Vluchtelingen uit Mosul zitten in de vrieskou

Hasansham – Briesend beent olie-ingenieur Ahmed Kazem (32) door Hasansham, een nieuw opvangkamp vlak bij Mosul. De zes tassen in zijn handen, volgestopt met dekens en eten, slingeren wild heen en weer.

Het is rantsoen voor zijn ouders, twee Koerdische zestigers uit Mosul die sinds kort in een witte tent met een groot hulplogo wonen. ‘Het is een schande om mijn ouders zo te zien. Ze zijn beiden ingenieur en leven op de grond met alleen een zak aardappels’, tiert de Irakees.

Het is zeven weken geleden dat de militaire operatie tegen Islamitische Staat in Mosul begon, een strijd die inmiddels de dichtbevolkte woonwijken heeft bereikt. Hoewel nog één miljoen Mosularen vastzitten in de stad lukte het 76.000 inwoners te vluchten. De VN, hulporganisaties en overheid maken overuren om de ontheemden op te vangen. Maar voor de families in het bomvolle Hasansham is de hulp slechts mondjesmaat beschikbaar. Dekens, luiers, artsen – terwijl het ’s nachts vriest, is hier een tekort aan alles. De ontheemden warmen hun tentjes met kerosinelampen. Levensgevaarlijk.

Irakezen als Kazem wachten de haperende hulpoperatie niet af en nemen het heft in eigen handen. Zelf woont Kazem in de Koerdische hoofdstad Erbil, een half uurtje rijden. Maar ontheemde familie of kennissen meenemen naar huis is uit den boze: de autoriteiten zijn doodsbang dat IS-strijders heimelijk tussen de ontheemden meereizen. Kampbewoners mogen het omheinde terrein pas verlaten als ze grondig zijn doorgelicht.

Wanneer de doorlichting in Hasansham begint en hoe dat in z’n werk gaat, weten de gewapende Asayish, de Koerdische veiligheidsagenten voor de kampingang, niet. Het is wachten op orders van hogerhand. Maar dat er IS’ers rondlopen op het terrein is voor hen zeker. En dus zijn alle identiteitskaarten ingenomen en gaat het hekwerk slechts een paar keer per dag open voor hulporganisaties en toeschietende familieleden. Zelfs de 57-jarige soenniet die op een geïmproviseerd ziekenhuisbed naast zijn tent ligt, mag niet weg. Het verband rondom zijn mortierverwondingen is al drie dagen niet ververst.

De witte tent van Kazems ouders komt in zicht. Zijn moeder loopt hem al snikkend tegemoet. ‘Mensonterend is het’, zegt de Irakees. Hij veegt haastig een traan van zijn rood aangelopen wang. ‘Mijn vader is 64 jaar en heeft een te hoge bloeddruk. Denken ze nou echt dat hij voor die klootzakken van IS vecht?’