Hoofdcommentaar: Liberia

VN-VS; Liberia

«Eerlijk gezegd ligt mijn sympathie bij de landen die zich hebben onthouden», zei Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, vrijdagavond na een stemming in de Veiligheidsraad. Niet zomaar een uitspraak, en niet zomaar een stemming. De stemming betrof het zenden van vredestroepen naar Liberia, de brandhaard van een burgeroorlog die al jarenlang de West-Afrikaanse regio in vuur en vlam zet, en waar de Veiligheidsraad maar nooit de vingers aan wilde branden. Tot frustratie van Kofi Annan. De secretaris-generaal, afkomstig uit Ghana, heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij er aardig wat voor over heeft de met kannibalisme, verkrachting, mutilatie en executies gepaard gaande oorlog in West-Afrika met harde VN-hand te beëindigen. Maar dat beslist de VN-baas niet in zijn eentje, daarvoor heeft hij de Veiligheidsraad nodig.

Toch lag zijn sympathie bij landen in de Veiligheidsraad die niet vóór het sturen van een VN-troepenmacht stemden, maar zich van stemming onthielden. Wat is hier aan de hand?

De betreffende resolutie is ontworpen door de Verenigde Staten. Die hebben de Veiligheidsraad voor een dilemma geplaatst. De resolutie regelt de legering van stabilisatiemacht nadat de strijd is geluwd, met daarin onder meer Amerikaanse troepen, die pas in actie komen als Nigeriaanse, Senegalese en Ghanese militairen het vuile werk hebben opgeknapt.

De Amerikanen hebben een passage opgesteld die de landen die meedoen aan de stabilisatiemacht «exclusieve jurisdictie» geeft over hun vredestroepen. Daarmee willen ze het Internationale Strafhof van de VN, gezeteld in Den Haag, de wind uit de zeilen nemen. De VS vrezen dat het Strafhof bezeten is van een anti-Amerikaanse geest, en willen hun onderdanen, met name militairen en politici, vrijwaren van vervolging. Frankrijk, Duitsland en Mexico onthielden zich wegens de omstreden passage van stemming over de Liberia-resolutie.

De Amerikanen gaan ver in hun strijd. De Liberia-resolutie heeft gevolgen die uitstijgen boven de jurisdictie van het Strafhof. Zij begraaft de ten uitvoerlegging van de Geneefse Conventies en berooft landen van het recht misdrijven te vervolgen waarvan hun onderdanen in den vreemde het slachtoffer zijn geworden. «De Verenigde Staten hebben een uiterst riskant spel letje poker gespeeld met de levens van de Liberianen. Ze hebben de goede bedoelingen van de internationale gemeenschap gegijzeld om een kortzichtige en ideologisch gedreven kruistocht tegen de internationale rechtvaardigheid te voeren», aldus Richard Dicker, een van de directeuren van Human Rights Watch.

Over de bevoegdheden van het Internationale Strafhof liggen de VS en de VN (met name de EU-leden daarbinnen) al jaren met elkaar overhoop. Samen met de weigering van president Bush het klimaatverdrag van Kyoto te ondertekenen, vormde de Strafhof-strijd het decor waartegen het gesteggel over Iraakse massavernietigingswapens als casus belli zich afspeelde. Vooral Frankrijk en Duitsland waren wegens de Amerikaanse stugheid niet meer tot compromissen bereid.

Met het aannemen van een Irak-resolutie na het omverwerpen van Hoesseins regime lieten de opstandige Veiligheidsraads leden hun bereidheid zien alsnog met de VS samen te werken. De autoriteit in dat land werd zonder morren in handen gelaten van de Amerikanen en de Britten, ongeacht de twijfels die er met recht bestaan over de prioriteiten van deze «bezettende mogendheden», zoals ze conform internationaal-rechtelijk taalgebruik in de resolutie worden genoemd. Kofi Annan sprak sussende woorden, en vertrouwt op de rechtvaardige inborst van vooral de Amerikanen.

Maar die gaan stug door met hun strijd tegen het Internationale Strafhof. Landen worden onder druk gezet te verklaren dat ze geen Amerikanen aan het Strafhof zullen uitleveren. Onlangs werd daarvan Kroatië het slachtoffer. Ook de omstreden voorbereidingen om de in Afghanistan opgepakte Taliban en al-Qaeda-strijders voor militaire rechtbanken te brengen, gaan gewoon door.

De mogelijkheid leden van het Iraakse regime in VN-verband te berechten, durft niemand ook maar te opperen. Er is geen enkele kans dat de VS daarmee akkoord zullen gaan. Stel dat Saddam Hoessein in handen valt van de Nederlandse mariniers die nu in Zuid-Irak als onderdeel van een Britse divisie zijn gelegerd, leveren ze hem dan uit aan het door Nederland als hoogste rechtsorgaan inzake mensenrechtenschendingen en genocide beschouwde Internationale Strafhof, of aan de «bezettende mogendheden»?

Waar de leden van de Veiligheidsraad zich nu soepel trachten op te stellen, blijven de VS olie op het vuur gooien. De Liberia-resolutie toont dat het conflict dat zo bitter woedde aan de vooravond van de inval in Irak, nog niet uit de wereld is. Dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell en zijn rechterhand Richard Armitage afgelopen week te kennen zouden hebben gegeven niet meer beschikbaar te zijn voor een volgende ambtstermijn, mocht Bush volgend jaar de presidentsverkiezingen winnen, maakt het er niet makkelijker op.

Powell en Armitage zijn de enigen die Bush kunnen doordringen van het belang van VN-steun in de oorlog tegen het terrorisme. Als mogelijke opvolgers worden nu veiligheidsadviseur Condoleezza Rice genoemd en de aartshavik Paul Wolfowitz. Beiden doen laatdunkend over de rol van de Verenigde Naties.

Zouden de cynici dan toch gelijk hebben? Er is slechts één manier om de verstandhouding tussen de machtigste staat en de hoogste morele instantie in de wereld te herstellen, menen zij. Regime change in Washington.