Van Jeruzalem naar Bouillion #13: Stiekeme integratie

Vluchtige gesprekken

In een zoektocht naar creativiteit, humanisme en vooruitgang loopt filosoof Ralf Bodelier een omgekeerde kruistocht van Jeruzalem in Israël naar Bouillon in de Belgische Ardennen. In deel 13: Vluchtige gesprekken in Hatay.

Nam ik eind maart het laatste vliegtuig naar Nederland, aanvang juli vloog ik met een van de eerste vluchten weer richting Turkije. En zo ben ik met een vertraging van ruim drie maanden weer op omgekeerde kruistocht. Opnieuw wandel ik door het Midden-Oosten. En om precies te zijn: door de provincie Hatay, het smalle Turkse uitstulpsel tussen de Middellandse Zee en Syrië. Een stukje Turkije dat voor de Tweede Wereldoorlog nog aan Syrië toebehoorde.

Vandaag lijkt Hatay opnieuw deel van Syrië. Want de streek is overspoeld met Syrische vluchtelingen. Nogal wat mannen die ik tegenkom – vrouwen spreek ik hier vrijwel niet – stellen zich voor als Syriër. Doorgaans vertellen ze er meteen bij uit welke Syrische stad of streek ze vluchtten. Ze komen uit het nabij gelegen Idlib, uit Aleppo of, verderop, uit Palmyra. De een serveert koffie op een terras in een lommerrijk park langs de rivier de Orontes, een tweede wisselt mijn euro’s voor Turkse lira en nummer drie staat al uren in de brandende zon met een enorme wolk ballonnen. Iedereen kent wel iemand die het lukte om Nederland te bereiken, al duurt het even voordat ik uit ‘Allarsedam’ Alblasserdam heb gedestilleerd en Utrecht uit ‘Joetre’.

Onze gesprekjes zijn te vluchtig om erachter te komen hoe ze het hier stellen en voor wie ze vluchtten. Voor de Russische bombardementen op Idlib? Voor de bloedhonden van Assad? Voor de IS-achtige milities in het land? Of was het uit een algeheel gevoel van angst en weerloosheid, waarbij het weinig uitmaakt of je getroffen wordt door een Russische bom, een Iraanse kogel, Syrisch gas of de vrees dat er morgen geen eten meer is voor je kinderen of bejaarde ouders?

Afgelopen voorjaar hoorde je in Hatay nog de bombardementen op Idlib, zo vertellen bewoners. Maar aan de overkant van de grens is het nu al maanden stil. Assad heeft het grootste deel van het land weer onder controle, IS is gedecimeerd, de Turken bezetten een brede strook onder de Syrische grens, de Koerden hebben de macht in het noordoosten en nogal wat vechtjassen zijn vertrokken naar Libië.

Langzaam maar zeker dooft de Syrische oorlog uit. Ja, oorlog, want in Syrië woedde een ‘proxy war’ waarin niet alleen Iran en Turkije op elkaar stootten, maar ook Rusland en de Verenigde Staten. Nu lijkt die vervloekte oorlog dan toch op zijn einde te lopen. Nu de aantallen slachtoffers terug blijven lopen, horen en lezen we vrijwel niets meer over Syrië. Zo gaat dat. Het uitbreken van een oorlog krijgt altijd alle aandacht, het beëindigen van oorlogen voltrekt zich telkens weer in stilte. Goed nieuws is geen nieuws. En zo blijven wij maar denken dat de wereld in brand staat.

De hoofdstad van Hatay is Antakya, het oude Antiochië. Het is heet hier. Het is heet in de hele regio. Dag in, dag uit tikken de thermometers de veertig graden aan. Overal razen de airconditioners. Syriërs en Turken lopen tergend langzaam en liggen in de vroege middag onder olijfbomen. De flesjes water die bij de koffie worden geleverd zijn al leeg voordat aan de koffie wordt genipt.

Plande ik aanvankelijk om in het voorjaar door Turkije te lopen, door mijn coronavertraging sjouw ik nu door een ondraaglijke zomerhitte. Mijn wandelplannen heb ik dan ook sterk bij moeten stellen. ’s Ochtends, wanneer het met zo’n dertig graden nog redelijk koel is, hang ik mijn rugzak om en loop ik een uurtje richting mijn bestemming. Vervolgens pak ik, doorweekt van zweet, een airconditioned minibus, koel onverantwoord snel af en stap een uur voor mijn bestemming weer uit. Dat is het dan. Op het heetst van de dag doe ik een dutje. En in de avond, wanneer de temperatuur weer zakt richting dertig graden, verken ik mijn nieuwe omgeving.

Mijn gesprekken met Turken en Syriërs – ik schreef het al – zijn vooralsnog vluchtig. Was er in Libanon, op Cyprus en uiteraard in Israël altijd wel iemand die vloeiend Engels sprak, hier is dat een zeldzaamheid. Uitzonderingen zijn de Turkse mannen bij wie ik via Airbnb een kamer huur. Alléén bij mannen – ook dat schreef ik al –, want in dit deel van de wereld houden vrouwen afstand, laat staan dat ze kamers verhuren aan vreemde kerels. Voorzichtig en via omwegen pols ik mijn gastheren hoe ze denken over hun land en, natuurlijk, over de immense aantallen vluchtelingen die het afgelopen decennium arriveerden.

6,4 miljoen Syriërs ontvluchtten hun land en twee derde daarvan stak de grens over naar Turkije. Vier miljoen Syrische vluchtelingen op tachtig miljoen Turken, dat is één op de twintig bewoners van het land. Kom er eens om in Nederland, dat zestigduizend Syrische vluchtelingen opnam, waarmee dus één op de driehonderd een Syrische vluchteling is.

Nederland kent golven van verzet tegen vluchtelingen. In Turkije is dat verzet veel constanter. De meeste Turken menen dat er veel te veel Syriërs rondlopen. Volgens opiniepeilingen wil tachtig procent van de Turken dat de Syriërs het land weer verlaten, terwijl meer dan negentig procent toegeeft dat dit waarschijnlijk nooit zal gebeuren. Hun bezwaren zijn van alle tijden. De Syriërs zouden werk afpakken van de Turken, door de Syriërs zijn de Turkse huurprijzen omhoog geschoten, de kleine criminaliteit lijkt toegenomen en met de aanslagen in 2016 bleek dat er onder die vluchtelingen ook terroristen het land binnenkwamen.

Mijn gastheren zijn geen doorsnee Turken. Ze spreken Engels, hebben veelal zelf gereisd en zijn bijna altijd hoogopgeleid. Wanneer het aan hén ligt, is het aan de Syriërs zelf om in Turkije te blijven of naar huis terug te keren. De sympathie voor Erdoğan en zijn islamistische AKP spat er bepaald niet vanaf. Maar over Erdoğans vluchtelingenbeleid zijn ze opmerkelijk positief. Want hoewel de president geregeld een harde toon aanslaat, lijkt hij de facto een beleid van gestage integratie te voeren.

Zo liet Erdoğan stap voor stap de enorme vluchtelingenkampen ontmantelen, waardoor nu bijna alle vluchtelingen in normale huizen en tussen de Turken wonen. Voor Syrische kinderen schafte hij onderwijs in het Arabisch af en stuurde hen naar reguliere Turkse scholen, waardoor al die kinderen jonge Turken worden. Soms oppert Erdoğan dat hij het verschaffen van burgerrechten aan vluchtelingen een goed idee vindt. Alleen zo zullen zij de grijze economie verlaten, regulier werk verrichten en belasting gaan betalen. Tegen verkiezingstijd slaat hij dan weer een harde toon aan, bedoeld om zijn conservatieve achterban gerust te stellen.

Erdoğan, zo vertellen mijn gastheren, lijkt een politiek van stiekeme integratie te voeren. Hij weet dat een openlijke hem zijn presidentschap kan kosten. Ik luister vol aandacht naar hun verhalen en kijk opeens anders tegen de Turkse president aan. Zo’n pragmatische aanpak had ik van Erdoğan niet verwacht. Waar reizen al niet goed voor is.


Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, fondsbjp.nl