Commentaar: Vlagincident

Vlagincident

Karl Marx was niet volledig toen hij schreef dat grote gebeurtenissen altijd tweemaal plaatsvinden, de eerste keer als tragedie en de tweede keer als farce. Daarnaast plant elke tragedie op het wereldtoneel zich ook nog eens voort in ontelbare persoonlijke kluchten die voor de betrokkenen niettemin tragische dimensies hebben. Marx zelf was geen uitzondering, getuige de verzuchting van zijn vrouw dat hij beter wat kapitaal kon vergaren in plaats van er ellenlang over te schrijven. En dan zweeg de brave Jenny nog over het feit dat meneer het kleinburgerlijke onfatsoen had om tussen twee hoofdstukken door zijn huishoudster zwanger te schoppen.

Voor straf wil het met de proletarische revolutie nog altijd niet vlotten, met de vrouwenemancipatie daarentegen wel. Gretta Duisenberg, echtgenote van ECB-president en sociaal-democratisch boegbeeld Wim Duisenberg, stak enkele weken geleden in haar mans afwezigheid de vlag uit voor de Palestijnse zaak, waarna manlief hem in haar afwezigheid weer weghaalde. Het vlagincident had weinig opzien gebaard als haar joodse buren geen aanstoot hadden genomen aan haar uitspraak dat «rijke joden in Amerika meewerken aan de onderdrukking van het Palestijnse volk». Daarmee haalde ze ogenblikkelijk de voor pagina’s van de Volkskrant en Het Parool, terwijl NRC Handelsblad de zaak verhief tot cause célèbre en er maar liefst een hoofdartikel en een verhandeling van Milo Anstadt aan wijdde.

En zo plant het bloedige conflict in het Midden-Oosten zich voort tot in het hart van de anders zo bezadigde Amsterdamse Diepenbrockstraat. Daarbij zegt Gretta niets nieuws, ook niets anders dan de groeiende groep Nederlandse joden die zich achter de stichting Een Ander Joods Geluid hebben geschaard. Het neemt niet weg dat een advocaat — in navolging van haar buren — Gretta Duisenberg inmiddels heeft aangeklaagd wegens antisemitisme. Alsof het enige twijfel lijdt dat er rijke joden in de VS bestaan die de Israëlische bezettingspolitiek ondersteunen.

Anstadt schrijft dat Nederlandse joden overgevoelig zijn voor vermeende uitingen van antisemitisme, alsof ze ernaar hunkeren te worden beledigd of bedreigd. De waarheid is waarschijnlijk prozaïscher. De joodse gemeenschap in ons land raakt steeds dieper verdeeld door het repressieve beleid van opeenvolgende Israëlische regeringen in de bezette gebieden. De verontwaardiging over iets onnozels als een Palestijnse vlag op een Amsterdams balkon of een opmerking over het Jewish World Congress dient eerder om het eigen gebrek aan saamhorigheid te compenseren dan om een antisemitische dreiging het hoofd te bieden. Vooralsnog zijn het de Duisenbergs die doodsbedreigingen ontvangen, niet hun joodse buren.