Vliegangst

Thuis lijkt dit piepkleine uit het Duits vertaalde boekje nog kleiner dan in de boekhandel, formaat floppy, het verdwijnt bijna in mijn hand. Ik leg het op mijn bureau tussen de andere boeken en het probeert daar direct te verdwijnen, het wil blijkbaar niet gelezen worden. In de boekhandel hoorde het tot de reeks Pixi-boekjes en was het op een prominente plaats uitgestald, hier wil het zo weinig mogelijk opvallen. Mieke gaat vliegen heet het, het is deeltje 303, het telt 12 ongenummerde bladzijden. Andere titels uit de reeks: Ik mag bij Jolanda slapen, Luuk leert fietsen, De muizen gaan verhuizen. Ik las het al in de winkel, dat kon makkelijk, het telt niet meer dan 1000 woorden, schat ik. ‘De taxi toetert voor de derde keer. Mama kijkt nog even snel of ze de koffiezetmachine uitgeschakeld heeft. Papa draagt de koffers naar buiten en Mieke zoekt haar knuffelbeer, want zonder Teddie durft ze straks niet in het vliegtuig.’

Zo begint het en wat volgt is een opmerkelijk volwassen en direct verteld verhaal over Mieke die met haar ouders een vliegreis maakt naar een vakantieland. Kleurige tekeningen. Lachende mensen. Mieke heeft een rode strik in haar blonde haar. Ik probeer de raadsels van dit boekje te ontcijferen, het beklemt me enigszins. Waarom is het zo klein? Waarom zo onooglijk en onmodieus? Is dit niet meer dan een beknopt informatieboekje voor de jonge luchtreiziger? Het lijkt er wel op, in vogelvlucht en in de juiste volgorde worden alle elementen van een vliegreis nagelopen: het inboeken, het wachten op vertrek, de start, de veiligheidsinstructies, de vlucht, het eten, de bezichtiging van de cockpit, de landing. Deze opsomming is het verhaal: ik vlieg, kijk en beleef mee met Mieke. Ouders kopen het vlak voor ze met hun kinderen een vliegreis gaan maken, denk ik, dan lezen ze het voor aan hun kinderen. Meer moet ik er niet achter zoeken. Toch blijft het op mijn bureau liggen, het wil verdwijnen en tegelijkertijd slokt het al mijn aandacht op. Waarom beklemt het me? Het moet de volwassen toon zijn waarop is verteld, kinderen kunnen het niet lezen, er staan te veel moeilijke woorden in, de tekst is te klein afgedrukt. Dit boekje wil vliegangst bij volwassenen wegnemen. Bij mij. Mieke wil namelijk best vliegen, ze gaat gewoon met me mee, we stappen het vliegtuig in en daar gaan we. Maar ik wil het niet, dit is een boekje voor volwassenen. Alles wijst op een zorgeloze vliegwereld, op de tekeningen staan alleen mensen met vrolijk lachende gezichten en ook de tekst maakt van de vliegreis een zorgeloze trip. Ik hoef nooit meer bang te zijn voor wat dan ook. Het eindigt met de volgende zin: ‘En ze wil nog heel vaak vliegen.’ De wereld mag niet bedreigend zijn. Dag lieve Mieke, ik hoop dat ik straks geen vliegangst heb. Dat je er in ieder geval niks van merkt. Ik kijk nog eens op de achterkant naar de titels uit de hele Pixi-reeks: Mark krijgt een bril, Mieke moet naar de dokter, Pixi wil de wijde wereld in, Freddie is verdrietig. Alle titels wijzen op pogingen de bedreigingen van de wereld het hoofd te bieden. Ik neem me voor de hele reeks te kopen.