Vliegende onbruikbaarheid

Het is niet uitgesloten dat binnen een, twee jaar de Tweede Kamer zal besluiten tot een parlementaire enquête over de Joint Strike Fighter. Het is nu zeven jaar geleden dat Nederland, nog onder verantwoordelijkheid van het kabinet-Kok, besloot om aan de ontwikkeling van dit wondervliegtuig deel te nemen. Tegen betaling van omstreeks achthonderd miljoen dollar door de staat. De F-16 was verouderd, het was de hoogste tijd voor modernisering. Voor onze luchtvaartindustrie lagen ‘uitdagende kansen in het verschiet’. Als we 85 toestellen zouden aanschaffen, was onze status van weerbare natie en trouwe bondgenoot verzekerd, de Nederlandse technologie zou op het hoogste peil blijven, en dit alles tegen een relatief koopje.
Jaren van verwarring, ruzies, vertragingen en stijgende kosten volgden. Eind vorige week is een eind gekomen aan het slepende conflict tussen de overheid en het bedrijfsleven over de terugbetaling van deze achthonderd miljoen dollar staatsinvestering. Het Nederlands Arbitrage Instituut heeft een uitspraak gedaan. Het komt erop neer dat de staat 152 miljoen extra aan de Nederlandse bedrijven moet betalen. Dat is dus voor rekening van de belastingbetalers. Daarop is meteen weer verwarring ontstaan.
Op de details en merites daarvan ga ik niet in. Wie het allemaal nauwkeurig wil weten, raadplege de archieven van de serieuze kranten of de website JSFNieuws.nl. Veel plezier. Hier gaat het om een andere vraag. De JSF is waarschijnlijk ontworpen in de laatste jaren van de vorige eeuw, toen de Koude Oorlog nog vers in het geheugen lag en de aanslag op de Twin Towers een ondenkbare gebeurtenis leek. Er is een oude wijsheid waarvan de strekking is dat militairen zich altijd voorbereiden op de vorige oorlog. En het is waar: was het voor 1989 tot een gewapend conflict tussen de twee machtsblokken gekomen, dan hadden de Migs de geavanceerde F-16’s tegenover zich gevonden. Ouderwetse luchtgevechten. Daarna hebben we de Joegoslavische oorlogen gehad, die door Amerikaanse bombardementen zijn beslist. En toen is de onzekere wereldvrede uitgebroken. In die periode is het concept voor de JSF ontstaan. Een natuurlijke zaak. Een nationale defensie wil maximale veiligheid, zeker de Amerikaanse.
Met 9/11 is een nieuw type van oorlogvoering zo hard en opzienbarend mogelijk in de praktijk gebracht. Er waren al eerder grote aanslagen geweest, op de torpedojager Cole en het passagierschip de Achillo Lauro waarbij de joodse passagier Klinghofer op zijn rolstoel in zee werd gereden. Dat alles was schokkend maar niet leerzaam genoeg. Pas op die elfde september is het definitief duidelijk geworden dat we met een nieuwe tegenstander te maken hebben. Het is in de daarop volgende acht jaar bevestigd. We hebben er een nieuwe benaming voor gevonden: de asymmetrische oorlog. Dat is een term die de praktijk dekt. Vliegtuigkapingen komen vrijwel niet meer voor, dankzij de hermetische defensie op onze luchthavens. De strijd is verplaatst naar het terrein van de vijand. Daar bedient hij zich van bermbommen, laat onschuldig uitziende auto’s ontploffen, zelfmoordenaars blazen zich op in een menigte, verwoesten kazernes, hotels, bevorderen op hun manier een sluimerende escalatie, stichten op alle mogelijke manieren de chaos.
En wat stellen wij daar tegenover? Highly sophisticated weapons, nog betere radar, infrarood en als de omstandigheden daartoe strekken, van grote hoogte afgeworpen bommen. En straks het supergevechtsvliegtuig de Joint Strike Fighter?
Bij de oorlogen in Irak en Afghanistan hebben de Amerikaanse strijdkrachten vooral veel gebruik gemaakt van helikopters. En sinds een paar jaar worden in toenemende mate robotwapens ingezet, van grote afstand bestuurde vliegtuigjes. In Nevada is een hoofdkwartier gevestigd. Daar zitten de piloten achter een beeldscherm dat een hypernauwkeurig uitzicht op het gevechtsterrein biedt. Ze ontdekken een vijand, sturen er een drone op af, drukken op een knop en aan de andere kant van de wereld valt de bom. Soms op het doel, maar het gebeurt ook wel eens dat er een school of een bruiloftspartij wordt geraakt. Afghanen boos. De robots moeten nog beter worden.
Terwijl in Nederland aan een nieuwe perfectionering van de luchtmacht wordt gewerkt, is in Amerika een andere ontwikkeling aan de gang. De oorlog moet zo veel mogelijk worden gerobotiseerd. Excellenties Van Middelkoop en De Vries, lees het boek van P.W. Singer, Wired for War: The Robotics Revolution and Conflict in the 21st Century. Daar staat alles in wat een hedendaagse minister van Defensie moet weten. En ons deelgenootschap in het JSF-project doet hoe langer hoe meer denken aan de Amsterdamse Noord/Zuidlijn. Een gigantische onderneming die steeds duurder wordt, van mislukking naar mislukking voert terwijl het volk machteloos toekijkt. Het verschil is dat als deze metro ooit zou gaan rijden al die ellende snel vergeten zou zijn, terwijl een vliegende JSF een achterhaald technisch wonder zou zijn. Zet het eerste exemplaar als monument van vergeefsheid op het Binnenhof.