Toneel: Herakles (1)

Vliegen voor wrede jongens

Door omstandigheden ben ik de derde klassieke toneelmarathon binnen tien jaar van Toneelgroep De Appel (na Tantalus en Odysseus nu Herakles)afgelopen voorjaar misgelopen. Die omissie moest beslist hersteld.

Het gaat hier om een theatergebeurtenis van een hoog soortelijk gewicht. Waarom ze bij De Appel die derde marathon wilden maken is snel verteld. Hun eerste ging over de Trojaanse oorlog, de tweede over de lange thuisreis, de negen toneelstukken in Herakles vormen de vertelling over de voorgeschiedenis. Maar er is meer. Eigenlijk gaat deze marathon ook over hoe machten worden verdeeld en met wat voor consequenties. In het oerverhaal van de christelijke civilisatie is die verdeling helder. God runt een Godsfirma. Hij schept het universum in zeven dagen, scheidt de sferen en blijft daarover zelf de baas. Hij boetseert twee mensen, bouwt een erfzonde in en wordt zodoende ook chef over het hiernamaals, later onderverdeeld in hemel (zijn domein) en hel (het territorium van een van Gods afvallige legeraanvoerders). Zo run je een kerkgenootschap met klip-en-klare verhoudingen. En dat is saai.

Bij de oude Grieken hebben ze het dramatisch boeiender aangepakt. Oppergod Zeus heeft na de overwinning op de Titanen, zeg maar de veroorzakers van de oerknal, een raad van bestuur samengesteld. Hij doet zelf de hemel, Hades runt de onderwereld, Poseidon de zee. Het kleine stukje universum dat we de aarde noemen, zijn ze vergeten. Over de zeggenschap op aarde maakt men onder de Olympische goden vooral ruzie. Het spel beneden wordt gedelegeerd naar zetbazen: Jason de opportunist, Theseus de strateeg, Prometheus de gauwdief en Herakles de harde werker. Over de onbesliste schaakpartijen tussen de goden én de harde confrontaties tussen de zetbazen gaat deze marathon. De thema’s zijn zo tastbaar als de krant van vandaag, de figuren die ze komen opdissen zijn larger than life, hun taal bedient zich van scherpe beelden, krasse metaforen en een gespierde woordenstroom. Het spanningsveld is ten principale tragikomisch, zoals ­Shakespeare een van zijn protagonisten in King Lear laat zeggen: ‘Wat vliegen zijn voor wrede jongens/ zijn wij voor de goden/ ze doden ons voor hun plezier.’

In het plezier ligt in ieder geval de speeldrift als motor voor dit onvervalste verteltheater. Er is eerst een geestige proloog ‘in de hemel’, de eerste beschietingen in de veldslag tussen het HoogMogende OpperEchtpaar Zeus (Aus Greidanus sr.) en Hera (Geert de Jong), die als een spuugspoor door de hele marathon loopt. Dan worden we met kop en kont in de vertelling gegooid, superheld Herakles (Bob Schwarze) wordt met gekte geslagen en doodt vrouw en kinderen. Als straf wordt hij slaaf van de hompelende en rancuneuze vorst Eurystheus (mooi gespeeld door Aus Greidanus jr.) die Herakles de opdrachten verstrekt voor zijn beroemde Grote Werken. Dit door Geert de Jong lekker vet geregisseerde deel laat ook zien dat de heldendaden van Held H. hier vooral verteld gaan worden, niet getoond. Voor de lunchpauze (Herakles begint om 11.00 uur, elk deel duurt zo’n vijftig minuten, tussen ieder deel is een korte pauze) wordt het hele ensemble de prachtig gebouwde en schaars belichte arena (Guus van Geffen) ingestuurd. Nike heet dit derde deel, de balans van de triomfen die de zetbazen hebben behaald. Eigenlijk gaat dit prachtig en simpel vormgegeven deel over de strategie om te overleven in een spel waarbij anderen aan de touwtjes trekken. Geweldige opmaat voor wat komen gaat. (wordt vervolgd)


Nog te zien in het Appeltheater in Scheveningen op 13, 14, 20, 21, 27, 28 oktober, vanaf 11.00 uur, toneelgroepdeappel.nl, en op 16, 17 en 18 november in Theater Carré, carre.nl