Film: ‘Dirty God’

Vlees en botten

Vicky Knight als Jade in Dirty God © Cinéart

Het mooiste moment in Sacha Polaks nieuwe film Dirty God komt wanneer de hoofdpersoon, Jade (Vicky Knight), op de kermis in het spookhuis belandt waar de duistere gangen en gruwelijke monsters niet te onderscheiden zijn van de echte wereld daarbuiten. Khorosho is het eerste wat tijdens het kijken bij mij opkwam, een verbastering van horrorshow, het woord dat in het Russisch zoiets als ‘fantastisch’ betekent, opgenomen in de Engelse taal toen Anthony Burgess het in de jaren zestig gebruikte in zijn dystopische satire A Clockwork Orange. Ook in Polaks film luidt de vraag: hoe ontsnap je aan de haat die deel is geworden van het alledaagse leven?

Jade, een jonge, Engelse vrouw, is verminkt. Haar vriendje overgoot haar met zoutzuur toen ze… wat deed? Een te kort rokje aanhad toen ze samen met vriendinnen naar de discotheek ging? Of net te vriendelijk lachte naar een andere man? De precieze reden is niet belangrijk, het gaat om de nihilistische daad die haar leven veranderde. De film begint met extreme close-ups van huid vervormd alsof iemand haar gezicht, bovenlichaam en armen als roze Play-Doh in zijn handen had. ‘Ik ben gemaakt van vlees en botten, ik ben mens’, klinkt een song tijdens deze scène. Maar beide statements staan op losse schroeven in Dirty God. Jade wordt niet als ‘mens’ gezien. Haar speurtocht naar verlossing is een zoeken naar hoe ze kan leven zonder gebonden te zijn aan dat lichaam.

Zoals in haar debuut Hemel (2012) brengt Polak ons dicht bij de leefwereld van een jonge vrouw. Jade wordt gespeeld door Knight, een debuterende actrice die als kind brandwonden opliep. Polak accentueert haar verminking in de film door het gebruik van prothesen. Dat werkt heel goed, maar het is juist Knights rauwe manier van acteren die treft als een mokerslag. Ze lijkt opgetrokken uit de bakstenen van deze harde wereld, de arbeiderswijken in het oosten van Londen waar het verhaal zich afspeelt. Met het kind dat ze met de dader van de zoutzuuraanval kreeg, heeft ze nauwelijks een relatie. Na haar ontslag uit het ziekenhuis woont ze bij haar moeder. Die is een winkeldief die gestolen, dure jurken vanuit haar ‘winkeltje’ in het appartement, een armetierige sociale-huurwoning, verkoopt. Geld is er niet voor de dure cosmetische chirurgie die Jade nodig heeft om er weer een beetje normaal uit te zien. Toch wil ze dat; ze wil als mens worden behandeld.

Hoewel de afwikkeling van het verhaal iets te makkelijk overkomt, toont Polak met deze Nederlands-Brits-Belgische coproductie dat ze een van de meest getalenteerde Nederlandse cineasten van dit moment is. Dirty God barst van de energie: opwindende cameravoering, spannend kleurgebruik, vooral in discotheekscènes waarin dieprood en blauw een gevaarlijke maar verleidelijke sfeer creëren, en bovenal het vermogen om met zo’n persoonlijk verhaal als dat van Jade een universele betekenis te vangen. Polak ziet dat het leven khorosho is (Jade: ‘My God is a Dirty God’), maar de horror van haat is niet bestand tegen een jonge vrouw die terugvecht.


Te zien vanaf 25 april