Media

Visualisaties

In onze generatie, zeg maar degenen die een jaar of vijftig en ouder zijn, hebben we in eerste instantie geleerd letters te lezen. Letters maken ook het merendeel uit van De Groene. Letters vormen het hoofdbestanddeel van de boeken die we lezen. Onze gedachten vertalen we in letters. Zo ook onze gevoelens. Tegelijkertijd weten we dat de wereld waarin we leven maar zeer ten dele en vermoedelijk zelfs steeds minder uit diezelfde letters bestaat.

Die afname is des te opmerkelijker omdat de hoeveelheid informatie exponentieel toeneemt. Wat dit laatste betreft publiceerde mbaonline, een soort digitale volksuniversiteit, vorige week een fraaie infografiek over één dag internet. Daarop is te zien dat we per dag 168 miljoen dvd’s met informatie versturen, zo ook 294 biljoen e-mails, alleen al op Facebook 250 miljoen foto’s opladen, op Netflix 22 miljoen uur oude tv-shows en films bekijken, 864.000 uur video bij YouTube stallen en alleen al in de Verenigde Staten via Pandora bijna negentien miljoen uur muziek stromen.

Het is een duizelingwekkend geheel dat veel vragen oproept. Een ervan en misschien wel de belangrijkste: wat moeten we hier allemaal mee? Die vraag is te ingewikkeld voor achthonderd woorden, bovendien had ik het er al een keer over. Nee, waar ik het over wil hebben is de toenemende neiging bij kranten, websites en onderzoeks­instituten om de informatiestromen op een andere manier te ordenen dan onze generatie gewend is, niet via letters maar via beelden. Mbaonline maakte van die ene dag internet dan ook een infografiek en haakt daarmee in op een trend: (data)visualisatie. The Economist bijvoorbeeld is er heel sterk in en publiceert zelfs iedere dag een nieuwe, actuele infografiek. Vandaag, de dag dat ik dit schrijf, gaat hij over de invloed van de Oscarnominatie (beetje saai), de dag ervoor was het Super Tuesday (filmpje met graphics, briljant), op 8 maart was het onderwerp de economische verwachting, op de zevende geweld tegen vrouwen. Lang niet alle visualisaties zijn even spannend, daar gaat het niet om. Het gaat om de neiging informatie, zeker van data (veelal cijfers), niet langer te schrijven maar te tonen.

The Economist is dan ook lang niet het enige blad of krant die dit doet, er zijn er vele. Tegelijkertijd barst het van de datavisualisatieprojecten en -onderzoeken. Een fraai voorbeeld hiervan werd enige tijd geleden alweer gemaakt door de Universiteit van Stanford, Journalism in the Age of Data, en vertelt via een documentaire uitvoerig over de nieuwe visuele wereld waarin wij beland zijn (http://datajournalism.stanford.edu/). In deze documentaire wordt ook verwezen naar het project Many Eyes van IBM. Het geeft iedereen de mogelijkheid eigen data in te voeren en daarvan vervolgens een infografiek te maken. De mogelijk­heden zijn legio en maar liefst 123.000 individuen maakten er dan ook gebruik van. Al met al bieden zij een verrassende wereld, niet van letters maar van beelden. Hetzelfde doet Pinterest, een nieuw sociaal medium dat het op dit moment ongelooflijk goed doet. Enkele maanden geleden kwam de site al op de top-tien van meest succesvolle sociale netwerken en had meer dan elf miljoen bezoeken per dag. Naar het zich laat aanzien is het nog maar het begin. Geen praatjes met plaatjes maar plaatjes met praatjes. Zo is de nieuwe wereld.

Wat zegt dit allemaal, wat moeten we ermee? Om te beginnen moet het gevolgen hebben, denk ik, voor het lager onderwijs. Daar staat het lezen nog altijd voorop. Kinderen leren of leerden dat weliswaar aan de hand van plaatjes maar die zijn een middel, het gaat uiteindelijk om de letters. Lezen is letters lezen. Dat moet ieder kind kunnen. Natuurlijk. Tegelijkertijd is het vreemd dat kinderen niet geleerd wordt plaatjes te lezen. De gedachte achter deze veronachtzaming is dat iedereen plaatjes begrijpt en inderdaad, zo lijkt het ook. Maar de ervaring leert dat de werkelijkheid anders is. Juist door hun schijnbare eenvoud is het begrijpen van plaatjes misschien nog wel moeilijker dan het lezen van letters. Want plaatjes zijn eenvoudiger te manipuleren dan letters. Ze hebben instant impact, om het zo maar even te noemen. Ze appelleren aan andere delen van het verstand. Dit alles weet iedereen en toch, we hebben het er zelden over. Plaatjes spreken voor zich, toch?

Hiermee ben ik, al wilde ik het vermijden, uitgekomen bij het filmpje over Kony, op 5 maart op YouTube gezet en op 11 maart al bijna zeventig miljoen keer bekeken. Was zoiets mogelijk geweest met letters? Ik denk dat het antwoord er maar één kan zijn: nee. Dan heb ik het nog niet over de vorm van de film, evenmin over de inhoud maar enkel over het medium. Beelden, indien goed of slim gemaakt, zijn als hamers die in een fractie van tijd alle cellen in de hersenen platslaan. Wie dat weet, beschikt over een machtig instrument.