Cabaret: De Partizanen

Vlaams accent

Thomas Gast en Merijn Scholten van De Partizanen. © Roger Cremers

Merijn Scholten en Thomas Gast (De Partizanen) leerden elkaar kennen bij Comedytrain, waar al snel bleek dat duocabaret hen beter lag dan stand-upcomedy. Twee voorstellingen maakten ze waarin ze een groot arsenaal aan typetjes opvoerden (met als favoriet de foute marketingjongen) en tegelijkertijd ironisch commentaar leverden op hun eigen werk.

In hun derde voorstelling Het leven an sich bereikt het metacabaret van De Partizanen een voorlopig hoogtepunt. Scholten en Gast blikken alvast terug op hun eigen voorstelling in een fictieve Zomergasten-aflevering. Het is twintig jaar later en er blijkt een beruchte theaterbrand te zijn geweest die het duo uit elkaar heeft gedreven. Scholten zou de brand hebben aangestoken, maar het motief is nooit opgehelderd. In de uitzending is alleen Gast te gast, die opeens met Vlaams accent spreekt. Scholten speelt een ijdele Zomergasten-presentator, die zich elitair opstelt maar vooral geïnteresseerd blijkt in persoonlijk drama.

De terugkerende Zomergasten-interviews vormen een mooi raamwerk, dat voldoende ruimte biedt aan losse sketches waarin het duo de tijdgeest becommentarieert. Zo openen De Partizanen met een sterk stukje meditatie (ze noemen het ‘wellness-cabaret’) waarmee het idee van onthechting op de hak genomen wordt. Even later voeren ze twee politici ten tonele die elkaar een gebrek aan inhoud verwijten maar zelf niks te melden hebben (‘We zijn hier met inhoudelijke politiek bezig, niet met showballet’). Hoogtepunt is een sketch waarin een traditionele bakker (Gast) ondervraagd wordt door een gelikte zakenman (Scholten) die meer interesse heeft in marketing dan in brood: ‘Ja, maar kun je ook een verhaaltje vertellen over het brood? Weet je wie de boer is?’ Steeds nemen ze het lege taalgebruik op de hak dat we dagelijks om ons heen horen – in de media, de commercie en de politiek.

Maar De Partizanen graven nog dieper. De fictieve ruzie tussen Scholten en Gast die aan de dramatische brand voorafging, roept spannende vragen op over engagement en over werkelijkheid versus fictie. Scholten twijfelt aan hun engagement – is dat niet slechts een vorm van opportunisme, een manier om kritiek te leveren op de ander en zelf buiten schot te blijven? Gast daarentegen is ervan overtuigd dat je vooral een goed verhaal moet hebben. Engagement is ook maar marketing. Waarom zou je jezelf geen Vlaams accent aanmeten als je daarmee diepgang kunt suggereren?

Natuurlijk wordt er een spel gespeeld met het publiek: de avond waarop het theater afbrandde, is precies de avond waarop het publiek in de zaal zit. Dit lijkt misschien een flauwe gimmick, maar het levert veel op. Behalve een geslaagde parodie op het elitaire vpro-sfeertje stelt deze ingreep De Partizanen in staat om hun eigen sketches van metacommentaar te voorzien. ‘Het was heel meta hè, wat jullie deden’, verzucht de presentator na de zoveelste sketch.

De aangekondigde brand moet bijna wel op een anticlimax uitlopen. We wéten immers dat De Partizanen het theater niet werkelijk in brand zullen steken. Maar Scholten en Gast slagen erin om de opgebouwde spanning te ontladen in een beeldschone slotscène, die tegelijk bevreemdend en ontroerend is.


De Partizanen, Het leven an sich, tournee t/m 11 januari. Gezien: 3 juni, Leidse Schouwburg