Televisie: ‘Rond de Noordzee’

Vissersgeduld

© Rond de Noordzee, Lokken, Denemarken

Reizen rond een zee. De Middellandse was al favoriet in de Oudheid. Maar je kunt ook de Noordzee nemen, vijfduizend kilometer. Ik zou er niet gauw opkomen maar Arnout Hauben wel, en vrt en vpro maakten het mogelijk. Bij vrt gaat het om de lichtere zender Eén, dus geografie en (cultuur)geschiedenis van de toegankelijke soort. Drie man met camera, geluid en een drone voor spectaculaire opnamen. Geen eredivisie als Brandt Corstius, Erdbrink, Terlou, Vermeulen. De onderlinge geintjes hoeven van mij niet, een giechelend meisje filmen of het accent van een passant imiteren evenmin, maar met wat vissersgeduld haalt de kijker flink wat wetenswaardigheden en aardige tot mooie ontmoetingen boven.

De eerste aflevering gaat van Brugge naar Cap Gris-Nez, zuidelijkst punt van de Noordzee. Brugge was ooit havenstad, rijkste ter wereld, bereikbaar voor zeeschepen via het Zwin. Tot dat verzandde. De mannen vertrekken per kano uit Brugge en spreken onderweg mensen aan. Zoals de muskusrattenvanger van Damme, vierde generatie landbouwer die het familiebedrijf moest opgeven door de crisis en sindsdien 470 ratten ving. Op zijn voormalige boerderij toont hij archeologische vondsten, deels gevonden als jochie bij het uitscheppen van de mestput. Topstuk: beeldje van een valkenier, gemaakt door mensen uit Lübeck die zich voor de handel bij Brugge vestigden. Kijk, dat is nou leuke middeleeuwse Europese migratiegeschiedenis en recente landbouwgeschiedenis ineen. ‘U was liever archeoloog dan boer geworden?’ Trieste blik: ik was de enige zoon dus ik moest wel.

Verder langs de afzichtelijke betonnen hoogbouwkust, al maakte die ooit zeezicht betaalbaar voor de kleine burger. Nu betaal je in Knokke 650.000 euro voor een appartementje en treffen we er een oude dame in een gruwelkabinet van kleinburgerlijkheid, wier hondje feestelijk is gedoopt door ‘paus’ en ‘bisschop’ onder genot van liters champagne. Dure maskerade die aan Ensor doet denken, in wiens Oostende ze uiteraard ook belanden. Dat lag ooit op het eiland Testerp voor de kust, samen met Westende en Middelkerke die voorgoed in zee verdwenen. Oostende werd landinwaarts herbouwd, maar de gigantische baggerschuit met Filipijnse bemanning, die precies boven dat verdronken land ligt, is nodig om door zandsuppletie het stadje voor nieuwe ondergang te behoeden. Oud-vissers bevoorraden de gigant. Die gigantische puinhoop aan land? Dat is het gesloopte historisch visserskwartier dat wijkt voor woonblokken.

Alles verandert, door natuur en ‘de macht van het geld’. Ik zag ook aflevering vijf: Orkney- en Shetland-eilanden. Prehistorische grafheuvel op Orkney en een enorme steencirkel à la Stonehenge. De hartelijke buurman en beheerder van de grafheuvel was visserman en zijn lichaam zal de zee in gaan: die voedde hem, dus zal hij de zee voeden. Op Fair Island, vijftig bewoners, treffen we John, ooit meegekomen met zijn vrouw, verpleegkundige. Hij werd er predikant en begroef zijn schoondochter en vrouw op het mooist gelegen begraafplaatsje ter wereld. Niks sentimentaliteit maar besef van eindigheid. En alle eilanders staan letterlijk en figuurlijk om je heen, dat helpt. Parels, maar je moet ervoor vissen.


Arnout Hauben, Rond de Noordzee, VPRO/VRT, tien afleveringen vanaf 16 april, NPO 2