Film: Man of Steel

Vliegende man

De paradox van fictie is dat er allerlei emoties worden veroorzaakt door personages en gebeurtenissen die niet bestaan. Hiertoe moet je geloven in de werkelijkheid van beide dingen.

Medium superman in man of steel hd

Deze paradox is even ‘natuurlijk als irrationeel’, aldus de Britse filosoof Colin Radford die het fenomeen voor het eerst eind jaren zeventig belichtte in een essay over Anna Karenina. Maar de vraag rijst of het mogelijk is dat we minder geneigd zullen zijn op deze wijze bij verhalen betrokken te raken wanneer personages en settings verder weg staan van onze eigen opvattingen over ‘normaliteit’ en ‘werkelijkheid’, zoals in het geval van een film waarin een man kan vliegen.

Ik herinner me de opwinding die ik in 1978 voelde bij het lezen van de tagline van Richard Donners Superman. Namelijk: ‘You’ll believe a man can fly.’ Ik was twaalf jaar oud. Ik ben opgegroeid met de Superman van de comics, vooral herdrukken uit de silver age van de jaren zestig en zeventig, een belangrijk tijdperk in de ontwikkeling van de Amerikaanse versie van het stripverhaal. Deze verhalen hadden fantastische personages, maar in die tijd was Superman vooral ook een normaal mens. Hij was sportief, had een liefje op school, een hond, een nichtje en een beste vriend. En als vaste basis zijn ouders, Jonathan en Martha Kent op de boerderij in Kansas. Superman had een leven waarmee ik mij volledig kon identificeren. Maar hij was wel een man die kon vliegen. En daarin moest ik dus mooi geloven. Een paradox.

In de nieuwste Superman-film Man of Steel speelt regisseur Zack Snyder eveneens met deze tegenstelling. De hele film is een en al ‘inconsistency and incoherence’, zoals Radford het noemt, maar het werk is tegelijkertijd ‘natural and intelligible’. Het begint op de planeet Krypton waar Jor-El (Russell Crowe) zijn enige zoon moet zien te redden uit de klauwen van generaal Zod (Michael Shannon) die een wereld wil creëren die doet denken aan de staat van Plato, met verschillende klassen die met een specifiek doel voor ogen worden ‘gemaakt’, zoals arbeiders, bewakers en leiders.

Maar dan vindt er een catastrofale explosie op Krypton plaats. Jor-Els zoontje Kal-El wordt per ruimteschip naar de aarde gestuurd, waar hij als buitenaards wezen tussen de mensen opgroeit. Wanneer Kal-El als de aardse Clark Kent volwassen is, komt hij oog in oog te staan met Zod, die na een tijdperk van gevangenschap naar de aarde reist om die planeet om te vormen tot een nieuwe Krypton. De mensheid lijkt overgeleverd aan tirannie en massale vernietiging. Kal-El staat voor een keuze: moet hij zijn krachten gebruiken om het menselijke ras te redden? Ook voor hem is de paradox een feit: is hij een verheven wezen op aarde of een boerenzoon uit Smallville?

Juist dit conflict maakt Man of Steel tot een film die meer is dan alleen vechten op grote schaal. De confrontatie tussen Zod en Kal-El zorgt terloops voor opwindende cinema, vernieuwend in beeld gebracht doordat Snyder geen concessies maakt voor wat betreft ‘realisme’. Een gevecht tussen twee wezens waarin het centrum van een metropool volledig in puin wordt gelegd is typisch comics: melodramatisch, mythologisch, apocalyptisch. We weten dat het niet kan, maar juist wanneer het verhaal reddeloos onmogelijk lijkt, zorgt Snyder voor het herkenbare. ‘Ik ben zo Amerikaans als maar kan’, zegt Kal-El uiteindelijk, waarmee hij bedoelt: ik ben zo menselijk als wie dan ook. Juist dat maakt Man of Steel, hoe incoherent en irrationeel ook, tot een geloofwaardige, onvergetelijke film.


Nu te zien