Lampje en Vis, in Lampje, regie Moniek Merkx © Phile Deprez

De voorstelling Lampje begint vanuit een lied. ‘Het is al bijna donker en het licht is uit’, zingt een man met een gitaar. ‘Het licht is nog niet aan/ Wie heeft dat gedaan?’ Wie het gelijknamige boek van Annet Schaap heeft gelezen, weet dat dit gaat over de vuurtoren waar het meisje Lampje met haar vader woont. Lampje die in het eilanddorp lucifers is gaan halen om de stormlamp aan te steken. Maar de wind blaast de lucifers uit, het vuurtorenlicht brandt niet, er loopt een schip op de klippen, Lampje’s vader wordt gestraft en zijn dochter wordt bij hem weggehaald.

In het zeemanslied van muzikant Djurre de Haan staat het uitblijven van het licht voor het onheil dat ieder mens kan treffen. Bij Maas theater en dans werd vanwege de corona-donkerte in de theaters de eerste én de succeshernemingstournee van Lampje voortijdig afgebroken. Een livestream vanuit het Maaspodium is nu de laatste mogelijkheid om de voorstelling te zien.

Regisseur Moniek Merkx legt bij de snel vertelde, inleidende gebeurtenissen de focus op de klap die Lampje’s gestreste vader zijn dochter geeft als het haar niet lukt om voor hem te liegen. Meteen verschijnt er een juffrouw van de kinderbescherming die het meisje bij hem weghaalt. Zo komen we bij de kern van Merkxs bewerking: Lampje’s ontmoeting met de jongen Vis, die vanwege zijn vissenstaart in het pleeggezin waar zij terechtkomt op zolder wordt verborgen omdat hij een monster zou zijn.

De wisselwerking tussen de vreemde, boze jongen en het dappere, nieuwsgierige meisje vormt het hart van de voorstelling. Hij vertegenwoordigt in dit coming-of-age-verhaal het aantrekkelijke én beangstigende nieuwe in Lampje’s voorheen kleine wereld. ‘In de groene armen van de zee werd ik tegelijk bang en blij’, zingt de muzikant. Kenners van Schaaps boek, een instant klassieker die zich kan meten met de meesterwerken van Tonke Dragt en Paul Biegel, missen in de voorstelling wellicht de beklemmende spanning en de grootsheid van de elementen op het stormachtige eiland. Daar tegenover staat de bijzondere eenvoud van de theatrale verbeelding. Het decor is een spel met groot en klein: op beklimbare eilandrotsen staan maquettes van de vuurtoren, het dorp en het sinistere huis waar Vis verblijft. Water wordt opgeroepen met bewegend licht, de weidsheid van de zee door het acrobatische gedartel van Freek Nieuwdorp als Vis die daar zijn meerman-identiteit vindt.

Met sprankelend spel roept een handjevol acteurs veertien personages op die voor je neus magisch achteloos van rol wisselen. De nuchterheid van de spelers wordt door de muziek, met liedteksten van Merkx en De Haan, van een emotionele onderlaag voorzien. Het mooiste is de voorstelling in de optelsom van spelscènes en liedjes. Lampje’s dode moeder die haar waarschuwt voor het monster op zolder, de muzikanten en spelers die het meisje toezingen dat monsters bestáán, en Rosa van Leeuwen die deze waarschuwing meezingt terwijl ze als Lampje over de rotsen naar de zolderkamer klautert. Maar die daar het woord ‘niet!’ aan toevoegt.

Livestream: 15 januari om 19:30, maastd.nl/streams