Vlak

Bart van der Leck en Larry Bell maakten allebei vierkante schilderijen, die in hun eenvoud een scala aan onvermoede effecten blijken op te leveren. Alsof je naar een caleidoscoop kijkt.

Medium leck

Aan dit schilderij van Bart van der Leck, Compositie 1918-1920, kun je precies de problematiek zien van abstracte kunst in die pioniersjaren. Bijvoorbeeld: hoe begin je? Je hebt een blanco doek opgespannen van ongeveer een meter in het kwadraat. Eigenlijk is het één centimeter hoger maar toen het op de ezel stond en de schilder ernaar keek, oogde het zeker als vierkant. Het vlak was ruimtelijk overzic

Medium bell

htelijk, niet te klein ook. Hij wilde zo’n ruim formaat omdat hij, toen hij aan het schilderij begon, juist de onnavolgbare vormgeving van ruimte wilde verbeelden die in deze behoedzame compositie wordt ontvouwd. Daarom moest het ook een vierkant en niet een rechthoekig schilderij zijn. Het kwadraat is abstracter en geheimzinniger als vorm. In een horizontaal rechthoekig schilderij, bijvoorbeeld, kan het zijn dat de opeenvolging van vormen een figuratieve ritmiek suggereert. Als je aan voortdrijvende wolken zou denken, dan wordt de benedenrand van het doek al gauw een horizon. Ik bedoel: het is heel moeilijk om een abstract idioom goed vol te houden. In zijn werk voor deze abstracte composities begon Van der Leck doorgaans met een figuratief motief dat hij dan stileerde en abstraheerde, waarbij de oorspronkelijke figuratie zichtbaar bleef in de dispositie van vorm en kleur op het vlak.

Maar deze Compositie moest geheel abstract worden. En dan? Zou je een boom schilderen (zoals Mondriaan deed), dan dwingt het staande silhouet daarvan het schilderij naar een bepaalde bouw. In deze compositie is de ruimte van het vlak zelf het motief. De schilder articuleert dat vierkant door vanuit de hoeken vier kleine vierkanten neer te zetten die, met elkaar, een wat kleiner vierkant verbeelden. Dat is, vooralsnog, het schema – dat trouwens niet bedacht maar impulsief was. Maar dan: de twee vierkantjes bovenin zijn blauw terwijl ze onderin rood zijn. Rood is feller dan blauw. Ten gevolge van dat optische verschil ontstond er bovenin in het witte vlak een effect van ruimtelijke onbestemdheid – waar het rond het rood strakker lijkt. Door de vierkantjes in die twee kleuren zo te plaatsen, heeft Van der Leck de ruimte een onnavolgbare maar zichtbare draai gegeven. Nog wonderlijker wordt de compositie door, rond het midden, de figuur van vier kleine driehoekjes die daar als een tol beweegt. Dat lijken kleine, lichte figuren die niet binnen een ander vierkant geplaatst zijn maar binnen een verticale rechthoek. Daar verschijnen ze voor mijn gevoel zelfs wat speels. Als je intussen die twee zwarte driehoekjes tegen elkaar zou schuiven, krijg je een vierkant dat even groot is als de vier hoekvierkanten. Ook het gele en blauwe driehoekje zijn half zo groot als een klein vierkant. Tussen die driehoekjes kun je de ruimte lezen als een diagonale beweging, bijna dwars.

Van der Leck begon met het repertoire aan vorm en kleur waarmee hij vertrouwd was. Hij kwam toen uit bij iets wat hij zo raadselachtig en compleet nog nooit gezien had. Iets dergelijks is gebeurd, misschien, in het schilderij MP #300 van Larry Bell. Overigens is dat ook vierkant omdat het compact moet werken. Het is een collage van flarden en scherven materiaal dat afkomstig is uit de praktijk van Bells atelier – metaal, glas, papier, van alles eigenlijk. Hoe dit schilderij verder gemaakt is, weet ik niet precies, maar het is verrassend als de figuraties in een caleidoscoop. De verfrommelde spullen moeten geplet zijn en geplakt tot een barok, kantig beeld dat met een fotografisch procédé op een doek is gebracht. Zelf heeft de kunstenaar ze ooit imitatie-schilderijen genoemd. Ze hebben inderdaad iets artificieels. De kleuren zijn koel en metaalachtig. Het beeld is vol scherpe wendingen, in licht en schaduw, maar het is op een glasheldere manier ook rommelig. Een bloem lijkt het van geknakt glanzend blik. Ze worden kennelijk impulsief gemaakt, versie na versie stel ik me voor – zoals een jazzpianist onophoudelijk akkoorden aanslaat om hun klank te proeven. Ook in deze werken van Bell gaat het erom te rommelen en te knutselen en af te wachten totdat het onnavolgbare opduikt. Op die manier gaat het om dezelfde tovenarij als bij Bart van der Leck. De titel MP betekent overigens Mirage Paintings. Mirages zijn onwaarschijnlijke optische effecten die bij extreme trillende hitte in de woestijn voorkomen. Larry Bell woont in New Mexico.