Hoofdcommentaar

Vladimir Poetin, de eenzame bondgenoot

President Poetin van Rusland heeft het druk. Niet in eigen land. Behalve de dagelijkse schrobbering dan wel loftrompet voor een minister of gouverneur is hij op koers. Na de gijzeling van de school in Beslan vorig najaar heeft Poetin het staatsbestel op eigen maat gesneden. De lokale democratie is dankzij het systeem van benoemde bestuurders dit jaar aan banden gelegd. En de nieuwe kieswet, die het aantal partijen in het federale parlement tot twee of drie zal beperken, is op een haar na gevild.

De drukke agenda van Poetin heeft te maken met het buitenland. Deze week is Condoleezza Rice in Moskou geweest: voor gesprekken met hem en haar ambtgenoot Sergej Lavrov op Buitenlandse Zaken. Tussendoor heeft Poetin een gaatje moeten vinden voor Lord John Browne van British Petroleum, dat een aandeel van vijftig procent heeft in het Russische oliebedrijf TNK. Reden? De fiscus heeft TNK/BP vorige week de stuipen op het lijf gejaagd met een aanslag van ongeveer 940 miljoen dollar. Deze claim is een politiek signaal. Het Kremlin stopt niet met het beleid om concerns die de bodemschatten delven en verhandelen stap voor stap te onderwerpen. Wie niet dokt, gaat eraan. De strafzaak tegen oliebaron Michaïl Chodorkovsky (verdacht van fraude) en de ontmanteling van diens Joekos waren slechts het begin. Na de aanval op Joekos, die deze week weer naar nieuwe hoogten is gevoerd, en na een wetsvoorstel dat het buitenlands geparkeerd vermogen onmogelijk moet maken een meerderheidsbelang te verwerven in strategische sectoren in Rusland staan nu de binnenlandse imperia op de rol die zichzelf hebben verbonden met vreemd kapitaal.

Dat lijkt leuk links, maar is het niet. Ten eerste omdat het geen nationalisering is ten gunste van de schatkist maar reprivatisering ten bate van staatsfunctionarissen. Het kapitaal wordt hand in hand met de politiek privaat gemonopoliseerd. Ten tweede omdat het voorbijgaat aan de noodzaak een kennis economie te stimuleren die zich kan meten met die van Amerika, Europa, Japan of desnoods Brazilië. Tot nu toe excelleert Rusland vooral in computerhacken.

Chodorkovsky heeft die zwakke stee door. Op 11 april richtte hij zich met een laatste woord tot de rechtbank. Het was een puur politiek pleidooi. «Ik ben een patriot», begon hij. «Het is een ramp als het hele land ervan overtuigd is dat de rechter onder druk handelt van ambtenaren in het Kremlin of het openbaar ministerie. (…) Ik heb de Sovjet-Unie niet gesloopt, ik heb de sovjetindustrie niet vernietigd. Ik ben er trots op dat ik – in de moeilijkste tijd, toen olie geen 54 dollar maar 8,5 dollar per vat kostte – een bedrijf heb opgezet dat in 2004 nummer 1 was in oliewinning en raffinage. Er wordt gezegd dat de ‹Joekos- affaire› heeft geleid tot een versterking van de rol van de staat in de economie. Dat roept bij mij slechts een bittere lach op. Die mensen, die zich bezighouden met de plundering van de activa van Joekos, hebben geen enkele reële relatie met de Russische staat en zijn belangen. Het zijn gewoon onzindelijke en hebberige bureaucraten. (…) Ik had en heb opvattingen over een waardige weg, een pad dat niet is verbonden met de hopeloze poging het land te ontwikkelen op kosten van de grondstoffenhandel maar met de talentvolle jeugd die in het moederland wil leven en werken, in haar eigen culturele milieu, in een democratische burgerlijke maatschappij.» Waarna de slotclaus volgde. «Ik dank mijn vrouw die zich als een ware dekabrist (een verwijzing naar de officieren die in de vaderlandse oorlog tegen Napoleon hadden gevochten en in 1825 een gewapende maar mislukte poging deden om de tsaar tot hervormingen te dwingen – hs) heeft ontpopt als mijn medestander. Ik wil en blijf werken – in een nieuwe hoedanigheid, dus niet als olieman – voor het heil van mijn land en mijn volk en ongeacht het vonnis van de rechter.»

Kapitaal mag dan geen paspoort hebben, de kapitalist Chodorkovsky heeft wel een paspoort. Juist dat patriottische paspoort is bedreigend voor Poetin. Lang zamerhand schrompelt zijn beleid in het «nabije buitenland» ineen. Georgië is hij ruim een jaar kwijt, Oekraïne bijna zes maanden. Nieuwe arena’s dienen zich aan. Wit-Rusland rommelt naar Oekraïens model. Zo ridicuul als in Kirgizië zal het in Kazachtan (uranium), Oezbekistan (delfstoffen, katoen) of Azerbaidzjan (olie) niet verlopen. Alleen wat voor bende het zal worden in deze, geopolitiek betwiste, regio is nog ongewis. De verschillen tussen deze ex-sovjetrepublieken zijn groot. Maar er is één overeenkomst. Overal draait het om een machtssysteem dat Poetin juist nu aan het bouwen is. Overal komen zakelijke belangen in het geweer tegen een machts monopolie dat de nieuwe elite keelt voordat ze adem kan halen. Overal is een gefrustreerde jonge burgerij de spil.

Zelfs in Rusland beginnen de contouren hiervan zich voetje voor voetje af te tekenen. Het Kremlin op zijn beurt heeft zoveel economische macht naar zich toe getrokken dat een tijdige dialoog steeds onmogelijker wordt. Al is er geen evidente kandidaat – voormalig schaker Kasparov, nu politiek activist, is een ruziemaker – en is het staatsbestel dichtgetimmerd, zij die hun buik vol hebben van Poetin kijken reeds uit naar de presidentsverkiezingen van 2008 en hopen daarbij op net zo veel externe financiële en technologische steun als de massabeweging van president Joesjtsjenko in Oekraïne kreeg.

Met dat dreigement heeft Rice deze week in het Kremlin gejongleerd om meteen door te vliegen naar Litouwen voor een ministerstop van de Navo, ook al zo’n voortdurende zweer voor Moskou. Het wordt niet openlijk gezegd door zijn bondgenoten in de oorlog tegen het terrorisme, maar Poetin is sinds zijn «vriendschap» met Bush van 9/11 meer dan ooit geïsoleerd op het wereldtoneel. Hoe vaker belangrijke buitenlanders hem komen opzoeken, hoe eenzamer Poetin wordt.