NOLLYWOOD bloeit

Vlug-vlug-vlug

De Nigeriaanse filmindustrie, bijgenaamd Nollywood, is de op twee na grootste ter wereld. Hoewel de films duurder en beter worden, blijft het productieproces ad hoc: ‘Als het script zegt dat de zon schijnt, maar het regent, dan pas je het script aan.’

Immanuel France is de nestor van de Nigeriaanse filmindustrie. Volgend jaar viert France (69) zijn veertigjarig jubileum als acteur. In die periode heeft hij in maar liefst 350 films gespeeld, het merendeel daarvan in de laatste tien jaar. Met zijn waardige voorkomen en grijze baard is France makkelijk te typecasten. ‘Ik speel vooral de Jujuman, de traditionele dokter die een boze betovering uitspreekt of juist genezing brengt.’ Nu zit France te drinken op het terras van hotel Winis in het centrum van Lagos, met de medewerkers van zijn laatste film, The Last Sacrifice. ‘Vandaag hadden we de laatste draaidag, en dan is het gebruikelijk dat de crew bij elkaar komt om het project af te sluiten.’

Hotel Winis is het vaste verzamelpunt van de Nigeriaanse speelfilmscene. In de autoluwe straat rondom het hotel lopen de terrasjes na acht uur ’s avonds vol met mensen uit de filmwereld. Acteurs zoeken hier een rol in een komende film, regisseurs proberen contact te leggen met producers, scenarioschrijvers zoeken geld om hun nieuwste verhaal te verfilmen. Beroemde acteurs als Ramsey Nouah, Rita Dominic en Fred Amata delen intussen handtekeningen uit aan fans. Daartussendoor zwermen de wannabees: jongens en meisjes die hopen ontdekt en beroemd te worden. From rags to riches, dat is de droom van veel Nigerianen.

Bijna ongemerkt heeft het West-Afrikaanse Nigeria zich ontwikkeld tot een belangrijke producent van speelfilms. Jaarlijks verlaten duizend tot tweeduizend speelfilms de studio’s in Lagos. Daarmee is Nollywood – zoals de Nigeriaanse filmindustrie ook wordt genoemd – de op twee na grootste filmindustrie ter wereld, na Hollywood en Bollywood uit India. Films als Breath of Anger, Blind Justice en Blackmailed zijn goedkoop in elkaar gezette producties met een dunne verhaallijn, schokkerige beelden en schmierende acteurs. Ook de techniek is amateuristisch: special effects zijn klungelig. Zelden zijn Nollywoodfilms in de bioscoop te zien, de sector richt zich vrijwel uitsluitend op de thuismarkt. Nollywood-dvd’s zijn overal te koop of te huur in videotheken.

Ondanks de beperkingen is Nollywood ontegenzeggelijk een dynamische en succesvolle business. Nieuwe lokale producties krijgen een warmer onthaal dan de grootste blockbusters uit Hollywood. De meest succesvolle producties hebben een oplage van soms wel een miljoen dvd’s. En ze blijven zeker niet beperkt tot Nigeria zelf. Heel Afrika is verslaafd aan Nollywood. Een ster als Fred Amata wordt van Cairo tot Kaapstad op straat herkend. Nollywood bereikt zelfs de Afrikaanse diaspora in Amerika en Europa. In Amsterdam-Zuidoost zijn op veel plaatsen Nollywoodfilms te koop: met tienduizenden tegelijk direct geïmporteerd uit Nigeria. Sommige films richten zich speciaal op de diaspora door thema’s aan te snijden over migratie, mensenhandel en gespleten gezinnen.

De jonge regisseur Jeta Amata is de verpersoonlijking van de nieuwe Nigeriaanse cinema. Hij is een telg uit de fameuze Amatadynastie, een familie die al drie generaties lang de toneel- en filmwereld in Nigeria beheerst. Zijn grootvader John Amata was in de jaren zestig de maker van de eerste Nigeriaanse speelfilm en zijn oom is acteur/regisseur Fred Amata, de Kevin Costner van Nigeria.

‘De essentie van Nollywood’, legt Amata uit, ‘is kpa-kpa-kpa. Kpa-kpa-kpa (uitgesproken als het kwaken van een eend – rm) betekent vlug-vlug-vlug. Het grote verschil tussen Amerikaanse en Europese filmmakers en ons is de snelheid waarmee we werken. Nollywood draait in een waanzinnig tempo. Ik heb speelfilms gemaakt met een budget van tien- of twintigduizend dollar. Als je zo weinig geld hebt, dan moet je wel snel werken. In één dag draaien we wel dertig scènes.’

Een van de urban myths over het ontstaan van Nollywood is dat het begon bij een handelaar die een partij onbespeelde videocassettes niet verkocht kreeg. Hij kreeg de ingeving om de cassettes te bespelen met een soapserie die op tv was geweest, een goedkope wikkel erom en voilà, de cassettes verkochten als warme broodjes. Een industrie was geboren.

‘Inderdaad een broodje aap’, zegt regisseur Tunde Kelani, een van Nigeria’s beste cineasten. Kelani houdt zich verre van de pulpfilms die zijn collega’s elders in de stad maken. ‘Nigeria is al vele decennia een filmland. Ik ben zelf in de jaren zeventig begonnen. Mijn eerste films draaide ik met een oude, handaangedreven camera op celluloid. Na iedere draaidag moesten de filmblikken naar Engeland gevlogen worden om ontwikkeld te worden. Na een week kreeg je ze terug en kon je pas zien wat je had geschoten. Ook het monteren kon niet in Nigeria zelf. Het was een enorm bewerkelijk en kostbaar proces. In de jaren tachtig stortte de economie in ons land in. Filmen werd onbetaalbaar. Gelukkig kwam in die tijd net de video op. Slechte kwaliteit, maar wel goedkoop. Dát heeft Nollywood mogelijk gemaakt. Nu, met de digitalisering, komt het pas echt van de grond. De digitale camera is een geschenk van de goden.’

Nollywood kent drie genres: de traditionele films die zich afspelen op het platteland en waar vaak tovenarij (magun) een rol speelt, de misdaadfilms met een hoog boys in da hood-_gehalte, en de films over relatieperikelen, soms in de vorm van een romantische komedie. Een vierde (sub)genre is de religieuze film. ‘Het geheim van het succes van Nollywood is dat wij aansluiten bij de belevingswereld van de Afrikaan’, zegt Kelani. ‘We vertellen Afrikaanse verhalen. Eigenlijk niet veel anders dan de verhalen die wij in onze jeugd hoorden van de dorpsoudste onder de baobabboom. Alleen de techniek is anders geworden.’ Om welk genre het ook gaat: Nigeriaanse films hebben vrijwel altijd een morele boodschap. _Kelani: ‘Het blijft natuurlijk entertainment, maar mensen willen een reden zien waarom ze vermaakt worden. Anders voelen ze zich bekocht. Wat dat betreft sluiten wij veel meer aan bij de Griekse mythologie dan bij Hollywood. Ook spelen mijn films zelden in rijke milieus. Nigerianen zijn merendeels arm, dus hoef ik geen Mercedessen in mijn films.’

Andere filmmakers kiezen ervoor om verhalen juist in de Nigeriaanse upper class te laten spelen. Maar ook dan zal een verstandige scenarioschrijver er altijd voor zorgen dat het goede overwint en het kwaad wordt bestraft.

Sommige scenarioschrijvers en regisseurs schuwen controversiële thema’s niet. Filmmaakster Emem Isong bijvoorbeeld zette Lagos op z’n kop door haar film Emotional Crack, de eerste Nigeriaanse film met een lesbisch thema. De scène waarbij de twee hoofdrolspeelsters in bed worden betrapt, moest van de Nigeriaanse Censor Board worden gekuist, zegt Isong op de set van haar nieuwste film: ‘Ik mocht de vrouwen niet laten zoenen. Ook al het bloot moest eruit. Als Nigeriaanse filmmaker heb je je te schikken naar de wensen van de Censor Board. Als de Censor zegt dat een scène eruit moet, dan gaat-ie er ook uit, anders kunnen ze de hele film verbieden. Ook religieuze of politieke thema’s zijn riskant. In mijn film Private Sin laat ik een hoofdrolspeler iets zeggen over corruptie in Nigeria. Dat moest eruit. Ook met vloeken moet je voorzichtig zijn.’

In het islamitische noorden van Nigeria is de filmcensor zo mogelijk nog strenger. Eind 2007 werd de hele filmindustrie in de stad Kano op last van de censor een half jaar gesloten omdat twee acteurs een buitenechtelijke vrijpartij met een mobieltje hadden opgenomen en naar een vriend verzonden. Binnen de kortste keren lag het filmpje op straat. Tot woede van de lokale Film Censor Board, die onder leiding staat van Rabo Abdulkareem. Abdulkareem is tevens hoofd van de lokale shariapolitie in Kano. ‘De Film Censor heeft als taak de zeden binnen Nigeria te bewaken’, zegt hij: ‘Dus alles wat tegen de islamitische wetten ingaat moeten we verbieden. Politieke of sociale issues zijn wel vrij.’ Breed glimlachend: ‘Mits ze natuurlijk ons land op een positieve manier benaderen.’

De laatste jaren ontwikkelt Nollywood zich razendsnel. Het aantal goedkope films dat jaarlijks uitkomt daalt. In plaats daarvan verschijnen steeds meer relatief dure producties. Dat komt met name doordat de financiële sector de film heeft ontdekt als een lucratieve investeringsmogelijkheid. Verscheidene Nigeriaanse banken hebben geld gestoken in nieuwe films. ‘Dat biedt ons de mogelijkheid om betere films te maken’, zegt Kelani: ‘Minder maar beter. Op termijn kan Nollywood alleen overleven als we de kwaliteit verbeteren. Ons publiek wordt steeds verwender. Ze kijken naar Nollywood omdat onze verhalen ze aanspreken, maar het duurt niet lang of de gebrekkige techniek gaat ze irriteren.’

Voor zijn nieuwste film, The Narrow Path, kreeg Kelani geld van de Nigeriaanse Afribank. Maar ook de Ecobank, de grootste bank van Nigeria, heeft het afgelopen jaar in een aantal films geïnvesteerd, onder meer in de recente hit Letters to a Stranger van en met Fred Amata.

Anders dan de francofone filmsector in landen als Benin en Senegal werkt Nollywood vrijwel zonder buitenlandse financiering. Filmfondsen als het Nederlandse Hubert Bals Fonds stoppen geen geld in Nollywood. Jeta Amata wijt dat aan de aparte manier van werken in zijn land: ‘Onze financiering is ook kpa-kpa-kpa. Wij beginnen met filmen zonder dat we het budget rond hebben. Als we halverwege blut zijn, gaan we weer zoeken naar geld. Buitenlandse financiers kunnen daar niet tegen. Die willen van tevoren zekerheid hebben. We zijn gewoon te snel voor ze: als zij nog nadenken over een financieringsaanvraag hebben wij de film al lang gemaakt.’

Ook Amata heeft inmiddels de stap gezet naar ‘minder maar beter’. Twee jaar geleden voltooide hij The Amazing Grace, een film over de slavenhandel vanuit West-Afrika, waarin de Britse acteur Nick Moran (Lock, Stock and Two Smoking Barrels) de hoofdrol vertolkte. De film kostte het naar Nollywood begrippen astronomische bedrag van een miljoen dollar. ‘Ik heb tijdens het draaien van The Amazing Grace acht andere Nollywoodfilms moeten maken om deze film te financieren’, zegt Amata. Maar belangrijker dan het grote budget was dat hij deze film opnam op 35mm en niet met de in Nigeria gebruikelijke digitale camera. De beeldkwaliteit is daardoor vele malen beter. ‘Maar verder is het een echt Nollywoodproject gebleven. Dus kpa-kpa-kpa. Mijn Engelse co-producent werd soms gek van mijn van het script en de afspraken afwijkende keuzes. This is Nigeria, man. Als het script zegt dat de zon schijnt, maar het regent, dan pas je het script aan. Je gaat niet wachten op mooi weer.’

Filmrecensent Belinda van de Graaf interviewt op 6 mei in Felix Meritis in Amsterdam de Nigeriaanse cineast Tunde Kelani. Aansluitend is Kelani’s nieuwste film, The Narrow Path, te zien.

Paul Rosenmöller en… de kracht van Afrika, Rosenmöller in Lagos op zoek naar Nigeriaanse filmmakers. TV2, 6 mei, 21.25 uur