VN-zorgen om Nederland

Genève – Dat veel landen hun wenkbrauwen optrekken over het verharde klimaat in Nederland tegenover moslims en andere minderheden is wel bekend. Maar hoe breed de bezorgdheid daarover leeft, was zelden zo zichtbaar als afgelopen donderdag in Genève.

De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties houdt elk VN-lid eens in de vier jaar tegen het licht op het gebied van mensenrechten. Donderdag, als Nederland aan de beurt is, doen 49 landen aanbevelingen aan Nederland, vertegenwoordigd door een montere minister Liesbeth Spies van Binnenlandse Zaken. De ene na de andere diplomaat roept Nederland op meer te doen tegen ‘intolerantie, discriminatie en islamofobie’.

Turkije laat de oproep gepaard gaan met een aanval op de ‘onvergeeflijke behandeling’ en ‘urenlange, oneerlijke’ ondervraging op Schiphol van zanger Arif Sag, die daarop van zijn geplande concert in Nederland afzag; de VS verwijzen naar recent onderzoek over discriminatie bij 76 procent van de Nederlandse uitzend­bureaus. Andere landen hekelen het ‘raciaal haatzaaien door politieke partijen’ (Polen) of noemen Geert Wilders expliciet (Egypte).

Spies, wier naam sommige sprekers uitspreken alsof ze ‘spionnen’ in haar portefeuille heeft, gaat in haar openingsrede lastige thema’s niet uit de weg. Zo vertelt ze dat Nederland blijft vasthouden aan het voorbehoud bij het Kinderrechtenverdrag, omdat het vindt dat zestien- en zeventienjarige verdachten soms als volwassenen moeten kunnen worden berecht. Ze brengt ook goed nieuws, zoals de komst van een heus Mensenrechteninstituut, in de herfst. Daarvoor krijgt Nederland lof, evenals voor de oprichting, vorig jaar, van de Kinderombudsman.

Spies is ‘niet verrast’ door alle zorgen over intolerantie, zegt ze na een aparte bijeenkomst in een andere zaal. ‘In 2008, toen Wilders de film Fitna had gemaakt, was er ook veel verontwaardiging. Wilders heeft zijn toon nou niet echt gematigd.’ Het is ‘natuurlijk niet goed voor Nederland’, erkent ze: ‘Men verwacht dat niet van ons. Het betekent dat we op een aantal punten extra stappen moeten zetten.’

Dan drommen tientallen diplomaten de zaal binnen om een ontwerpresolutie te bespreken over een kwestie waarbij Nederlandse mensenrechtenperikelen verbleken: de massamoord van 25 mei in het Syrische Houla. De Mensenrechtenraad van de VN ‘betreurt’ het bloedbad, aldus de nu voorliggende versie. Moet dat niet worden: de raad ‘is ontzet door’ het bloedbad, vraagt de Noorse afgevaardigde. Een dag later wordt de resolutie aangenomen, waarin de Raad het bloedbad in Syrië ‘veroordeelt’, in dezelfde zaal als waar Nederland was ondervraagd. Rusland, China en Cuba stemmen tegen de ‘eenzijdige’ resolutie.