Vleugelsloperij

Aus Deutschland wordt 30 juni uitgezonden op Nederland 3
Het is haast een teleurstelling als Mauricio Kagel aan het slot van Finale nog rechtop op de bok staat. Heeft hij dan niet het dirigeerstokje van zijn collega Tan Dun overgenomen om hoogstpersoonlijk te demonstreren hoe een dirigent aan zijn einde komt? ‘De “stokkenist” grijpt naar zijn hartstreek, maakt zijn das los, vertraagt zijn slag en valt neer’, zo schrijft de partituur voor. Kagel beperkt zich in deze uitvoering met het Radio Kamerorkest echter tot een muzikale finale. Hij betoont zich een meester in het schijnslot: vele variaties op de laatste maten van een compositie rijgen zich aaneen voordat de dubbele streep wordt bereikt.

Toch is de theatrale versie van Finale zeer typerend voor Kagel. Zoals ook uit het in Carré opgevoerde muziektheaterstuk Aus Deutschland bleek, heeft deze Duits-Argentijnse componist een voorliefde voor situaties die uit de hand lopen. Een deftig liederenrecital eindigt met de zanger schuimbekkend op de grond en de pianist die de partituur aan flarden scheurt. De met een grote zeis gewapende Dood vergrijpt zich aan een maagdelijk meisje en danst een valse macabre met het verse lijk.
Aus Deutschland is een grootse parodie op de romantiek. Een bonte stoet figuren passeert de revue: een zwierig geklede reiziger, een dromerige vrouw, een stel weerwolven, een geharnaste ridder, een paar exotisch gesluierde dames, een zwaarmoedige troubadour, de Leiermann uit de Winterreise, een waarzegster, Schubert, Goethe en de Rattenvanger.
Het aardige is dat regisseur Herbert Wernicke tegenover deze mythische figuren even symbolische voorwerpen plaatst. Eigenlijk is Aus Deutschland de triomf der rekwisieten: een sterrekijker, zandloper, schedel, opgezette vogel, afgehakte arm, kanonskogel, een paar soldatenlaarzen en veel glazen bollen. Zo ontvouwt zich een aaneenschakeling van bizarre situaties en ontmoetingen, die zijn geplaatst in een al even spookachtig decor. Honderden vleugels zijn - als auto’s op een sloperij - schots en scheef op elkaar geplet. Een overweldigend toneelbeeld dat die negentiende-eeuwse geest van tevergeefsheid, melancholie en overdaad treffend uitdrukt. Dat een vleugel ook mooi als doodskist dienst kan doen, spreekt vanzelf.
Kagel weet met deze ingrediënten een fascinerend muziektheaterstuk neer te zetten, waarin fantasie, illusie en realiteit een onontwarbare knoop vormen. Dat het stuk niet vervalt tot een flauwe verkleedpartij heeft twee redenen. Een parodie in de handen van Kagel is altijd een mengeling van humor en oprechte liefde voor het onderwerp - in dit geval het Lied. Juist omdat hij spot paart aan bewondering blijft het boeiend. Daarnaast is Kagel een geniaal componist die het meest fragmentarische materiaal (net zoals in Finale) tot een eenheid weet te smeden.
Terwijl Kagel zich in Aus Deutschland ontpopt tot een waar illusionist, ontmoette het publiek enkele dagen later Kagel de documentairemaker. In het Planetarium in Artis werden twee tapestukken, twee zogenaamde radiofone werken gedraaid. In Playback Play heeft Kagel de kakofonie van een muziekbeurs verregaand geabstraheerd en gestileerd. In Nah und Fern schetst hij daarentegen juist een heel natuurgetrouw klankbeeld van de geluiden rond de Dom in Utrecht. Kagel speelt letterlijk een spel met de klokken, de voetstappen die de trap naar het carillon bestijgen, een draaiorgel op de stoep, kinderstemmen, gekef van een hondje en gefladder van duiven. Zo ontstaat een zeer precies klankbeeld van deze plek: licht, kleurrijk en beweeglijk. Daar doorheen heeft Kagel kleine doses verbeelding gedruppeld in de vorm van blaasmuziek. De koperblazers geven een mistig, melancholiek perspectief aan de scherpe contouren. Kagel als de ontwerper van hoorspelen - het is een van de vele gedaanten van deze muzikale genius.