Holland festival: Aus Licht

Vleugels

Aus Licht, dag 1 © Ruth & Martin Walz

Het mooiste moment van de eerste Aus Licht-avond in de Amsterdamse Gashouder is het intermezzofilmpje waarin schoolkinderen met tekeningen Stockhausens personages toelichten op de megaprojectieschermen van Pierre Audi’s geslaagde mise-en-scène. Michael en Eva zijn de goeien, Lucifer is gemeen. Zo lief. Maar ik vermoed dat er een opvoedkundige bedoeling achter zit. ‘Kijk, jullie cynische volwassenen vinden Karlheinz misschien een megalomane druif. Leer van die kinderlijke onbevangenheid, laat Licht gewoon dat sprookje zijn. Geef je over. Resistance is futile.’

De kunstenaar als kinderziel. Zei Karlheinz het bij de eerste Amsterdamse uitvoering van het Helikopter-strijkkwartet in 1995 niet zelf? ‘Wat zullen de goden zich verheugen over ons, spelende kinderen!’ Maar dat was vals relativisme en halve waarheid. Michael, ‘Engel-Creator’ met Stockhausens jeugd-cv, is zelf het god-geworden alter ego van zijn schepper. In Michaels ‘bovenmenselijke artistieke gaven’ eert Stockhausen daarmee onweerlegbaar de zijne, want hij gaf ze vleugels. Wie het niks vindt, heeft dus a priori de strekking niet begrepen.

Daar zit de angel van het Licht-project. Stockhausen eist erkenning van een artistieke daad die langs evangeliserende weg het beoordelingsvermogen buiten werking stelt. In zijn boek sacrificium intellectus – das Opfer des Verstandes in der Kunst von Karlheinz Stockhausen, Botho Strauss und Anselm Kiefer vonnist Christian Bauer hem als de erfgenaam van een theologisch absolutisme dat het denken als hinderpaal voor ware religieuze overgave met geweld uit de weg ruimt.

En nu zit ik bij Michael, de eerste avond van de drie die in Aus Licht van Stockhausens zevendelige theatercyclus resten, met die moreel onhandelbare voorkennis de toestand van genade af te wachten. Ik zie Donnerstag aus Licht minus de derde akte Michaels Heimkehr. Synopsis: Michael groeit op, legt met spectaculair gevolg zijn muziekexamen af en maakt als trompettist een muzikale wereldreis in Michaels Reise um die Erde. Einde.

Prachtig is het regelmatig als ritornel terugkerende begin van Michaels Jugend, een door aliens bewerkte inleiding van Mahlers Eerste, schitterend Michaels Reise. Dat dan ook gewoon een uniek trompetconcert is, eiland van tastbare verbeeldingskracht in een op alle fronten rammelend Gesamtkunstwerk. Via de cirkelvormige speakerketen in de hoogte trekken solo-instrumenten virtuele planetaire banen om het oor. De enscenering met de lichtgevende bogen in de spookachtig neonblauw verlichte ronde ruimte is een pracht. De rest is niet te harden zo gekunsteld en verkrampt. Pijnlijk hoe in Michaels Examen de juryleden met kushandjes in de Creator-Engel het genie bejubelen dat voor de scène op een handvol muzische pianoflarden na, uitsluitend dode noten schreef. Het is geestig noch dramatisch en uitputtend resistent tegen enige vorm van affectie, een blinde muur van wil en arbitraire orde.

Michaels Jugend is Stockhausens kindertijd, een gruweldrama. Moeder door de nazi’s afgeslacht in een inrichting, vader gesneuveld aan het oostfront, de zoon die tot Hitlers overgave in een Duits veldlazaret slachtoffers van fosforbommen mocht verplegen. Met een rietje zocht hij naar hun monden, die hij in de verwoeste gezichten niet kon vinden. Dat. Ik zie niet in hoe je die schade ongeschonden kunt verwerken. Stockhausen heeft de reine tegenwereld gecreëerd waarin hij heer en meester was. Ik hoor het trauma dat hij met een kosmologische tangverlossing achter zijn hemelwagen spande, opdat het in de dampkring zou verbranden.