Obama vs Romney: De stem van de Hispanics

Viva Obama!

In de gelijk opgaande strijd tussen Mitt Romney en Barack Obama kunnen in een aantal swing states de Spaanstalige stemmen de doorslag geven. Het zijn vooral de Democraten die daarvan profiteren.

Medium afbeelding 7

Misschien vielen ze niet op naast Clint Eastwood met zijn lege stoel en Bill Clinton met zijn superspeech, maar op de conventies deze zomer kregen twee jonge politici een prominente plek. Op de Republikeinse conventie was het Marc Rubio, senator voor Florida van Cubaanse komaf. Op de Democratische conventie zagen we Julian Castro, burgemeester van San Antonio en zoon van Mexicaanse immigranten. Ze deden het goed; twee jonge Hispanics die hun kandidatuur voor hoge ambten in de toekomst aankondigden.

Maar daar hielden de overeenkomsten op. Marc Rubio sprak een Republikeinse conventie toe waar weinig Hispanics waren, ook al vond ze plaats in Tampa, Florida, een staat waar behoorlijk wat Hispanics wonen. De blanke, wat oudere en weinig emotionele conventiegangers juichten voor Rubio, maar tegelijk wisten ze heel goed dat er op 6 november niet veel Hispanics gaan stemmen op Mitt Romney en de Republikeinse Partij. Bij de Democraten daarentegen sprak Julian Castro voor een energiek en emotioneel multicultureel publiek. En hij wist al bij voorbaat dat de Democraten straks meer dan zestig, misschien zelfs zeventig procent van de stemmen van Hispanics binnenhalen.

De reden dat beide mannen mochten spreken was dezelfde: in een aantal swing states kunnen de Spaanstalige stemmen bepalen wie er wint en de kiesmannen krijgt. Hispanics – in meerderheid van Mexicaanse of Midden-Amerikaanse afkomst – doen ertoe bij deze verkiezingen. Dat is de reden dat de tv-serie West Wing koos voor Matthew Santos als verrassende opvolger van president Bartlet, in een scenario dat leek op dat van Obama in 2008. Alleen konden de schrijvers van de serie rond 2005 zich een van oorsprong Spaans sprekende president beter voorstellen dan een zwarte president. En terecht. De cijfers vertellen het verhaal. Volgens de volkstelling van 2010 maken Hispanics bijna zeventien procent uit van de Amerikaanse bevolking; vijftig miljoen Amerikanen identificeren zichzelf als zodanig. Ze zijn steeds meer in politiek geïnteresseerd en vanwege de groei van hun aandeel en de leeftijdsopbouw daarvan (veel kinderen) komt er ieder verkiezingsjaar een flink aantal kiezers bij. Bij de presidentsverkiezingen van 2008 maakten Hispanics nog maar negen procent uit van het totale aantal kiezers, dit jaar zal dat aandeel zeker hoger zijn.

In een staat als New Mexico zijn Hispanics in de meerderheid. Hoe spannender de verkiezingen in swing states als Colorado en Nevada, hoe groter hun rol daar wordt. Ze kunnen het verschil maken en de Obama-campagne spaart kosten noch moeite om hen te registreren en naar de stemlokalen te lokken. In Florida, waar nu 23 procent van de bevolking Hispanic is, wordt het steeds moeilijker om zonder hun steun te winnen. Het is dat veel Hispanics er van Cubaanse komaf zijn, anders konden de Republikeinen het wel vergeten. Zelfs in Texas, sinds de jaren zestig stevig in Republikeinse handen, kunnen de Democraten rekenen op een comeback als ze die Hispanics kunnen behouden.

Marc Rubio en Julian Castro lijken eenzelfde immigrantenverhaal over de American Dream te vertellen, maar ook op dat punt onderscheiden ze zich van elkaar. Dat Rubio een Cubaanse achtergrond heeft en Castro een Mexicaanse is niet zonder betekenis. In de wereld van Rubio zijn Hispanics vluchtelingen voor een dictatoriaal regime die naar de VS kwamen op zoek naar vrijheid. De overheid zien ze niet als hun vriend. Julian Castro vertegenwoordigt de veelal Mexicaanse immigranten die op zoek waren naar een beter leven, in elk geval voor hun kinderen. Noem hen economische immigranten. Anders dan Cubanen die meteen genaturaliseerd kunnen worden, zijn velen van hen illegaal in de VS.

Terwijl Rubio president Obama beschreef als het soort dreiging waarvoor Hispanics waren gevlucht, een crypto socialist, of erger, een communist, zag Julian Castro hem als een vertegenwoordiger van de overheid die zijn familie had geholpen de weg te vinden in Amerika.

De burgemeester van het Texaanse San Antonio, de informele hoofdstad van Hispanic America, vertelde dat zijn moeder werkte als schoonmaakster om het hoofd boven water te houden en dat hijzelf was aangewezen op publiek onderwijs. Dit is de crux van het verschil tussen Democraten en Republikeinen: hun mening over de rol van de overheid. Hispanics weten dat ze zonder investeringen in onderwijs, gezondheidszorg, werktraining en andere overheidsvoorzieningen weinig kans hebben op sociale mobiliteit en succes. Kom bij hen niet aan met anti-overheidsretoriek.

Het gaat hun niet zozeer om het immigratiebeleid op zich, maar om de toon van het debat. Zo joeg Mitt Romney hen tijdens de voorverkiezingen al weg toen hij de meest conservatieve, tegen de staat en tegen immigratie gekante vleugel van de Republikeinen probeerde te bereiken. In een gedenkwaardige woordenwisseling tijdens een debat in Florida kwalificeerde Rick Perry, de gouverneur van Texas, de tegenstanders van het geven van onderwijs aan kinderen van illegale immigranten als ‘harteloos’. Als gouverneur van Texas, een staat met een hoog percentage kinderen van illegalen, had hij zich socialer opgesteld. Romney zag in die opmerking een uitgelezen kans om zijn conservatieve vlag aan de mast te spijkeren. Met veel aplomb verkondigde hij keihard te zullen optreden. Dat betekende dat hij in dit geval inderdaad harteloos moest zijn, vond Romney. Het publiek in Florida applaudisseerde. Het Obama-campagneteam ook: zo werden de Democraten nog steviger verankerd onder de Hispanic-kiezers.

Het is een probleem voor de Republikeinen dat verder reikt. De Republikeinse Partij is overwegend blank, meer landelijk dan grootsteeds, en weerspiegelt niet de multiculturele aard van de Verenigde Staten waarin geleidelijk alle groepen minderheidsgroepen zijn geworden. In Californië en Texas zijn caucasians, westerse blanken, al geen meerderheid meer. Landelijk is het nog niet zo ver, maar de trend is duidelijk: binnenkort is Amerika een land van alleen maar minderheden. Politici die niet in staat zijn hun etniciteit te overstijgen en een overkoepelende boodschap te formuleren, kunnen het vergeten.

Het is niet zo dat de Republikeinen geen kansen hadden om meer Hispanics te trekken. Als brave katholieken zijn Hispanics over het geheel genomen tamelijk conservatief op het gebied van social issues als abortus, euthanasie, geloof en gezin. Ze zouden als rijpe appelen in de Republikeinse mand moeten vallen. Zoals Ronald Reagan het naar verluidt in de jaren tachtig eens gezegd zou hebben: ‘Latino’s zijn Republikeinen, alleen weten ze het nog niet.’ Zoals met veel Reagan-wijsheid het geval is, is de quote nergens te vinden, maar hij had het kunnen zeggen. De man was politicus genoeg om te weten welke kant de wind uit waaide. Hij kwam niet voor niets uit Californië, waar Hispanics altijd een groter deel van de bevolking uitmaakten dan elders. Hispanics wonen daar al vele generaties, sinds de tijd dat de Amerikanen Californië aftroggelden van Mexico. De electorale oogst voor de Republikeinen was niet altijd zo schraal. In 2004 won president Bush nog meer dan veertig procent van de stemmen onder Hispanics, ondanks het torpederen van Bush’s immigratievoorstellen door zijn eigen partij.

Broer Jeb Bush, ex-gouverneur en getrouwd met een Hispanic, probeert al jaren de toon te verzachten. Op de jongste conventie deed hij dat zonder veel succes, maar hij is voor velen een gedroomde kandidaat. Om hem kans van slagen te geven is meer nodig dan enkel het terugdraaien van de retoriek over immigratie en illegaliteit. Het is ook een kwestie van inclusief beleid, en dat is niet het sterkste punt van de Republikeinen. In Californië, een staat waar de partij sinds Reagan sowieso al in de lappenmand zit, is de Hispanic vote al verloren sinds 1992. In dat jaar probeerde de Republikeinse gouverneur Pete Wilson er een referendum door te jassen over een voorstel dat elke vorm van sociale dienstverlening aan illegale immigranten uitsloot. ‘They just keep coming’, riep hij in een berucht geworden commercial. Het referendum werd door het hooggerechtshof van Californië verworpen, maar de Hispanics wisten eens en voor altijd wie hun grootste vijand was. Door het electoraat op deze manier schrik aan te jagen, pleegde niet alleen Wilson maar ook de Republikeinse Partij in Californië electorale zelfmoord. Het kostte Wilson mogelijk de presidentskandidatuur in 1996 en in Amerika’s belangrijkste staat zijn de Republikeinen nu zo rechts en zo onvermurwbaar dat ze er permanent in de minderheid verkeren.

Bij presidentsverkiezingen stemde Californië vrijwel altijd al Democratisch, maar de meerderheid wordt steeds groter. Op staatsniveau werkt nu geen enkele gekozen Republikein. Dreigender is de situatie in Texas. Daar is het nog niet zo ver, maar die staat zou ook een swing state kunnen worden als de grote Hispanic minderheid (38 procent) politiek actief wordt. Het aantal stemgerechtigde Hispanics neemt er snel toe en ze hebben meer politieke interesse dan hun ouders en grootouders, die zich liever gedeisd hielden.

In staten als Nevada en Colorado kunnen Hispanics beslissend zijn. Het zijn cruciale staten in het bouwsel van kiesmannen dat Obama heeft opgezet, want als Obama deze staten kan behouden, dan moet Romney een combinatie van industriestaten winnen, plus Florida en Virginia, en dat is lastig. Nu het krap dreigt te worden voor beiden, zal Romney het niet meer over immigratie hebben maar over het slechte economische beleid van Obama, teneinde blauwe-boorden­kiezers over te halen Republikeins te stemmen. Om kiezers te winnen kan Romney inderdaad beter zwijgen over immigratie en illegalen, alleen zullen de Democraten dat niet toelaten.

De afgelopen jaren hebben de Republikeinen elke ouverture verworpen om de meer dan tien miljoen illegalen, voornamelijk Hispanics, een meer stabiele basis te geven voor hun leven in Amerika. Voor de goede orde: de Amerikaanse economie kan niet zonder hen. Toch sneuvelden de redelijke voorstellen die president Bush deed. Dat gold ook voor de Dream Act van de regering-Obama die illegalen een traject gaf om hun positie te formaliseren en uitzicht gaf op citizenship. De boodschap van de Republikeinen is hard en onverdraagzaam, de praktijk van wetgeving in staten als Arizona en Alabama is discriminerend en agressief en treft in de dagelijks praktijk niet alleen illegalen maar alle Hispanics.

Hoewel hij sinds het eerste debat naar het politieke midden opschuift en afstand neemt van eerdere uitspraken heeft Romney moeite om zich los te maken van zijn scherpe standpunten in de voorverkiezingen. Neem zijn pleidooi voor een beleid dat het leven van illegalen zo onaangenaam maakt dat ze vanzelf zullen vertrekken. Hij noemt dat ‘zelfdeportatie’. Nog afgezien van deze onaangename terminologie leidt deze houding tot wetgeving zoals die in Arizona waar de politie iedereen kan aanhouden van wie ze denkt dat hij illegaal in Amerika zou kunnen verblijven.

Obama heeft het spel van de andere kant gespeeld. Begin juni verleende hij een tijdelijke waiver op het uitwijzen van meer dan achthonderdduizend illegale immigranten. Mensen die naar de VS kwamen voordat ze zestien waren en die nu nog jonger zijn dan dertig, een high school hebben afgemaakt of een gelijkwaardige opleiding, geen strafblad hebben en de laatste vijf jaar in de VS hebben gewoond, mogen voorlopig blijven en een aanvraag indienen voor een werkvergunning. Na twee jaar kan die vernieuwd worden. Niet alleen Hispanics, maar ook de meeste andere kiezers zijn hier voor, wat al iets zegt over de mate waarin de Republikeinen deze boot missen.

Romney had het er maar moeilijk mee. Hij beschuldigde Obama van politieke spelletjes met immigratie. Maar wie geschokt is dat er politiek bedreven wordt, is naïef of hypocriet – of allebei. Romney had er beter aan gedaan zelf een visie op immigranten, Amerikaanse economische belangen en langetermijnbeleid te ontvouwen. In plaats daarvan probeerde hij zowel Hispanics als conservatieven ter wille te zijn en vervreemdde beide van zich. Romney zei dat hij Obama’s waiver zou terugdraaien en sprak ook niet zijn steun uit voor een eerder voorstel van senator Marc Rubio van Florida dat amnestie zou geven aan kinderen van illegale immigranten die de middelbare school hebben afgemaakt. Rubio was door zijn eigen partij gedwarsboomd toen hij ruim vóór Obama met dat gelijksoortige plan kwam. Obama was slim genoeg om het over te nemen en per presidentiële order in te voeren. Rubio pruttelde over het passeren van het Congres, maar in feite had hij vooral last van gebrek aan steun uit zijn eigen partij.

Sinds de conventie heeft Romney zijn harde standpunten behoorlijk verzacht. Bij zijn nieuwe imago van gematigd gouverneur van Massachusetts passen ze niet meer. Net voor het eerste debat meldde hij dat hij Obama’s maatregel die jonge illegalen werkvergunningen geeft niet onmiddellijk zal terugdraaien. De Republikeinse basis taalt er niet naar, ze vindt alles prima, zolang Obama maar kan worden verslagen. Maar Hispanics laten zich niet voor de gek houden en Romney moet rekening houden met lage percentages in cruciale staten. Het kan net de marge van verschil zijn die Obama laat winnen. De kloof tussen Romney en de gewone Amerikaan – want dat is een Hispanic natuurlijk ook – werd mooi verwoord door Julian Castro op de Democratische conventie. De zoon van de schoonmaakster die zich uitsloofde om haar kind kansen te geven in Amerika reageerde op het advies van Romney aan studenten: leen geld van je ouders. ‘Wauw’, sprak hij spottend: ‘Waarom heb ik daar niet aan gedacht?’ In West Wing won Santos de beslissende kiesmannen in Nevada waar Hispanics hem over de streep hielpen. Zou de werkelijkheid de tv-serie imiteren?

Romney onderkent het probleem, al lijkt hij zichzelf nauwelijks te kunnen helpen. Tot het eerste debat was hij vooral bang om conservatieve Republikeinen van zich te vervreemden met voorstellen die toch maar weinig Hispanics zouden overhalen om Republikeins te stemmen. Nu is het te laat om Hispanics binnen te trekken.

Ondertussen heeft de Obama-campagne een heel leger aan vrijwilligers op de been om kiezers te registreren. Daar is een wereld te winnen, want Hispanics zijn relatief apolitiek. Het is een bekend verschijnsel in immigrantengroepen: nieuwkomers, legaal of illegaal, willen niet te veel aandacht op zich vestigen. De Obama-campagne heeft er hard aan gewerkt om dat te veranderen, onder meer met Spaanstalige televisiecommercials in de staten Florida, New Mexico, Nevada en Colorado. Stephen Colbert van Comedy Central overdreef maar een beetje toen hij suggereerde dat de Hispanics Obama gaan redden, met een fijne verwijzing naar al het tuin- en schoonmaakwerk dat Hispanics verrichten: ‘Opnieuw doen Hispanics iets wat Amerikanen niet meer willen doen: stemmen.’