Viswanathan anand

10 september begint in New York de PCA-schaaktweekamp om de wereldtitel tussen de praatjesmaker Gari Kasparov en de ingetogen Viswanathan Anand. De schaakwereld hoopt op een overwinning voor de sympathieke Indier. Al was het alleen maar omdat er dan eindelijk een kampioen zal zijn uit het land waar het spelletje in de zesde eeuw werd uitgevonden.
‘SPEEDY GONZALES’ wordt hij genoemd, want Viswanathan Anand heeft de naam voor een partij schaak zelden meer dan een uur bedenktijd te gebruiken. En met die andere bijnaam, ‘De snelheidsduivel van Madras’, wordt weliswaar plichtmatig naar zijn geboorteplaats verwezen, maar vooral ook naar zijn vlotte geschuif.

‘Vishy’, zoals velen hem liefkozend noemen, is westers georienteerd, past zich makkelijk aan en leert snel. Volgens sommige insiders is de uit een familie van brahmanen afkomstige Indier zelfs in staat zijn eigen snelheid af te leren. In de eerste partij van zijn match van begin dit jaar tegen Gata Kamsky, het andere grote jonge schaaktalent, overschreed hij geheel tegen zijn gewoonte in de tijdslimiet. Maar een nieuwe, rijpere Anand was geboren. In de rest van de tweekamp liet hij zich niet eens meer van de wijs brengen door de psycholische oorlogsvoering van enfant terrible Kamsky. Als die mismoedig met zijn hoofd schudde om valselijk de indruk te wekken dat zijn eigen lepe zetten vergissingen waren, bleef Anand onverstoorbaar naar het bord kijken.
SUSHILA VISWANATHAN leerde haar op 11 december 1969 geboren zoontje de eerste beginselen van het schaak toen hij zes jaar oud was. Gedrild door de ouderlijke hand is Anand echter niet. Hij stapte zelf in 1976 op goed geluk de Tal Chess Club in Madras binnen, om daar voor vijf roepies per jaar lid te worden. Met de schaakboeken die hij als troostprijzen voor zijn eerste partijtjes ontving, wist hij zich verder in het spel te bekwamen. Hij won in 1980 een schooltoernooi, en deed voor het eerst echt van zich spreken toen hij in 1987 op de Fillipijnen wereldkampioen van de junioren werd.
Vandaag de dag is Anand met zijn 25 jaar niet eens bijzonder jong voor iemand die zich aan de schaaktop manifesteert. Nu schakers in korte tijd enorme studie-inspanningen moeten verrichten en over de hele wereld toernooien moeten afreizen, met het daarbij behorende ongeregelde hotelleven, heeft het spel zich tot een welhaast fysieke sport ontwikkeld, waarbij hoge noteringen voor heren van middelbare leeftijd vrijwel uitgesloten zijn. Het is dan ook niet zozeer zijn leeftijd waardoor Anand zich van zijn huidige collega’s onderscheidt, het is vooral het in de schaakwereld ongebruikelijke feit dat iedereen hem aardig vindt. Kasparov en Karpov kunnen elkaar zoals bekend niet luchten. Short had altijd de pest aan Kasparov, sloot even een pact met hem, maar kreeg, toen dat voor hem zelf niet goed uitpakte, weer zijn bedenkingen. Timman krijgt zowel van Kasparov als van Karpov de kriebels en Short ziet Timman weer niet zitten. Maar als 'Vishy’ ter sprake komt, verschijnt er bij vrijwel iedereen een vertederde glimlach op het gezicht.
Zo ontbrak het ook op het onlangs in Amsterdam gehouden Donner-schaakmemorial niet aan sympathiebetuigingen. 'Ik hoop dat hij wint van Kasparov, het is een gezellig type’, zegt John van der Wiel. 'Uiterst intelligent en een beminnelijk mens’, weet Jan Timman. Voor Jeroen Piket is hij kortweg 'een van onze jongens’.
Anand praat veel, lacht graag, intimideert niet en toont voor iedereen respect. Maar zoals vaker het geval is met mensen die door iedereen aardig worden gevonden, is een zekere mate van opportunisme hem niet vreemd. Eigenlijk is hij vegetarier, maar omdat hij zich moet aanpassen aan de keuken van zo veel verschillende landen, eet hij af en toe een visje. In principe is hij geheelonthouder, maar als dat zijn sociale status in de schakerswereld ten goede komt, slaat hij een bezoekje aan een cafe niet af. Hij is volkomen westers, luistert naar de Pet Shop Boys en kijkt naar films van Arnold Schwarzenegger, maar om zijn ouders niet voor het hoofd te stoten laat hij hen toch tezijnertijd volgens Indiase tradities een bruid voor hem uitzoeken.
Het sterkste bewijs van zijn vermogen om kolen en geiten te sparen en tegelijkertijd zijn eigen belang te dienen, is het 'wedden op twee paarden’, zoals dat in verschillende kranten en schaakbladen met gevoel voor beeldspraak genoemd werd. Terwijl de schaakwereld lange tijd in twee kampen was verdeeld, die van de PCA en die van de Fide, zag Anand er geen been in om tegen fikse vergoedingen zowel aan de kwalificatietoernooien voor het Fide-wereldkampioenschap als aan die voor de PCA-titel deel te nemen. 'Ik ben een bank met twee rekeningen, so what?’ luidde zijn commentaar.
Het past allemaal in Anands opvattingen over de mentaliteit van de schaker. Sprekend over het groezelige image van schakers als junkfood kauwende holbewoners met vet haar en onmogelijke brilmonturen, deed Anand, zelf een representatieve verschijning, vorig jaar in het schaakblad New in Chess een simpele oplossing aan de hand: 'Maak ze duidelijk dat het ze financieel voordeel oplevert als ze met pak en das verschijnen. Het zijn net studenten: als ze een goede baan krijgen, gaan ze ineens hun kamer opruimen.’
Anands mening over de schaakwereld is niet onbelangrijk. Als hij van Kasparov wint, wijst hij daarmee namelijk niet alleen de beste schaker terug, maar onttroont hij tevens de man die de schaakwereld volledig beheerst. Want hoewel het in 1993 nog een waagstuk leek toen Kasparov samen met Nigel Short besloot de PCA op te richten uit onvrede over de condities waaronder hun strijd om het Fide-wereldkampioenschap moest plaatsvinden, is inmiddels duidelijk dat Kasparovs tactiek om voor zijn nieuwe bond zichzelf als uithangbord te gebruiken, succes heeft. Het prijzengeld dat de PCA voor toernooien van sponsors los wist te krijgen, lag veel hoger dan de bedragen waar Fide-baas Campomanes met zijn oudbakken vriendjespolitiek de hand op wist te leggen.
Dat het Kasparov niet om de rechten van de schaker in het algemeen was begonnen, maar uitsluitend om het verwerven van een absolute machtspositie, werd duidelijk toen hij eind 1994 de capitulerende Campomanes min of meer de doodskus gaf. De Fillipijn stemde in met een samenvoeging van de Fide en de PCA in 1996. Tot verbazing van vriend en vijand stipuleerde Kasparov daarop dat de alom gehate Campomanes aan zou blijven als voorzitter van de Fide. De baas bleef kortom, maar er kwam een bovenbaas bij.
GEZIEN DEZE verwikkelingen hoeft het geen verbazing te wekken dat veel schakers de confrontatie tussen Anand en Kasparov met meer dan alleen sportieve belangstelling zullen volgen. Timman: 'Kasparov is al heel lang aan de macht. Hij heeft ontzettend veel aandacht gekregen en verschillende democratische principes om zeep geholpen. Onder Anand zou er een veel gematigder koninkrijk komen.’ Van der Wiel: 'Ik hoop dat Anand wint. Afgezien van mensen die nog geld krijgen van Kasparov, doet iedereen dat trouwens.’
Over de kansen van Anand is men verdeeld. Jeroen Piket: 'Kasparov is kwetsbaarder geworden en Vishy wordt elk jaar sterker.’ Jan Timman: 'Anand heeft absoluut kansen. Bij een stand van 5-5 wordt het echt een open partij. Hij moet wel genoeg tijd gebruiken. Maar snelheid is ook een manier om een tegenstander onder druk te zetten.’ John van der Wiel is het meest sceptisch: 'Anand schaakt nog steeds te snel. Hij doet vaak zetten die “lastig” voor de tegenstander zijn, maar die in een analyse geen stand houden. Zijn eindspeltechniek is bovendien zwak. Hij moet het hebben van de overrompeling. Die tactiek zal hem tegen Kasparov echter niet baten.’
Is het spel van Anand inderdaad te snel en doorzichtig? Misschien. Een van zijn opmerkelijkste partijen was in ieder geval die tegen Zapata in 1988, die hij in zes zetten verloor, wat onder topschakers welhaast een unicum is. De partij ging als volgt (Anand speelt met zwart): 1 e2-e4 e7-e5 2. Pg1-f3 Pg8-f6 3. Pf3xe5 d7-d6 4. Pe5-f3 Pf6xe4 5. Pb1-c3 Lc8-f5?? 6Dd1-e2! Zwart geeft op. Wie wil kan het naspelen. Anand komt met zijn stukken lekker snel naar voren, maar verliest in de bereikte stelling in het beste geval een paard. Na zes zetten is dat dodelijk. Zelfs als je tegenstander geen Kasparov heet.