© Anna June

Sorry, maar ik blijf het onnatuurlijk vinden. Vliegen bedoel ik, in een vliegtuig.

Ik heb de aantrekkingskracht in elk geval nooit begrepen: in een koker door de lucht geschoten worden. Sterker, als ik moet vliegen maakt er zich altijd een stille paniek van mij meester. Naar buiten toe kan ik me wel groot houden, maar vanbinnen gebeurt er iets heel anders.

‘Riemen vast!’ Ik ken mensen voor wie dat niet zo is, die er zelfs van zeggen te genieten. Iemand beschreef eens hoe die iedere keer als het toestel zakte in een vlaag turbulentie ‘een klein geluksmomentje’ beleefde. Pervers als je het mij vraagt, maar ieder z’n meug.

En dan zijn er altijd de slimmeriken bij die hun vinger heffen en zeggen: ‘Nou, met de auto reizen is statistisch gezien onveiliger dan met het vliegtuig, dus vliegangst is helemaal nergens voor nodig, waarom ben je zo bang?’ Het antwoord daarop is eenvoudig: omdat je acht uur in een stoel gebonden zweeft op 10.700 meter hoogte, daarom.

Zonder tijdschrift ben je in de handen van het lot

In de Verenigde Staten zouden ze je grootmoeder nog pathologiseren, dus daar spreken ze van ‘aerophobia’ of ‘pteromerhanophobia’ als iets wat nodig psychologische behandeling behoeft. En hoewel ik me kan voorstellen dat je van je vliegangst af wil, zeker als je vaak moet voor bijvoorbeeld je werk, kun je ook zeggen dat aerofobie een uitvinding is van vliegmaatschappijen die hun ongezonde en onnatuurlijke product proberen te slijten voor normaal, zoiets als een ‘rookfobie’. Maar goed, er zijn dus gedragstherapieën, hypnotherapie, medicatie.

We zijn in elk geval in de minderheid, de aerofoben onder ons. Minder dan een op de tien mensen lijdt aan vliegangst. Dus als je je volgende keer door het gangpad wurmt kun je je afvragen wie achter z’n koele exterieur nog meer stilletjes schietgebedjes aan het prevelen is. Is het die chique meneer in driedelig grijs? Of iemand van het ruziënde stel dat de kinderwagen maar niet opgevouwen krijgt? Of toch het vrouwtje dat steeds kruisjes slaat boven haar sudoku? Die zal het wel zijn trouwens.

Een lieve vriendin met wie ik eens op reis was had een geweldige oplossing. Zij trok vlak na het opstijgen een mik krasloten uit haar handbagage. Wij krassen. Geen prijs, maar wel een hele vlucht lang afgeleid.

En tegenwoordig kun je je als aerofoob natuurlijk ook handig verschuilen achter een modieus begrip als vliegschaamte. Ik vraag me af hoeveel mensen de opwarming van de aarde gebruiken om hun eigen angst mee te verdoezelen. Je hoort het ze zeggen: ‘Joh, vliegen kan écht niet meer tegenwoordig. En ik hield er toch al niet zo van, dus…’

Maar als je dan toch de lucht in moet, en je hebt geen hypnotherapeut bij de hand, is het enige adequate antwoord op zoiets absurds als luchtvaart volgens mij het creëren van net zo absurde bezwerende rituelen. Sommige mensen dragen tijdens hun vlucht altijd hun favoriete kledingstuk, of raken even de buitenkant van het toestel aan voordat ze instappen. En dan zijn er de beproefde Xanax en bloody mary. Zelf heb ik ook zo’n ritueel, het berust op een hoogstpersoonlijke en volstrekt irrationele logica. En je weet er meteen door wat voor snob ik ben. Soit.

Ik koop altijd een tijdschrift voor de vlucht, en hoe beter het tijdschrift, des te beter de vlucht. Dus met een New York Review of Books heb je een prima overtocht. The New Yorker is ook heel goed. Dan zakken we af naar Rolling Stone of National Geographic, oude liefdes, met matige tot zeer ernstige turbulentie. En als er écht niks anders voorhanden is koop ik The Economist of Time of iets dergelijks, daarmee red je de overzijde net aan. Zonder tijdschrift ben je in de handen van het lot. Goede reis!