Viva las vegas

In de bioscoop draaien op het ogenblik zeker drie films die in Las Vegas spelen. Ik zag ze alledrie kort na elkaar waardoor de decors van Showgirls, Casino en Leaving Las Vegas begonnen te versmelten.

Ik kan mij nu voorstellen dat iemand ooit alle films die in Las Vegas spelen invoert in een ingenieus digitaal spelletje zodat de speler van het spel niet meer zelf naar Las Vegas hoeft en bovendien naast Sharon Stone (Casino) aan de roulettetafel kan aanschuiven. Of even naast een dronken Nicolas Cage (Leaving Las Vegas) gaan zitten, die vergeefs van een striptease-act probeert te genieten. En het zal dan vast mogelijk zijn om de anonieme danseres die voor Cage danste te vervangen door het lijf van Elisabeth Berkley (Showgirls). Wellicht roept zo'n spel op den duur wel weer de behoefte op om de personages terug te zien in hun oorspronkelijke context. Om die aardige en wanhopige alcoholist die door Cage wordt gespeeld, weer in zijn volledige filmlengte ten onder te zien gaan. Of om na te gaan hoe het kan dat de baas van het Casino Algiers (Robert de Niro) na iedere klik van de muis een ander pak aan heeft.
Ondanks de gemeenschappelijke locatie gaan de films zelf helemaal niet op elkaar lijken. Het gelijke decor doet ook de verschillen duidelijker uitkomen. Kwaliteitsverschillen bijvoorbeeld. In Showgirls van Paul Verhoeven en Casino van Martin Scorsese wordt veel moeite gedaan om te laten zien hoe een bepaald gedeelte van Las Vegas achter de schermen functioneert. Verhoeven neemt de kijker mee naar de kleedkamers van de topless-danseressen en Scorsese naar de geldtelkamers van de casino’s. Beiden willen laten zien hoe een hard en meedogenloos systeem werkt. Een systeem waarin alleen nietsontziende ambitie iemand op de been kan houden. Scorsese laat het hele raderwerk virtuoos en met veel ironie en vooral ook zeer gedetailleerd zien. Verhoeven heeft daar geen tijd voor. Die wilde zoveel vaart in zijn film houden dat hij overal langs moest scheren. Humor is hem vreemd, evenals gevoel voor detail.
De grootse spektakels Showgirls en Casino laten ook goed zien hoe anders de weg is die Mike Figgis met Leaving Las Vegas bewandelde. Het ging hem niet om de glitter maar om de mensen. Las Vegas is in zijn film eigenlijk bijzaak omdat het hem niet om het werkelijke Las Vegas ging maar om de symbolische waarde van deze moderne glimmende variant op de bijbelse steden Sodom en Gomorra. Scorsese koos wat dat betreft een middenweg: hij heeft ook oog voor de welhaast apocalyptische kanten van de graaistad Las Vegas, maar legde zich aan de andere kant op een bijna manische manier toe op het zo authentiek mogelijk in beeld brengen van een Las Vegas zoals dat werkelijk in de jaren zeventig heeft bestaan. Het Las Vegas van Verhoeven is te plat voor beide: het werkt niet als een authentieke weergave en ook niet als symbool, omdat er geen balans is tussen de stilering van de interieuropnamen en het realisme van de buitenscenes.
Maar het grootste probleem van Showgirls is - naast films als Casino en Leaving Las Vegas - bijna te pijnlijk voor woorden. Scorsese en Figgis beseften dat je alleen met het geld en de seks van Las Vegas nog geen film hebt, zoals je met paarden en een woestijn nog geen western hebt - je hebt ook nog acteurs van een bepaald kaliber nodig om al die geilheid en weelde te dragen. Sharon Stone is onder de regie van Scorsese heel redelijk (al gaat het in Casino natuurlijk om de interactie tussen Robert de Niro en Joe Pesci), Elisabeth Shue speelt meer dan verdienstelijk in Leaving Las Vegas (al is de glansrol hier uiteraard voor Nicolas Cage), maar ene Elisabeth Berkley wordt in Showgirls door Verhoeven op een haast sadistische manier voor schut gezet. Wat heeft het voor zin om iemand die niet kan acteren en de erotische uitstraling heeft van een Barbiepop de hoofdrol te geven in een dure opgeklopte soft sex-film?
Het heeft een voordeel. Het toont aan dat ook een mindere Scorsese mijlenver boven zoiets is verheven en dat Leaving Las Vegas meer is dan zomaar een aardige film.