Alain Badiou en Zygmunt Bauman over liefde

Vloeibaar en frictieloos

De liefde bevindt zich in een digitale en commerciële wurggreep. Via een paar swipes op Tinder is er altijd iemand anders te vinden die voor kortere of langere tijd je geliefde wil zijn. Filosofen Alain Badiou en Zygmunt Bauman vrezen voor de mens die permanent op zoek is naar iets nieuws, gedreven door onrust en de opgefokte hoop dat er misschien wel betere partners bestaan.

Medium casperfilosofen
Cupido en Psyche van de Italiaanse beeldhouwer Antonio Canova in het Louvre, Parijs. Cupido heeft Psyche net wakker gekust © Antonino Bartuccio / SIME / HH

Hoe hebben jullie elkaar leren kennen? Als manier om interesse te tonen in het liefdesleven van anderen is dat een veilige vraag. Verdere details over de onzichtbare achterkant van een relatie (hoop, teleurstelling, vervoering, seks, hoe de liefde standhoudt) zijn al snel te intiem om met anderen te delen, behoudens misschien enkele vertrouwelingen. Informeren naar de ontmoeting waarmee het allemaal begon kan altijd. Mocht het echte verhaal ongemakkelijk zijn, dan is een kleine leugen snel gevonden. ‘Bij het uitgaan.’ Niemand die de wenkbrauwen fronst.

Tegelijk is die eerste ontmoeting voer voor verhalen, zo blijkt uit de series die momenteel in mijn omgeving worden gebinged. In House of Cards haalt president Frank Underwood de schrijver Tom Yates in huis, om hem een boek te laten maken over het plan om iedere Amerikaan aan een baan te helpen. In plaats daarvan begint Yates te graven in het privéleven van Underwood. De schrijver is bovenal geïnteresseerd in hoe hij (eenvoudige plattelandsjongen uit het zuiden) haar (rijke erfgename uit Texas) aan de haak sloeg. Yates – mensenkenner – voelt dat de sleutel tot Frank in het vreemde huwelijk tussen de Underwoods te vinden is.

In The Affair is de eerste ontmoeting tussen stadse schrijver Noah Solloway en small towner Alison Bailey een gebeurtenis die met verzinsels wordt omzwachteld om een pijnlijke waarheid te verhullen. Hun liefde is clandestien, ze zijn beiden getrouwd met een ander. Tijdens een met rosé opgevrolijkte lunch bij een uitgeversechtpaar valt de vraag. ‘How did you two meet?’ Alison verzint iets met een vuurtoren en schuilen voor een regenbui. Bedrogen echtgenoten worden verzwegen, de langzame maar onvermijdelijke toenadering tussen haar en Noah eveneens. Hun gesprekspartners knikken braaf.

Zonder de rol van Netflix-series als spiegel van het moderne bestaan te overdrijven, compenseert de fascinatie voor de ontmoeting tussen geliefden, met haar complexiteit en verborgen lades, wellicht iets wat in het echte leven steeds minder voorkomt. De willekeurigheid van twee mensen van wie de blikken per toeval kruisten wordt in toenemende mate ingeruild voor de digitaal gearrangeerde ontmoeting. Datingsites en -apps proberen op basis van persoonlijke voorkeuren een ander uit de massa naar voren te schuiven met wie de kans op een klik groot is.

Natuurlijk doen kroeg, werkvloer en kennissenkring ook nog steeds hun werk, maar de digi-sfeer neemt een groeiend aandeel nieuwe koppels voor zijn rekening. Dertien procent van de relaties in Nederland is via internet tot stand gekomen, rapporteerde het cbs een aantal jaar terug. Inmiddels zoekt een derde van de alleenstaanden op deze manier naar liefde en de helft van de volwassenen gebruikt wel eens een datingapp.

Deze cijfers bevestigen de woorden van Dan Slater, auteur van Love in the Time of Algorithms: What Technology Does to Meeting and Mating: ‘De afgelopen halve eeuw heeft een stelletje nerds romantiek en serendipiteit opnieuw vormgegeven.’ Dat opnieuw vormgeven betekent vooral: toeval en willekeur zo veel mogelijk indammen. ‘Bedrijven zijn verwikkeld in een digitale wapenwedloop met steeds efficiëntere, “frictieloze” systemen om mensen bij elkaar te brengen die elkaar mogelijk leuk zullen vinden’, schrijft Slater. Zijn boek laat zien waar de online datingindustrie om draait: het techbedrijf dat de beste ‘matches’ weet te maken wint de concurrentieslag (en de portemonnee van de klant). En dus proberen ze met zo veel mogelijk data de kans op succes te vergroten. Dit alles werpt een filosofische vraag op: kan liefde bestaan zonder toeval en willekeur?

Nee, antwoordt de Franse filosoof Alain Badiou in Ode aan de liefde, een pamflet waarin hij zich buigt over het grote thema van het menselijk bestaan. Onvoorspelbaarheid is wezenlijk aan de liefde, meent Badiou. Ook het risico dat je die ene, ideale ander die ergens rondloopt misschien wel nooit ontmoet, dat de vonk overslaat op iemand van wie je het nooit zou hebben verwacht, dat je de pech hebt dat die ander Capulet is terwijl jij als Montague werd geboren, hoort erbij. ‘De ontmoeting tussen twee verschillende personen is een evenement, ontregelend en vol van mogelijkheden. Het is een absoluut noodzakelijk beginpunt’, schrijft Badiou. Al te veel knutselen aan die ontmoeting, wil hij maar zeggen, berooft liefde van haar essentie: een verweven bestaan van twee (of, vooruit, meerdere) personen dat wordt gebouwd op een ontmoeting met een onbekende.

Dat woord ‘evenement’ bevat hier de kern. Het is een centraal begrip in het werk van Badiou, die als jongeman volop meedeed aan de studentenrevolte van 1968. Hij hield aan die jaren een fascinatie over voor grote, bijzondere voorvallen die zich plotseling voordoen en al het bestaande in een nieuw licht plaatsen. Volgens Badiou is het belangrijk om trouw te blijven aan het evenement, om de waarheid en volle overtuiging die je op dat moment beleefde niet te doen verbleken. En wat voor de revolutie geldt, geldt ook voor de liefde: liefde is trouw blijven aan die eerste ontmoeting die alles anders maakte (hoe precies die trouw in te richten laat Badiou overigens open. Monogaam of niet, samen onder één dak of niet, een liefde volhouden kan op verschillende manieren).

Badiou’s overpeinzingen komen uit 2008, toen in zijn woonplaats Parijs reclameposters opdoken die de mogelijkheid voorspiegelden liefde te vinden zonder frictie. Ze waren afkomstig van datingsite Meetic die de titel van een liefdeskomedie van de achttiende-eeuwse schrijver Pierre Carlet de Marivaux, Le jeu de l’amour et du hasard, aanpaste aan de verlangens van de 21ste-eeuwse mens. ‘Vind liefde zonder toeval’, was hun slogan. ‘On peut être amoureux sans tomber amoureux’, was een variatie op dat thema: je kunt verliefd zijn zonder voor iemand te hoeven vallen.

Badiou las hierin een krampachtig streven om risico uit het moderne leven te bannen. De moderne burger met zijn hang naar comfort wil alles wat bij het leven hoort, maar wil tegelijk worden beschermd tegen minder prettige keerzijdes. De Meetic-slogans deden Badiou denken aan de propaganda van het Amerikaanse leger dat destijds met ‘slimme bommen’ en ‘slachtofferloze oorlog’ regime change in het Midden-Oosten probeerde af te dwingen. De belofte van een gevaarloze liefde was voor hem een terugkeer naar de tijd van het gearrangeerde huwelijk: een verbintenis op basis van calculatie in plaats van liefde.

Voor jou honderd anderen was lange tijd makkelijk gezegd, maar dankzij het internet is het ook waar

Het is een onversneden romantisch ideaal waarvoor Badiou een lans breekt, maar zijn woorden zijn belangrijk nu het plotselinge evenement waarmee een liefde kan beginnen in toenemende mate wordt voorgekookt. Ze roepen namelijk de vraag op of de echte ontmoeting een sterker uitgangspunt is voor een relatie dan een digitaal voorbereide kennismaking. Kunnen liefdes langdurig gedijen met de wetenschap dat niet het lot, maar een algoritme twee paden bij elkaar bracht? Tijd moet dat antwoord geven, het eerste gouden huwelijk van het internettijdperk moet nog plaatsvinden, maar cijfers wijzen voorzichtig op nee. Enige tijd geleden berichtte het cbs dat huwelijken minder stabiel zijn geworden. Jongere generaties maken sneller en vaker een echtscheiding door en de kans dat een huwelijk strandt is opgelopen tot veertig procent.

Welk deel van het onzekere hedendaagse liefdesleven is toe te schrijven aan digitale technologie is moeilijk te zeggen, maar een mogelijke verklaring waarom de online liefdesmarkt een minder vaste basis biedt, ligt in het gemak waarmee apps en sites een bijna oneindig reservoir aan mogelijke geliefden voorschotelen. ‘Nog nooit was het zo gemakkelijk om potentiële partners te beschouwen als goederen die in overvloed aanwezig zijn’, schrijft Sherry Turkle in Reclaiming Conversation: The Power of Talk in a Digital Age. Voor jou honderd anderen was lange tijd makkelijk gezegd, maar dankzij het internet is het ook waar.

Volgens Turkle maakt de gedachte dat er altijd met een paar swipes iemand anders te vinden is die voor kortere of langere tijd jouw geliefde wil zijn dat mensen zich minder makkelijk overgeven aan een ontmoeting. Als socioloog tekent ze verslagen op van dates waarbij op het toilet snel even wordt gecheckt of er nog andere Tinder-matches zijn en van eerste gesprekken die niet echt op gang komen, omdat veel van de ander toch al bekend is van die zorgvuldig uitgekiende datingprofielen en sociale media. ‘Onze zoektocht naar nieuwe, efficiëntere manieren om romantiek te vinden, zijn ironisch genoeg verbonden met gedrag dat empathie en intimiteit ontmoedigt’, schrijft ze. Om de ander te leren kennen zijn wezenlijke nieuwsgierigheid en rust nodig, en dat is lastig als zich via de smartphone steeds nieuwe kandidaten aanbieden.

Deze analyse wijst op een tweede grote zorg die door filosofen wordt aangedragen als het gaat om liefde in tijden van algoritmen. De behoefte om risico’s in de liefde te vermijden uit zich ook in het idee van een altijd durende inruilmogelijkheid. Liefhebben betekent ‘de kunst verstaan om de ander de laan uit te sturen wanneer hij jouw comfort in het geding brengt’, schrijft Badiou. Dit is wat de Pools-Britse socioloog Zygmunt Bauman ook wel heeft omschreven als ‘vloeibare liefde’: het samenzijn waarin het altijd voor mogelijk wordt gehouden dat het met iemand anders fijner is. Wie zo naar de liefde kijkt, wordt als de mens die Bauman in zorgelijke termen beschrijft in zijn boek Liquid Love: permanent op zoek naar iets beters, gedreven door onrust en de opgefokte hoop dat er misschien wel betere partners bestaan.

Net als Badiou is de afgelopen jaar overleden Bauman een denker van klassiek-linkse signatuur die de wereld bekijkt met de beroemde woorden uit het Communistisch Manifest in gedachten: ‘Alles wat solide is, lost op in het luchtledige.’ Die omschrijving van het kapitalisme, als systeem dat constant nieuwe productiemethoden verzint om winst te maken en waarin stilstand achteruitgang betekent, is door een generatie denkers na Marx en Engels getransporteerd naar het domein van de liefde.

In Liquid Love illustreert Bauman de fragmentarische liefdesmoraal aan de hand van relatieadviezen die de weekendbijlages en glossy’s aan hun lezers geven. Daarin heerst de consensus dat een langdurige verbintenis aangaan met een partner betekent dat je jezelf tekort doet, omdat je nieuwe, enerverende romantische mogelijkheden uitsluit. Bauman bestudeert ook televisiesoaps die draaien op een constante aanvoer van nieuwe verbintenissen. Er wordt vreemdgegaan, getrouwd, gescheiden, maar een liefdeskoppel dat, ondanks alles, bij elkaar blijft zul je op tv niet snel vinden. Hij citeert een jonge man die ‘computerdating’ heeft ontdekt. Het grote voordeel ten opzichte van echte ontmoetingen volgens hem: ‘Je kunt altijd op delete drukken.’ Baumans boodschap: de hedendaagse mens kiest tijdelijkheid als de norm waar het de liefde betreft.

Waar Alain Badiou en Zygmunt Bauman voor vrezen is dat de overtuiging dat liefde op elk moment kan worden opgegeven en ingeruild uiteindelijk een selffulfilling prophecy wordt. En daarmee houden we onszelf voor de gek. De liefde lost niet op in het luchtledige vanwege sleetsheid, maar omdat we steeds minder gewend zijn aan zaken die voor lange tijd voortduren. In die zin komen romantische liefde en religieuze liefde overeen: ze bestaan enkel zolang je erin blijft geloven.

De linkse school biedt vergelijkbare kritiek over seks. Zowel Bauman als Badiou juicht het toe dat we erin geslaagd zijn om seks goeddeels te ontkoppelen van het keurslijf van huwelijk en voortplanting, maar die bevrijding brengt weer nieuwe problemen met zich mee. Bauman wijst er in Liquid Love op dat seks is verzwaard met nieuwe vereisten: het moet verrassend blijven, constant bevredigend zijn, technisch goed worden uitgevoerd. Voldoet het niet, dan wordt het tijd voor een ander. Zou dit soort druk er iets mee te maken kunnen hebben dat, zoals de Rutgers Stichting onlangs rapporteerde, jongeren later met seks beginnen dan een aantal jaren geleden, en de frequentie waarmee jongere generaties seks hebben is afgenomen?

Badiou herinnert er op zijn beurt aan dat er een fundamenteel onderscheid bestaat tussen seks en liefde. Van de psychoanalyticus Jacques Lacan leent hij het idee dat seks in wezen ‘een contract tussen twee narcisten’ is die beiden iets voor zichzelf zoeken waar ze de ander voor nodig hebben. ‘Met seks ben je in feite in relatie met jezelf via de ander’, schrijft Badiou in Ode aan de liefde. Dat doet verder weinig af aan het feit dat seks plezierig is, maar dat betekent dat seks en liefde aan volstrekt andere wetten zijn onderworpen. Seksuele bevrediging eindigt altijd met een zekere leegte – de beroemde petit mort waar de Fransen het over hebben – en wordt daarom keer op keer opnieuw gezocht. Liefde is volgens Badiou iets van de lange duur en die kan alleen bestaan uit tijd samen, die voortbouwt op wat daarvoor was. En dat, uiteindelijk, is waarom seks te koop is, maar liefde niet.

Maar door liefde net als seks als een product te zien – eenvoudig beschikbaar, telkens weer te consumeren – wordt ze volgens Badiou van haar wezenskenmerk ontdaan. Volgens hem is het zelfs zo dat ware liefde bestaat uit volhouden. ‘Opgeven bij de eerste tegenslag, bij het eerste serieuze meningsverschil, bij de eerste ruzie, is de liefde vervalsen’, schrijft hij. ‘Echte liefde is die waarbij, soms met pijn en moeite, de obstakels die de tijd en het leven opwerpen worden overwonnen.’ Bauman pleit ook voor toewijding, hoe eng en moeilijk dat ook mag zijn. Dat klinkt fraai, maar levert een groot probleem op: op deze manier kun je enkel achteraf weten of het echte liefde was. En wat nu als je over een van de laatste horden struikelt?

Dat is simpelweg een gok die geliefden moeten nemen, meent Badiou. Hoe graag we ons ook indekken tegen verkeerde keuzes, spijt en de mogelijkheid van nieuwe inzichten, uiteindelijk zullen we risico moeten lopen en er het beste van moeten proberen te maken. Amor fati, heb het lot lief, krijgt zo een dubbele betekenis. Vergeleken met twintig tips om het spannend te houden of de stelligheid waarmee cynici beweren dat liefde slechts vernis over behoefte aan fysieke bevrediging vormt, is dat misschien niet concreet. Wel is het geruststellend. In de liefde bestaat er geen all-riskverzekering.