Beeldende kunst

Vlees wordt verf

Beeldende kunst: Henri Matisse

Kende de twintigste eeuw een sensueler schilder dan Henri Matisse? Zie ze liggen: zijn wulpse haremmeisjes in hun goudbestikte plusfours; in dromen verzonken, het hoofd steunend op een arm, of juist loom voor zich uit starend op een comfortabele canapé. Zie die donkere ogen, die welgevormde borsten en geef toe: niemand schilderde het vrouwelijk lichaam zo erotisch en lichtvoetig tegelijk als Matisse.

Nu stond sensualiteit niet hoog op de modernistische agenda. Revolutionair, utopisch, vervreemdend, ontluisterend: ze waren het allemaal, het groepje hemel bestormers dat in de jaren voor, na en tijdens de Eerste Wereldoorlog voorgoed het aangezicht van de beeldende kunst zou veranderen – maar sensueel? Picasso’s vrouwen zijn intimiderende kannibalen, die van Schiele uitgeteerde scharminkels, Grosz hield van hoerig en decadent, Dix van uitgezakte trollen met grote wratten op hun kin.

Henri Matisse verloor nooit zijn bewondering voor het vrouwelijk lichaam. De Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen in Düsseldorf toont zijn naakten en interieurs. In 197 schilderijen, tekeningen, en sculpturen zien we Matisse veranderen van pre-impressionistische genreschilder tot vervaardiger van decoratieve papiercollages.

Pia Müller-Tamm, curator van de tentoonstelling en bedenker van het concept, heeft niet geprobeerd een volledig overzicht te geven. Dat is jammer en prettig te gelijk. Jammer, omdat we daar door sleutelwerken als De dans, De levensvreugde en het bij dit thema eigenlijk onmisbare De rode kamer mislopen. Prettig omdat Matisse’s oeuvre hierdoor zoniet in een nieuw, dan toch in een ander licht komt te staan dan we gewend zijn. Matisse de tevreden hedonist, schilder van het menselijk welbehagen, schepper van een wereld die door de Australische kunstcriticus Robert Hughes eens werd omschreven als «een Eden voor de zondeval», maakt ruimte voor Matisse de gedreven formalist – en die is beslist niet minder interessant dan zijn meer bekende persona.

Met Matisse verloor de inte ri eur schilderkunst haar laatste narratieve haren. In tegenstelling tot voorgangers als Vermeer, Chardin en Manet is er in zijn werken van na de eeuwwisseling geen verhaaltje of didactische boodschap te be speuren. Iedere aanleiding of rechtvaardiging ontbreekt. Dit zijn schilderijen die er openlijk voor uitkomen dat ze over niets anders gaan dan licht, ruimte en verf: art pour l’art in zijn zuiverste vorm.

Zijn lexicon is even beroemd als bescheiden: citroenen, gladiolen, porseleinen schaaltjes, oriëntalistische kamerschermen. En vrouwen natuurlijk; heel veel vrouwen. Lezende vrouwen, slapende vrouwen; liggende vrouwen, zittende vrouwen; vrouwen met, en vrouwen zonder jurk, jonge meisjes en gerijpte dames – tot je geen vrouw meer kunt zien. De verbetenheid waarmee hij de ideale vorm trachtte te schilderen grensde aan het obsessieve: van een portret is bekend dat hij het meer dan honderd keer overschilderde. Dogmatisch is hij echter nooit geweest. De weg naar «de essentie» kende vele zijpaden: de hoekige streken van Cézanne, de kleurenconfetti van Seurat, het cloisonnisme van Van Gogh – in de tentoonstelling volgen de stijlen elkaar in moordend tempo op.

Sommige oeuvres zijn als bergbeekjes, rustig kabbelen ze voort; dat van Matisse is meer een voetzoeker: het springt wild rond, om plotseling van kleur te verschieten. Na een serie vrouwen in dik aan gebrachte zuurstoktinten maakt hij een traditioneel aardekleurig portret als Carmelina; op een periode van toenemende vlakheid en ab stractie volgen de plastisch ge schilderde naakten. De vreemdste eend in de bijt is zonder twijfel het portret van Yvonne Landsberg: een krasserig geschilderde vrouw met roofvogelklauwen die in de catalogus opduikt tussen twee series bonte stillevens.

Merkwaardig genoeg zijn het de schilderijen die lang als een impasse werden beschouwd die nu de meeste indruk maken. Eind jaren tien betrok Matisse een appartement in Nice met uitzicht op zee, en begon hij aan een serie van figuratieve schilderijen: pianospelende vrouwen in luxueus gedecoreerde kamers; dames in ochtendjassen in een fauteuil voor de balkondeuren; de als odalisken opgetuigde meisjes die bij Matisse harempje kwamen spelen. Modernistische fanatici, de gezag hebbende Amerikaanse criticus Clement Greenberg voorop, be schouwden de schilderijen als verspilde moeite en noemden Matisse een afvallige die de trein naar absolute abstractie voortijdig verliet. Ten onrechte, zo blijkt. In deze schilderijen, waarin Matis se’s klassieke training en zijn liefde voor decoratieve pa tronen samenkomen, zien we de schilder op zijn best. Invloeden zijn nog wel aanwezig, maar ze domineren niet langer: ze zijn verteerd. De toets is licht, terloops. Je moet wel een enorme vrouwenhater zijn om niet in bekoring te raken van schilderijen als Odalisk in rode broek, of het iets robuuster geschilderde Zittend naakt met tamboerijn.

Toch zijn er mensen die niet van Matisse’s vrouwen houden. In feministische kringen is er veel op gescholden: te stigmatiserend, te seksistisch, te veel de porno grafische fantasietjes van een brave huis vader. Nu is er in de vrouwenschilderijen van Matisse in derdaad weinig plaats voor de persoonlijkheid van het model; de meisjes in deze schilderijen bezitten geen andere identiteit dan de identiteit die de schilder voor ze heeft bedacht. Maar Matisse af doen als een vieze oude man doet geen recht aan zijn schilderkunstige opvattingen. «Een beeld moet voor mij altijd decoratief zijn», zei hij in 1913 tegen een interviewer, een karakterisering die toen een minder negatieve bijklank had dan hij nu heeft. Wat Matisse bedoelde was dat er voor hem geen verschil bestond tussen een mooie bloem of een mooie vrouw; dat hij geen onderscheid maakte tussen de schoonheid van het decor en die van het model. Cactus, gladiool of gebronsd vrouwenvlees – voor Henri Matisse was uiteindelijk alles bestemd om verf te worden.

Henri Matisse

Figur Farbe Raum

Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen

Tot 19 februari 2006