Vluchtelingen zijn welkom in Noord-Oeganda

Arua – Langs het pad naar de moestuin groeit een lange rij cassaveplanten. ‘Kijk eens wat veel’, zegt Sharon Asianzu (27). ‘En we hebben ook mais, okra en sesam.’ Nog een paar maanden, dan is het weer tijd om te oogsten. De opbrengst zal ze op de naastgelegen markt met veel winst verkopen.

Het is nauwelijks bij te houden hoeveel nieuwe klanten Sharon er in korte tijd bij heeft gekregen. Ze komen vrijwel allen uit Zuid-Soedan, het buurland waar al ruim vier jaar een burgeroorlog woedt. Meer dan een miljoen vluchtelingen staken de grens over naar Oeganda.

Dankzij haar nieuwe buren is haar woonplaats, een handvol hutten en velden in het hart van Rhino Camp Refugee Settlement, uitgegroeid tot een centrum van bedrijvigheid. Hoezo vluchtelingencrisis? Sharon schudt lachend haar hoofd: ‘We hebben het hier nog nooit zo goed gehad als nu.’ Wat haar betreft mogen ze daarom nog wel even blijven.

De gele jerrycans in haar hut verraden waarom: die zijn allemaal voorzien van het logo van de hulporganisatie die ze aan de gemeenschap, dus ook aan de Oegandezen, heeft gedoneerd. De kannen vult ze bij de gloednieuwe waterpomp. Haar dochter krijgt les in een pas geopend schoolgebouw en de jongste, een baby van nog geen jaar oud, kan voor consultatie terecht in de nieuwe kliniek.

Blijkbaar was er een grote crisis nodig om hier de lang verwachte ontwikkelingshulp op gang te krijgen. Al is nu de vraag hoe lang deze zal standhouden. Want de uitzichtloosheid van de burgeroorlog stemt niet alleen de vluchtelingen, maar ook de internationale gemeenschap moedeloos. Hoewel nog elke dag honderd Zuid-Soedanezen het land binnenkomen, worstelt de VN-vluchtelingenorganisatie net als vorig jaar om de benodigde financiering binnen te halen. De teller voor 2018 staat er beroerd voor: nog maar vier procent is binnen.

Bovendien is gebleken dat Oegandese ambtenaren de vluchtelingenaantallen hebben overdreven, zodat zij een deel van het hulpgeld achterover konden drukken. Een digitaal registratiesysteem moet dat soort praktijken voorkomen. Maar ondertussen staat er een nieuwe crisis voor de deur: in het westen arriveert een stoet vluchtelingen vanuit een ander buurland in oorlog: de Democratische Republiek Congo.

Bij Sharons moestuin klinkt zacht geblaat. ‘Het kan zomaar afgelopen zijn’, zegt ze. ‘Daarom investeer ik in een kudde geiten. Binnenkort wil ik een paar koeien kopen.’ Vlug, voordat de crisiskaravaan weer verder trekt.