Boven: Mees (Maas Bronkhuyzen), Fabie (Bracha van Doesburg) en Pip (Vera de Vries); © Mark de Blok / BNNVARA

Door het raam van een warmverlichte woning kijkt een aantrekkelijk stel verrukt naar de vallende sneeuwvlokken. Een dik pak op de middag voor Kerst, hoe romantisch. Maar dit is Oogappels. Als de man zegt dat de wegen onbegaanbaar zijn en ze wellicht langer in het Ardenner vakantiehuisje moeten blijven, schiet zijn geliefde totaal in de stress. Ze móet morgen naar huis, boodschappen doen voor het kerstdiner. ‘En ik kan de kinderen niet alleen laten met mijn ouders!’ De man, niet de vader van de betreffende kinderen, stamelt dat ze elkáár toch hebben? Hij kent Fabie nog niet zo lang als de kijkers van de npo-serie, die al vier seizoenen meeleven met de non-stop bezorgde én nogal dwingerige alleenstaande moeder van twee pubers. Een personage dat Bracha van Doesburg heerlijk neerzet: poeslief maar met een groot ontploffingsgevaar. ‘Dit slaat helemaal nérgens op!’ fulmineert ze. ‘Het is Kerst! Die klotesneeuw!’Kerstappels heet de speelfilm die rond de feestdagen op televisie wordt uitgezonden. Film is een groot woord, we worden getrakteerd op een extra lange aflevering. Alles is vertrouwd: de personages, de setting, het schrijversteam en de regisseur die tevens de hoofdbedenker is. De kerstsfeer zet de boel lekker op scherp: in de opmaat naar de etentjes in de verschillende huizen wordt volop het woord ‘gezellig’ gebezigd. Soms hoopvol, maar vaak als een cynische verzuchting. Want de basis van het drama in Oogappels is het relatieve begrip van gezelligheid bij gezinnen met opgroeiende pubers, aangelengd met grootouders die alles beter weten.

Will Koopman heeft na Gooische vrouwen en Divorce weer een hitserie gecreëerd die wekelijks ruim een miljoen kijkers trekt. De aantrekkingskracht zit deze keer in het gesteggel tussen volwassenen met opvoedtaken en kinderen die toenemend in verzet komen tegen ouderlijke bemoeizucht. De grootouders debiteren recht in de camera opvoedingswijsheden die zo op tegeltjes kunnen. Zij hebben makkelijk praten. Ze komen uit een andere tijd: ‘Of kinderen gelukkig maken? Je dacht er vroeger niet zo veel over na. Je kreeg ze gewoon.’ En ze zijn verlost van het mijnenveld dat opvoeding heet. De rest van de personages zit er middenin.

Niet eerder werd in een serie dit mijnenveld zo uitgebreid en realistisch verbeeld. Knap geschreven zijn de teksten van de pubers, zonder overdreven jeugdig taalgebruik, maar met de leeftijdseigen explosieve directheid. Een niet onredelijke ouderlijke terechtwijzing – ‘Als je eerder thuis was gekomen, had je gewoon mee kunnen eten’ – oogst snedig en onmiddellijk: ‘Dan had ik ook langer jouw gezeik moeten aanhoren.’ De jonge acteurs in Oogappels schitteren in alles wat een opgroeiend wezen in je huis zo onuitstaanbaar maakt: botte afweer, schijnbare onverschilligheid, een vlijmscherpe discussiekracht en genadeloos commentaar op volwassenen die te dicht in de buurt komen.

Deze universele puberkwaliteiten krijgen alle ruimte bij de eigentijdse opvoeders in de serie. Die hebben niet de autoritaire afstand uit vroegere tijden of in nog altijd streng geleide gezinnen, en dus is er geen ordescheppende generatiekloof. De grens tussen volwassenen en kinderen moet voortdurend worden bevochten, ook in de huiselijke ruimte. Geestig is de verzuchting van vader Marcel als zoon Danny en zijn vriendin alwéér in de woonkamer op de bank hangen in hun versie van gezelligheid: knus tegen elkaar liggen, beide turend op hun eigen telefoon. ‘Wat is dit? De bejaardensoos? Ga iets doen! Ga de wereld verbeteren! Ga seksen!’ Het is die laatste toevoeging die de tortelduifjes naar Danny’s kamer doen verdwijnen. ‘Niet over seks praten, pap’, zegt de zoon meewarig, maar ook licht gegeneerd. Sommige generationele taboes zijn tijdloos.

Tim (Jeroen Spitzenberger) en Dina (Sam Ghilane) in Oogappels © Mark de Blok / BNNVARA

Het popnummer Under Pressure van David Bowie & Queen, de begintune van Oogappels, slaat niet alleen op de prestatiedwang van de huidige maatschappij en de druk die sociale media uitoefenen op jonge mensen. De serie toont vooral hoe lastig de ouders van tegenwoordig het hebben met de eisen die ze aan zichzelf stellen. Naast de noodzakelijke basisvoorwaarden – onderdak en voedsel verschaffen – moeten ze hun kinderen aan- en bijsturen. Maar nabijheid en contact vinden ze het allerbelangrijkste. Terwijl pubers het daar juist superbenauwd van krijgen. Die kiezen zelf het moment dat ze iets willen delen.

Dus zien we de ouders in Oogappels voortdurend beduusd achterblijven als ze door hun geliefde kroost met harde hand zijn weggeduwd. ‘Het gaat onder je huid kruipen als je de hele week wordt afgeblaft’, verzucht Fabie in seizoen 2 tegen haar nieuwe, kinderloze minnaar. ‘Je moet er gewoon een beetje om lachen’, oppert die, ‘het zijn pubers.’ Waarop Fabie uitbarst met een onversneden ouderfrustratie die troostend herkenbaar is: ‘Ik ben benieuwd of we jou nog zien lachen als je een week met die aso’s in huis woont!’

De makers van de serie vertellen in interviews dat ze putten uit hun eigen ervaring met opgroeiende kinderen. Wat ze in Oogappels smakelijk uitvergroten is de onmacht van hedendaagse opvoeders. Het zelfbeeld dat dit oplevert is opgewekt ontluisterend. De ouders van tegenwoordig hebben moeite met regels opleggen en vooral om daarin één lijn te trekken. Ze zijn inconsequent en wankelmoedig. ‘Een kwestie van loszeuren’, leert puberzoon Mees een vriendje hoe je ervoor zorgt dat je moeder die dure sneakers koopt. ‘Gewoon zeggen dat je even niet zo goed in je vel zit.’

‘Wat is dit? De bejaardensoos? Ga iets doen! Ga de wereld verbeteren! Ga seksen!’

Emoties regeren de ouders. Als ze opgaan in hun eigen bezigheden wuiven ze onrustbarende signalen luchtig weg, om het volgende moment plotseling zeker te weten dat het vollédig misgaat met hun bloedjes. Hormoongedreven kinderen maken hersenloze beslissingen, maar in Oogappels versterkt hun puberaal gescherpte observatievermogen de stuurloosheid van hun ouders. Geweldig is de scène waarin Merel, een glansrol van Malou Gorter, beschonken bij haar ex op de stoep staat. ‘Neem me terug! Ik kan het niet alleen’, krijst ze terwijl ze, zich aan hem vastklampend, naar de grond glijdt. Op de achtergrond zien we twee van hun kinderen thuiskomen van een avondje uit. We zien hun gezichten niet. Hun roerloze gestaltes bij hun fietsen zijn voldoende.

Om te focussen op de pressure cooker van de doorsnee moderne opvoeding is voor Oogappels een arena gecreëerd zonder echte excessen. Aan de basis van elke moeizame ouder-kindrelatie liggen liefde en goede bedoelingen. De ouders zijn redelijk welgesteld en bewonen behoorlijke huizen in een Amersfoortse buitenwijk. De kinderen zitten op de havo of het vwo. Verwaarlozing of kindermishandeling vindt alleen plaats in de periferie van de kerngezinnen: bij een jongen op de school waar moeder Dina werkt, en bij de vriendin van Fabie’s dochter Pip.

Deze Nina, die een tijdje bij een Oogappels-gezin komt wonen, vertegenwoordigt kinderen die voor een ouder moeten zorgen, en die last draagt ze met een aandoenlijke overleversmentaliteit. Maar Nina’s voor het ouderschap onvoldoende toegeruste moeder komt nauwelijks in beeld. Multicultureel Nederland is qua huidskleur aanwezig, maar culturele verschillen spelen geen rol in de vele opvoedingskwesties. Dat is weleens verfrissend. Het geloof van Dina’s moslimouders is vier seizoenen lang geen kwestie; pas in de film vraagt een andere grootvader of zij eigenlijk ‘streng in de leer’ zijn. ‘Gematigd’, is het antwoord van de gehoofddoekte moeder van Dina, waarmee het onderwerp is afgedaan.

Eerder was het Pips vriendje Jeroen, opgedaan bij haar supermarktbaantje, die bij haar thuis opzien baarde toen hij voor het eten wilde bidden. Moeder Fabie reageert verbijsterd als Pip aanbiedt met Jeroen mee te gaan naar de kerk, omdat het geloof voor hem belangrijk is. Fabie’s verdediging dat ze het lastig vindt ‘als mensen anderen iets opleggen’, legt de eigen intolerantie bloot van deze ruimdenkende gezonde-voedingsvlogger.

Tekenend voor deze tijd is het grote percentage gescheiden ouders in de serie en de verbrokkelde, maar ook verbrede gezinsverbanden die dat oplevert. De kinderen zoeken daarin, noodgedwongen, hun weg. Die verkiezen dan weer het huis van hun vader met z’n nieuwe kind, dan weer dat van hun moeder of van de stiefvader met wie ze een band hebben opgebouwd. Een samengesteld gezin dat alsnog uiteenvalt, blijft contouren houden door het familiegevoel van stiefbroers en -zussen. De ouders moeten zoeken naar hun plek in de levens van aan hen ontglippende kinderen, die ook nog eens boosheid met zich meedragen over vroegere en recente scheidingen.

De eerste twee seizoenen van Oogappels bevatte weleens wat opgelegde spanningselementen. Moeder Merel die als advocaat bij het Openbaar Ministerie thuis dreigbrieven krijgt van een kwaaie cliënt, akelige toestanden van twee zonen met gewelddadige dealertjes vanwege een door moeder Carola stiekem weggegooide zak wiet, of de cliffhanger van Fabie’s zwangerschap waar we later maar weinig over terug horen.

Maar gaandeweg zijn de makers gaan vertrouwen op de karakters van de kernpersonages die in hun wisselende samenlevingsverbanden al voldoende onderlinge wrijving veroorzaken door wie ze zíjn. Het is een genoegen om de pubers te volgen op hun hobbelige weg naar autonomie. Hoe Mees na een wilde periode van blowen en spijbelen bij z’n vader in Noorwegen zichzelf vindt en in alle rust besluit z’n havo niet af te maken omdat met z’n handen werken meer bij hem past. Hoe de vroegwijze, apart geklede Chris zich staande houdt tegenover schoolgenoten en familieleden die willen weten of hij homo is, terwijl hij volhoudt dat hokjes onbelangrijk zijn. Of hoe Lieke – als oudste dochter van de veeleisende matrône Merel minder bestand tegen haar dominante moeder dan haar spectaculair vechtlustige zusje Hansje – de ademruimte gaat innemen waar ze naar snakt. Hun jonge levens krijgen gestadig richting.

De ouders, veertigers en vijftigers, maken stappen in hun persoonlijke ontwikkeling, maar blijven als figuren uit een sitcom tegen hun eigen beperkingen oplopen. Ook zij zoeken zichzelf, ten opzichte van hun eigen ouders, rusteloos in werk- en liefdesrelaties die niet echt vervullen. Hun kinderen brengen slechts vlagen van geluk. En de therapie van Merel voorkomt niet dat op het diner in de Oogappels-kerstfilm waar zij ‘gezellig’ verschijnt, de pleuris uitbreekt. Gelukkig maar. Op naar seizoen vijf. 

Kerstappels is op 22 december te zien op NPO1