Noorse visfabriek de makreelprijs manipuleert. Het spoor loopt dood. ‘Onderzoek naar multinationals is niet makkelijk – zeker niet wanneer het om familiebedrijven gaat. Daarvoor is internationale samenwerking nodig, in dit geval met de Noorse autoriteiten en die willen niet meewerken’, schrijft de Engelse belastingdienst.

‘Een bekend probleem’, zegt Per Erik Bergh vanuit zijn woning in Botswana. De Noor doet al meer dan dertig jaar onderzoek naar frauduleuze praktijken in de visserij. Omkoping, illegaal vissen, belastingontduiking, witwassen van geld en vis, arbeidsuitbuiting, drugssmokkel en mensenhandel: hij kwam het allemaal al eens tegen.

In Liberia waren vijftig Europese schepen betrokken bij corruptie en illegaal vissen. De verantwoordelijke autoriteiten vervolgden er niet een, met als argument: de naïeve Europese bedrijven zouden door de corrupte Afrikanen de criminaliteit zijn ingezogen. ‘Onzin natuurlijk’, zegt Bergh. ‘De grote Europese bedrijven kennen het spel maar al te goed.’

Aanpak van visserijfraude is evenwel hard nodig. De Wereldbank schat de economische schade op vijftig miljard dollar per jaar. Het World Economic Forum stelt dat een derde van de vissoorten wordt overbevist. De rekening in financiële zin komt volgens de Verenigde Naties terecht bij de bevolking van ontwikkelingslanden. Daar slinkt het aantal banen in de visserij, dalen de belastinginkomsten en verdwijnt de betaalbare vis uit de winkelschappen.

‘Indammen van corruptie is lastig door het internationale karakter van de sector’, legt Bergh uit. Voor elke nieuw bedachte regel in het ene deel van de wereld bestaat een maas in de wet in een ander deel. Een schip met een slecht verleden – betrapt op illegaal vissen of betrokken bij een smeergeldaffaire – kun je omvlaggen naar een zogeheten flag of convenience. Dat zijn vlaggen van landen als Belize, Panama of St. Kitts & Nevis, die er een soepele wetgeving op nahouden. Met de nieuwe vlag valt het schip onder de regels van een ander land, en raakt daarmee uit zicht voor het land onder welke vlag de overtreding is begaan.

‘Daarbij komt dat de deals in donkere steegjes of achterkamertjes worden gesloten’, merkt Bergh op. ‘Het zijn win-win-situaties waarbij alle betrokken partijen profijt hebben van de corruptie, en iedereen verliest wanneer iemand uit de school klapt. Wat in Namibië is aangetoond, staat niet op zichzelf. Je kunt gelijksoortige verhalen overal vinden. Wat de Fishrot Files uniek maken, is dat daar wel iemand is gaan praten, en ja, dan heb je kans dat je iets bereikt.’

In de kamer en suite van een klassiek ingericht appartement in het centrum van Reykjavik neemt Johannes Stefansson plaats op de driezitsbank. Het is begin juli en de zon weigert onder te gaan in IJsland. Buiten is er het uitzicht op de Esja, de tafelberg waarnaar het bedrijf is vernoemd dat een centrale rol speelt in het omkoopschandaal dat Namibië al meer dan een half jaar in zijn greep houdt.

Stefansson, een 47-jarige IJslander, zoon van een visserman, zat ruim tien jaar op zee en werkte in een visfabriek om uiteindelijk een managementpositie te bekleden bij Samherji. Zijn opdracht was quota verwerven in Afrika. ‘Ik ging in 2011 met goede bedoelingen naar Namibië. Samherji zou werkgelegenheid creëren, zorgen voor voedsel, investeren in de economie. Maar vanaf 2014 vermoedde ik dat het loze beloften waren. Samherji investeerde niet, maar sluisde juist zoveel mogelijk geld het land uit, zonder belasting te betalen.’ Teleurgesteld besloot Stefansson er in 2016 mee te stoppen.

De periode net na zijn vertrek was spannend, of eigenlijk: levensgevaarlijk. ‘Ik ben tweemaal vergiftigd. De eerste keer rond 20 december 2016, de tweede keer begin februari 2017. In Zuid-Afrika, waar ik na mijn ontslag woonde, raakte ik bevriend met Christian Yema Y’Okungo, een voormalige soldaat uit Congo die nu een professioneel beveiligingsbedrijf runt. Zonder hem was ik al zes keer dood geweest. Hij bood mij bescherming aan. In Kaapstad werd ik bijna neergeschoten door de Nigeriaanse maffia. Dankzij Christian en dertien van zijn bodyguards wist ik te ontsnappen.’

Het duurde ruim twee jaar vanaf zijn vertrek bij Samherji voordat Stefansson zijn bewijs rond had. In augustus 2018 was het zo ver en keerde hij terug naar Namibië, om voor de eerste keer met de autoriteiten te praten. Het werd meteen weer spannend. ‘Een van de sharks kreeg er lucht van en Christian moest een peloton lijfwachten sturen om mij, via een vluchtroute, terug naar Zuid-Afrika de grens over te krijgen.’

Met het belastende materiaal van Stefansson begon het corruptieproces van de eeuw in Namibië. De twee ministers van Visserij en Justitie en een aantal zakenlieden zitten in voorarrest. Meer arrestaties en beslagleggingen zullen volgen, is de verwachting.

Vissersfamilies wachten op het strand van Tombwa op de nieuwe vangst. Angola, mei 2019 © Carolyn Van Houten / The Washington Post / Getty Images

Het is 29 januari 2020, middernacht, Walvisbaai ligt er verlaten bij als de Saga plots zijn lichten ontsteekt. Vanaf het dek klimmen de Namibische bemanningsleden naar beneden en verlaten een voor een het schip. Bulderend start de boot zijn 7200 pk zware dieselmotor en glijdt langzaam als een losgeraakt eiland van 2500 vierkante meter de haven uit richting Las Palmas op de Canarische Eilanden. De Saga is een schip met een verleden. In Senegal werd het betrapt op vissen in beschermd gebied. Het voer lange perioden zonder het verplichte ais-signaal – een baken waarmee autoriteiten schepen kunnen volgen, bijvoorbeeld om ze te controleren op illegaal vissen. En het werd veroordeeld voor het vernietigen van ambachtelijk vistuig – een veel voorkomend probleem waarbij grote industriële schepen worden ingezet voor het vernielen van kano’s en netten van ambachtelijke vissers.

De Saga was een van de drie schepen waarmee Samherji in Namibië viste. Een contract in de Fishrot Files verraadt de ingewikkelde eigendomsrelaties rondom het schip, waarbij de winst werd verdeeld over vier verschillende bedrijven uit evenzoveel landen: Belize, Cyprus, Polen en Namibië. In werkelijkheid hebben al deze bedrijven hetzelfde moederbedrijf: Samherji. Een dergelijke constructie wordt vaak op poten gezet voor belastingontwijking.

In Namibië belooft de nieuwe minister van Visserij beterschap. Niet iedereen is daar gerust op: ‘Old hands are playing the game’

Volgens de onderzoeksjournalistieke organisatie occrp werd het Poolse bedrijf Atlantex ook op die manier ingezet door Samherji. Atlantex was de manager van de Saga. Een bedrijfsplan uit 2014, gemaakt door Samherji’s belastingexpert, laat zien dat het Poolse bedrijf een toeslag van vijftien procent in rekening bracht op de exploitatiekosten. Zo verschoof de winst van Namibië naar Polen, waardoor Samherji minder belasting betaalde.

Dat ging om flinke bedragen. Atlantex had dankzij de smeergeldaffaire een formidabel verdienmodel. Volgens een factuur in de Fishrot Files draaide het alleen in december 2015 al zo’n drie miljoen euro omzet. Als uiteindelijke eigenaar profiteerde Samherji daarvan. Maar in de nazomer van 2018 komt daar een tweede begunstigde bij: dan koopt Parlevliet & Van der Plas uit Katwijk voor een schamele vijftigduizend euro de helft van de aandelen in Atlantex. Diek Parlevliet en de gebroeders Freek en Dirk van der Plas treden toe tot het management. Het Poolse bedrijf wordt meteen lid van de pfa. Opvallend detail: de overname vond plaats net nadat klokkenluider Stefansson voor de eerste keer met de autoriteiten in Namibië ging praten, de sharks daar lucht van kregen en hij het land moest ontvluchten.

‘Met de overname van Atlantex werd PP onderdeel van Fishrot’, zegt Stefansson. Uit een spreadsheet met daarop de transacties tussen bankrekeningen van Samherji-bedrijven en de sharks blijkt dat de smeergeldbetalingen doorliepen tot in ieder geval januari 2019. Volgens Global Fishing Watch, een open-source-programma om vissersschepen te volgen, viste de Saga tot die tijd in de wateren van Namibië. Oftewel: in de periode dat PP via Atlantex het management voerde over de Saga, viste dat schip op met smeergeld verkregen quota in de Atlantische Oceaan aan de kust van Namibië. En was het medeverantwoordelijk voor de vissers die op de Saga werkten.

In Twaloloka, de in het woestijnzand opgetrokken sloppenwijk van Walvisbaai, zit een man langs een houten muurtje weggedoken in de capuchon van zijn rode hoodie, met zijn rug naar de draaiende camera. Hij is een van de voormalige Saga-werknemers. Hij wil praten, maar onder voorwaarde van anonimiteit. ‘Ik was een van de vissers die in 2015 staakten voor betere arbeidsvoorwaarden en werden ontslagen.’ Op de Saga was een aantal bemanningsleden ziek geworden. Hij greep zijn kans en werd aangenomen, maar met een abominabel contract. ‘Net na onze recruiting kregen we zwemles, maar daarmee hield het wel op. Geen pensioenvoorzieningen, geen zorgverzekering, zelfs wanneer we ziek thuis kwamen te zitten werden we niet doorbetaald.’ Hij doet zijn verhaal aan Esther Haixwema, een journalist van The Namibian, die we gevraagd hebben Namibische bronnen te interviewen. Het gemiddelde loon op de Saga lag tussen zeven- en veertienduizend Namibische dollar (vier- à achthonderd euro) per maand, komt zij te weten. Dat is ver onder het sociaal minimum, dat eerder richting de twintigduizend Namibische dollar is.

Of de visser in de rode hoodie ooit weer een baan vindt nu de Saga aan de autoriteiten heeft weten te ontsnappen, is onzeker: de concurrentie voor dit soort banen is moordend.

In De jungle op zee (2019) beschrijft onderzoeksjournalist Ian Urbina de erbarmelijke omstandigheden van veel bemanningsleden, die hij in zijn boek omschrijft als zeeslaven. Op de oceaan komen kwaadwillende visserijbedrijven met alles weg, schrijft hij. Er is nauwelijks handhaving. En als die er wel is, zijn er tal van mogelijkheden om er onderuit te komen. Vooral het gegoochel met vlaggen noemt hij een probleem. ‘Eeuwenlang voeren schepen onder de vlag van het thuisland. Dat land moest erop toezien dat de bemanning goed werd behandeld en het schip zich aan de regels hield. Daar kwam begin twintigste eeuw verandering in toen er een open scheepsregister kwam. Er zijn nu zelfs bedrijven waar je een vlag kunt regelen.’ Bij de firma Immarbe in Schiedam kun je bijvoorbeeld terecht voor een vlag uit Belize. Die bedrijven zijn vervolgens verantwoordelijk voor het toezicht, schrijft Urbina. ‘Maar in de praktijk zijn dit soort vlaggen een dekmantel voor wangedrag.’

Ook na de overname van Atlantex door PP speelt zich een ingewikkeld vlaggenspel af. Krap een week nadat PP co-eigenaar wordt van het Poolse bedrijf verkoopt het voor zestig miljoen euro de Annelies Ilena – het grootste vissersschip ter wereld – aan zijn nieuwe Poolse dochterbedrijf. Opvallend is de hoogte van de verkoopprijs, zeggen drie bronnen onafhankelijk van elkaar. De werkelijke marktwaarde zou eerder rond de 35 miljoen euro liggen. Het schip werd ruim twintig jaar geleden voor 63 miljoen gebouwd, de markt is slecht en een vergelijkbaar schip – wat ouder en iets kleiner – werd onlangs getaxeerd op twintig miljoen euro. ‘Je moet wel een erg domme manager zijn om in de huidige markt zestig miljoen neer te tellen voor zo’n oud schip’, concludeert klokkenluider Stefansson spottend.

Wat hier achter zit? ‘Daar kan alleen een fiscaal rechercheur uitsluitsel over geven, maar het is mogelijk dat 25 miljoen euro cash is uitbetaald. Dat geld kun je gebruiken voor onder-de-tafel-betalingen voor visrechten of om functionarissen om te kopen’, legt een financieel expert uit de visserijwereld uit. Volgens bronnen in de opsporing kunnen te hoge prijzen voor schepen gebruikt worden om geld van het ene naar het andere land te sluizen. PP laat weten dat onze experts ‘geen verstand van schepen’ hebben.

Ook Samherji heeft baat bij de overdracht van de reuzetrawler Annelies Ilena naar het Poolse bedrijf. Dat heeft te maken met de Saga, Atlantex’ andere schip waarmee Samherji in Namibië vist. In 2017 verandert Namibië namelijk de quota-wetgeving: Namibische schepen gaan fors minder betalen voor de quota dan hun buitenlandse concurrenten. De Saga verruilt daarop haar Poolse vlag voor een Namibische. Een handige truc die Samherji naar schatting zo’n twee miljoen per jaar opleverde. Er moest alleen een belangrijk probleem uit de weg worden geholpen. Atlantex heeft EU-quota, en die zijn ontzettend veel geld waard. Om die te kunnen behouden moet het óók een schip onder Poolse vlag hebben. Met de verkoop, en het omvlaggen van de Annelies Ilena naar de Poolse vlag, hielp PP om dat probleem op te lossen.

Het omvlaggen van de Saga kende een tweede voordeel. Bij een overtreding valt het schip niet meer onder Poolse- en EU-regels maar onder die van Namibië. Dat kan handig zijn, zeker als de lijntjes met de visserijminister kort zijn.

Nadat de Fishrot-affaire aan het licht komt en minister Esau achter de tralies verdwijnt, vertrekt de Saga als een dief in de nacht uit Walvisbaai. Zogenaamd voor groot onderhoud, maar al snel wordt duidelijk dat het schip niet terugkeert. Kort nadat het in Las Palmas arriveert, heet het schip plots Vasiliy Filippov en vaart het onder de vlag van St. Kitts & Nevis en een half jaar later onder de vlag van Belize. Volgens Samherji was dat nodig omdat de bank zich zorgen maakte dat de Namibische vlag niet voldoende zekerheid bood voor de verstrekte lening. Dat bleek een goede inschatting. De Namibische autoriteiten waren van plan beslag te leggen op het schip, zegt een onderzoeker uit Namibië die nauw samenwerkt met Interpol en die voornemens is snel tot actie over te gaan. Maar nu het schip onder de vlag van Belize vaart, zal beslaglegging lastiger zijn.

In een reactie stelt PP nooit betrokken te zijn geweest bij de Saga. Toch staat Atlantex tot 24 juli 2020 genoemd als manager van de Saga in het scheepsregister van de International Maritime Organization, onderdeel van de VN. Het laatste managementverslag van Atlantex zelf meldt dat de Saga in 2018 voor het Poolse bedrijf viste.

In Namibië belooft de nieuwe minister van Visserij beterschap. Niet iedereen is daar gerust op: ‘Old hands are playing the game’, meent een Namibische bron. De huidige minister is van dezelfde politieke partij als oud-minister Esau. Nieuwe buitenlandse reders varen hun schepen Namibië binnen. Ze vervangen de trawlers van Samherji, maar gebruiken dezelfde trucs. Via Global Fishing Watch ontdekken we dat op het moment dat de Saga (in januari 2020) Namibië ontvlucht, de Nederlandse vriestrawler Cornelis Vrolijk de haven van Walvisbaai binnenvaart.

Cornelis Vrolijk vaart, net als de Saga voor hem, de Namibische vlag. Ook nu lijkt het om een schijnconstructie te gaan. De eigenaar van het schip is, zoals het hoort, een Namibisch bedrijf, maar dat blijkt een papieren werkelijkheid. Het management van het visbedrijf bestaat uit twee Nederlanders: Arnout Langerak en Peter Koets – die ook de directie vormen van Cornelis Vrolijk uit IJmuiden. Cornelis Vrolijk laat in een antwoord weten: ‘De huidige Namibische wet- en regelgeving stelt voor zover wij weten geen beperkingen aan buitenlands eigendom en management.’ Toch stelt de regelgeving in Namibië duidelijk dat een schip onder Namibische vlag, dat profiteert van goedkope quota, voor minimaal vijftig procent eigendom van Namibische burgers moet zijn.

Volgens de Namibische onderzoekers werkt Vrolijk samen met de Kirov Brothers uit Rusland, die weer betrokken zijn bij – old hands – Cavema. Cavema is een Namibische joint venture en een van de spelers in het Fishrot-schandaal. Ook de twee Russische broers hebben, volgens een Fishrot-document, een dubieuze reputatie. ‘Ze doen alles om aan quota te komen en staan erom bekend mensen te bedriegen.’ George Kirov zou volgens het document zelfs voortvluchtig zijn.

Het samenwerkingsverband heeft naast Cornelis Vrolijk nog twee trawlers tot zijn beschikking: Mediva Star en Cavema Star. De eerste werd gekocht van Cornelis Vrolijk, de tweede van pfa-lid W. van der Zwan. ‘Nu Cavema drie schepen heeft, heeft het net zoveel quota nodig als Samherji in zijn hoogtijdagen.’ Dat zal ze lukken. ‘De samenwerking heeft uitstekende politieke relaties’, horen we van een bron uit Namibië.

‘Er is veel scepsis’, zegt klokkenluider Johannes Stefansson. ‘De nieuwe minister, lid van dezelfde politieke partij als zijn voorganger Esau, heeft alleen maar meer macht naar zich toegetrokken. Hij kan in zijn eentje bepalen naar wie de visquota gaat. Niemand kan controleren hoeveel er wordt betaald voor de visrechten en waar dat geld naartoe gaat. Het lijkt het begin van een nieuw Fishrot-schandaal. En Cornelis Vrolijk begeeft zich in de ideale positie om daarvan te profiteren.’


Dit artikel van onderzoekscollectief Spit kwam tot stand met steun van het Money Trail Project, ondersteund door de Nationale Postcode Loterij , en het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. In verband met reisbeperkingen door corona deed journalist Esther Haixwema van The Namibian de interviews in Namibië op camera

Reactie PP en Samherji

Op vragen van Spit gaf Parlevliet & Van der Plas kort antwoord. Het bedrijf stelt niets te maken te hebben gehad met het management van de Saga en zegt niets te weten van de vervolging van zes werknemers van partnerbedrijf Samherji in de Namibische corruptiezaak.

Samherji geeft in een uitgebreid antwoord aan zich niet te herkennen in de beschuldigingen van klokkenluider Johannes Stefansson en de onthullingen in de Fishrot Files. Het bedrijf heeft een internationaal accountantskantoor ingehuurd voor intern onderzoek en een nieuw governance- en compliancesysteem ingesteld. Samherji wil niet reageren op ‘anonieme bronnen met ongegronde beschuldigingen’. Het zegt slachtoffer te zijn van beschuldigingen die volgens eigen intern onderzoek ‘vals ofwel schromelijk onnauwkeurig’ zijn gebleken. Volgens Samherji is het onderzoek van Spit gebaseerd op een gebrek aan kennis over de internationale zakenwereld en de visserijsector in het bijzonder. ‘Schepen veranderen regelmatig van vlag, afhankelijk van locatie, activiteit en eigendom. Belize wordt veel gebruikt als vlagstaat omdat banken zich daar veilig bij voelen. Dat is niet illegaal of dubieus, maar een standaardpraktijk in de maritieme wereld.’ Samherji zegt voorts in Namibië minstens vijftig miljoen Amerikaanse dollar belasting te hebben betaald via loonbelastingen, hoewel het bedrijf geen winst maakte. Dat inkomsten naar andere landen werden doorgesluisd via onder meer royalty-betalingen is volgens Samherji eveneens standaardpraktijk in het internationale zakendoen. ‘Het feit dat bepaalde transacties belastingverlagende effecten kunnen hebben, is gebruikelijk bij elk internationaal bedrijf. Dat is natuurlijk iets heel anders dan illegale belastingontduiking.’