POPMUZIEK

Vloeibaar staal

Henry Rollins

Er bestaat een cartoon van Gummbah over een man met een ‘ondraaglijk hoog IQ’. Voor in beeld zien we hem zitten, aan de bar. Achter hem zijn twee mensen in gesprek. Een vraagt wat de ander in zijn koffie wil. De man met een ondraaglijk hoog IQ schreeuwt uit: 'O God, wat zijn ze dom!’
Jarenlang was Henry Rollins hier de variant op: de man met een ondraaglijk grote discipline. Rollins zag om zich heen niets dan luiheid, een hele wereld vol mensen zoveel luier dan hij zelf. Een verdwaalde Spartaan in Hedonia.
Henry Rollins, opgetrokken uit kabels van spieren, gebouwd op wilskracht. Van 1981 tot 1986 was hij de zanger van Black Flag, een van de beste en meest invloedrijke punkbands uit de popgeschiedenis. In al die jaren hield hij een dagboek bij, dat later verscheen als Into the Van. Het is het verhaal van een jongeman die veertig tot zestig uur per week in een Häagen-Dazs-ijswinkel werkt en denkt dat dat best pittig is. Na de eerste optredens met een band die hij bewonderde weet hij: niets is pittiger dan dit, spelen voor publiek dat je soms in elkaar slaat op het podium. Tegelijk is het precies wat hij wil: deel uitmaken van een band waaraan alles heftig is. De harde bands van tegenwoordig, schrijft Rollins in 1994 in Into the Van, zouden levend opgegeten worden tijdens een Black Flag-concert. 'Muziek is zo soft geworden dat het op een punt is beland waar het merendeel ervan me niet meer interesseert.’
Zo mogelijk nog persoonlijker en opsmuklozer zijn de korte verhalen die Rollins in diezelfde periode schreef. Ze verschenen eveneens bij zijn eigen uitgeverij 2.13.61. Er spreekt een broeierige woede uit al die korte, kordate zinnen. De woede van een man die snakt naar waarachtigheid, die zichzelf blijft voorhouden dat de wereld wordt bevolkt door poseurs en zijn 'ziel’ zuiver moet blijven. Hoe? Door hem te verpakken in staal. In zijn boek Pissing in the Gene Pool beschrijft Rollins hoe hij in Arizona een toilet bezoekt en het materiaal beziet. Staal. Koude energie, ondoordringbaar. Dat wil hij zelf zijn, schrijft hij. In staat zich aan te passen aan zijn omgeving, maar krachtig genoeg om afstand te houden en indien nodig afscheid te nemen. 'Dat is wat ik moet zijn: vloeibaar staal.’ In zijn boek Art to Choke Hearts komt hij er nog eens op terug, aan de hand van een citaat van Sylvester Stallone als John Rambo: 'In order to survive war, you must become war.’
Zo oogde en klonk zijn Rollins Band in de jaren negentig. Eenmansleger met gitaren en microfoon. Vierkante muziek: nummers die langzaam opzwollen en vervolgens explodeerden. Pinkpop, Lowlands, Werchter: overal konden we Rollins en zijn band zien. Het was geen muziek die ons meenam, maar een proeve van compromisloze kracht. Een uur kijken naar een rug als een vierkant blok beton, en luisteren naar testosteron in akkoorden.
Tegelijk beklom hij steeds vaker het podium met spoken word en stond daarmee in popzalen en op pop- en literaire festivals. Hilarisch zijn Rollins’ tirades, of ze nu over dancemuziek gaan of over politiek - al is hij zijn favoriete onderwerp George Bush kwijt. Tijdens die tirades horen we de Rollins die we kennen van zijn muziek.
Maar er is iets bij gekomen. Met zijn grijze haar en iets minder pezige lijf ziet Rollins er niet meer uit als de man op wie geen enkele natuurwet greep kan krijgen. Zelfs Henry Rollins kan niet eeuwig zijn jeugdige oerkracht vasthouden. Het mooie is: dat probeert hij ook niet. De laatste jaren laat hij ook in zijn verhalen enige twijfel toe. En al zei hij vorig jaar in een interview nog dat hij liefde associeert met 'ouders, mensen met gezinnen of mensen met een hond’, hij is openhartig over zijn moeizame verhouding met vrouwen zonder dat alleen nog maar aan al die vrouwen te wijten. Zijn harde grappen gaan steeds meer over zichzelf. Zo wordt hij meer en meer wat hij wilde zijn: van staal, maar vloeibaar.

Henry Rollins spoken word: 29 juli in de Effenaar, Eindhoven en 30 juli in Paradiso, Amsterdam