Vluchten uit joegoslavië

De bommendreiging van de Navo is koren op de molen van Milosevic: eindelijk de kans om binnenlandse critici de mond te snoeren. Op het Internet circuleert een noodkreet van Veran Matic, voorzitter van de Associatie van Onafhankelijke Elektronische Media in Joegoslavië. Matic maakt duidelijk dat in Servië journalisten worden geïntimideerd als nooit tevoren. Vooral onafhankelijke radiozenders, zoals B92, moeten het ontgelden. Hun uitzendingen bekritiseren immers onophoudelijk de Servische propaganda van de staatskranten en -televisie, en zijn met een simpele radio in bijna de hele Joegoslavische Federatie te ontvangen.

Seselj zag in de aanvalsdreiging zijn kans om van deze lastpakken af te komen. De ex-militieleider en huidige vice-premier maakte duidelijk dat kritische journalisten vogelvrij zijn, vooral als ze Joegoslavisch zijn: ‘Zelfs de Conventie van Genève biedt hen geen bescherming.’
Voor de meest bedreigde journalisten lijkt er weinig anders op te zitten dan Joegoslavië te ontvluchten en vanuit het Westen hun uitzendingen voort te zetten. Maar wat doet minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen? Hij stelt voor alles wat Servisch is te boycotten. Stopzetting van de laatste vliegverbindingen met Servië, een sportboycot en vérgaande visumrestricties.
Dat laatste is trouwens al niet meer nodig. Wie tegenwoordig iemand uit Joegoslavië wil laten overkomen voor een toeristisch bezoek kan rekenen op een 'justitieel onderzoek’ dat minstens drie maanden duurt. Tijd genoeg voor Milosevic en Seselj om alle onafhankelijke journalisten van Servië tot zwijgen te brengen.