Vlaanderen Vooruit

Het gaat goed met de Vlaamse literatuur. Een nieuwe generatie schrijvers timmert stevig aan de weg. Evenementen als Uitgelezen en de Antwerpse Boekenbeurs en de activiteiten van Het Beschrijf trekken massa’s mensen.

Gent, een winteravond. De balzaal van Kunstencentrum Vooruit stroomt langzaam vol. Het publiek komt voor Uitgelezen, een boekenprogramma dat het centrum zes keer per jaar organiseert in samenwerking met de krant De Morgen. Zoals meestal zijn de 250 beschikbare plaatsen niet toereikend. Klapstoeltjes worden bijgeschoven en terwijl zanger Filip Kowlier een lied aanheft, zoeken de laatkomers nog gauw een plekje tegen de muur.
De formule van Uitgelezen is eenvoudig. Onder leiding van presentatrice Fien Sabbe ontvangen twee vaste panelleden, Knack-journaliste Anna Luyten en minister van staat Jos Geysels, steeds twee gasten. Voor de pauze bespreekt men drie boeken rond een thema, erna stelt iedereen zijn of haar favoriete boek van het moment voor. Tussendoor is er muziek, en de avond wordt afgesloten met een tombola.
Vanavond zijn schrijfster Lieve Joris en acteur Gène Bervoets te gast om te praten over het thema migratie en reizen. Geysels en Bervoets debatteren over Jenny Diski, en er wordt in lovende termen gesproken over het werk van Jef Geeraerts, die op de eerste rij zit. Na de pauze vertelt Joris hoe V.S. Naipaul haar heeft gestimuleerd in haar werk, en breekt Luyten een lans voor de biografie van de excentrieke Wittgensteins. Het publiek, jong en oud, geniet.
Een programma als Uitgelezen staat niet op zichzelf. Tegelijk met de opkomst van een talentvolle generatie jonge auteurs – Stefan Brijs, Erwin Mortier, Dimitri Verhulst, Saskia de Coster, Annelies Verbeke en nog een hele rij anderen – is ook het literaire leven in Vlaanderen tot bloei gekomen. Het wemelt er van de literaire festivals en manifestaties, en iedere stad of dorp heeft tegenwoordig zijn eigen leesclub. Ook wat de boekenverkoop betreft is Vlaanderen de traditionele achterstand op Nederland aan het inlopen. In 2007 steeg deze met acht procent, tegen 4,5 procent bij ons.
Geysels situeert de oorsprong van deze ontwikkeling in het midden van de jaren tachtig: ‘Op dat moment bevond de boekenbranche zich in een zware crisis. Men heeft toen gedacht: we kunnen twee dingen doen, bij de pakken neerzitten of proberen deze trend te keren. Vervolgens zijn een paar initiatieven opgestart, en sindsdien heeft de sector zich stapje voor stapje geprofessionaliseerd.’
De eerste die de handschoen oppakte was Luc Coorevits, tegenwoordig organisator van zo’n tachtig literaire activiteiten per jaar, waaronder het Vlaams-Nederlandse festival Saint Amour en onlangs nog Woest van Tom Lanoye en Geletterde mensen met Ramsey Nasr en Mauro Pawlowski. In 1984 richtte Coorevits Behoud de Begeerte op, een ‘kunstencentrum voor letteren’. Literaire optredens organiseren was destijds echt pionierswerk, zegt hij: ‘Daarvoor was er vrijwel niets. De Nachten van de poëzie en de Boekenbeurs, daarmee had je het wel gehad. Maar wat er wél was, en dat was onze redding, was een heel goed netwerk van theaters en culturele centra. Nederland heeft dat ook, maar in de meeste andere Europese landen kennen ze dat totaal niet.’
Terwijl Coorevits in dat circuit gestaag een publiek opbouwde, werd in de jaren negentig opnieuw een belangrijke stap gezet. Naar het voorbeeld van Nederland begon het Vlaams Fonds voor de Letteren met het ondersteunen van literaire activiteiten en het verstrekken van werkbeurzen aan auteurs. Dit had een niet te onderschatten invloed op het literaire klimaat, zegt de huidige directeur van het VFL, Carlo Van Baelen: ‘Vijftien jaar geleden waren er in Vlaanderen maar een paar auteurs die van hun pen konden leven. Vandaag kunnen dankzij onze steun meer mensen voltijds schrijver zijn.’
Ook de festivals De Nachten (de Vlaamse versie van Crossing Border) en Zuiderzinnen (een openluchtfestival in Antwerpen dat in 2008 25.000 bezoekers trok) dateren uit de jaren negentig. Uitgelezen begon relatief laat, in 2003. ‘Toen wij begin jaren tachtig de Vooruit betrokken, was dat gebouw totaal verloederd’, vertelt programmeur Peter Van den Eede. ‘We zijn eerst het gebouw gaan opknappen en zijn toen begonnen met het organiseren van enerzijds avant-gardistische kunstmanifestaties en anderzijds studentenfuiven en rockconcerten. Debatten of lezingen deden we nooit, tot we in 2003 een discussieavond organiseerden over de oorlog in Irak. Daar kwamen zomaar vijfduizend mensen op af. Toen dachten we: misschien kunnen we dit ook eens proberen met literatuur. Dat was het begin van Uitgelezen. Inmiddels hebben we er zo’n veertig afleveringen in Gent op zitten, plus tournees langs Brussel, Antwerpen, Leuven en Oostende.’
Hoe kan het dat in tijden waarin, ook in Vlaanderen, de kranten en tijdschriften het moeilijk hebben en alom wordt geklaagd over ontlezing, juist de belangstelling voor literaire evenementen zo groot is? Van den Eede ziet twee belangrijke verklaringen: ‘Als ik naar onszelf kijk, denk ik dat de combinatie van ernst en luim die altijd kenmerkend is geweest voor de Vooruit zeker een rol speelt. Maar belangrijker is dat de toeschouwers zich zeer betrokken voelen bij wat er op het podium gebeurt. Uitgelezen is nadrukkelijk een programma voor en door lezers. Natuurlijk nodigen we soms schrijvers uit op het podium, maar ook zij zitten daar in de eerste plaats omdat ze graag lezen. Het publiek deelt die passie, en kan zich daardoor makkelijk met hen identificeren.’
Jos Geysels vermoedt dat ook het soort literatuur dat op dit moment in Vlaanderen wordt geschreven er wel iets mee te maken heeft: ‘Ik hoef daarvoor alleen maar jullie Arjen Fortuyn te citeren. Die schreef in 2006 een stuk waarin hij betoogde dat Vlamingen momenteel beter schrijven dan Nederlanders. “De Vlaamse literatuur gáát ergens over”, zei hij. Ik denk dat die inhoud de mensen in deze tijd ook wel aanspreekt.’
Van een slimme combinatie van vorm en inhoud is eveneens sprake op de Antwerpse Boekenbeurs, die tijdens de 72ste editie in november een recordaantal van 165.000 bezoekers trok. Van een gigantische boekenwinkel is ook de beurs de laatste jaren uitgegroeid tot een grootschalig cultureel evenement waar allerlei activiteiten plaatsvinden. Drommen mensen slepen tassen vol boeken rond, en bij de stands staan lange rijen signeertafels opgesteld waar men schrijvers in levende lijve kan ontmoeten. Hier en daar klinkt wel kritiek op de beurs. Kleine uitgevers klagen over de prijzige stands, de culturele elite over de dagjesmensen die afkomen op de bekende Vlamingen. Maar volgens Geysels is dat laatste kortzichtig: ‘Natuurlijk komen er niet alleen literatuurliefhebbers, natuurlijk ruikt het er naar patat, en natuurlijk worden er veel Pieter Aspes verkocht. Maar wat geeft dat? Je ziet daar gezinnen met kinderen. Je ziet daar hoofddoekjes. Wat wil men nog meer? Het is een enorme reclame voor het boekenvak.’
Het is verleidelijk om een verband te leggen tussen de verbeterde literaire infrastructuur en de talentvolle lichting schrijvers die de laatste tien jaar in Vlaanderen is opgestaan. Maar met dat soort conclusies is het oppassen. Mogelijk spelen andere factoren een rol, zoals de toegenomen welvaart en het daarmee gepaard gaande Vlaamse zelfbewustzijn. Mogelijk is het ook gewoon toeval. ‘Talent kun je niet kweken’, zegt VFL-directeur Van Baelen. ‘Maar ik hoor schrijvers wel zeggen dat ze zich onder de huidige omstandigheden makkelijker op de literatuur kunnen richten.’ Dimitri Verhulst ziet vooral een morele verbetering: ‘Ik weet zeker dat ik zonder beurzen en optredens ook schrijver was geworden. Niemand wordt schrijver om geld te verdienen. Maar het is wel zo dat met name Coorevits voor een nieuwe beroepsethiek heeft gezorgd in Vlaanderen. Een schrijver die op het podium staat is aan het werk, en dient daarvoor fatsoenlijk te worden betaald. Dat is erg prettig.’
Sinds het Vlaamse literaire veld is geprofessionaliseerd, wordt de blik ook steeds vaker gericht op het buitenland. Ook daar worden (mede door een verbeterd vertaalbeleid) goede resultaten geboekt, gezien het grote aantal Vlaamse titels dat recentelijk werd verkocht op de Frankfurter Buchmesse. Een interessant initiatief is ook de Brusselse literaire organisatie Het Beschrijf, dat onlangs zijn tienjarig bestaan vierde in aanwezigheid van auteurs als Cees Nooteboom, Alberto Manguel, Jens Christian Grøndahl en de Franstalige Brusselse schrijver Thomas Gunzig.
De activiteiten van Het Beschrijf stoppen niet bij het organiseren van festivals en evenementen. Men bestiert ook een meertalig internationaal literatuurhuis, Passa Porta, een boekhandel met dezelfde naam, en organiseert een uitgebreid residentieprogramma. Buitenlandse schrijvers worden daarbij uitgenodigd om enkele maanden in Brussel te komen werken. Ook de Nederlandse auteurs Eva Gerlach en Tommy Wieringa namen al eens deel aan het programma.
‘Een van de belangrijkste missies van Het Beschrijf is het slopen van muren rond de Vlaamse literatuur’, zegt directrice Sigrid Bousset. ‘Ondertussen hebben bijna honderd buitenlandse schrijvers met Brussel en Vlaanderen kennisgemaakt. Sinds kort kunnen we ook de omgekeerde beweging maken en Vlaamse auteurs naar het buitenland sturen.’
Bousset is trots op wat Het Beschrijf heeft bereikt: ‘Toen we begonnen, stond Brussel niet op de literaire kaart. Terwijl deze stad als broeinest van talen, identiteiten en culturen toch een natuurlijke biotoop is voor literatuur en reflectie. In relatief korte tijd hebben we dat weten te veranderen, en hebben we aansluiting gevonden bij een internationaal literair netwerk. Dat is stimulerend voor onze schrijvers, en bevrijdend voor het publiek.’