Voer voor critici

Agresti’s nieuwe film is voer voor filmcritici. In feite is de hele film opgehangen aan één personage; de oudere, manisch-depressieve en alcoholistische filmcriticus Alfredo. Alfredo bevindt zich in een crisis die hem agressief en asociaal maakt, maar ook lucide en op een zwartgallige en cynische manier humoristisch. Hij is een plaag voor zijn omgeving.

Tijdens de opening van de film ligt hij te schelden en te tieren op zijn bed en richt hij zijn verbale spervuur nog op een buiten beeld gehouden televisie, maar daarna moeten zijn huishoudster en zijn bazen op de krant het ontgelden, en er zullen gedurende de film nog vele slachtoffers volgen. Geheel volgens het gezegde dat dronken mensen en kinderen de waarheid spreken slingert Alfredo, soms kinderachtig, maar niet minder waar, zijn ongezouten meningen rond in zijn perplex staande omgeving. Hij lijkt in vele opzichten een slachtoffer van een veranderende tijd. Het schrijven van scherp geformuleerde cinefiele filmbesprekingen, wat Alfredo decennialang lijkt te hebben gedaan, wordt niet langer op prijs gesteld. Hij wordt geacht zich te schikken naar de(pr-machines van de adverteerders. Een eigen mening die gestoeld is op inzicht, smaak en kennis van zaken wordt niet meer op prijs gesteld. Sterker nog; het vasthouden aan zijn eigen opinies kost Alfredo zijn baan. Ook in zijn persoonlijke leven is Alfredo vergeten om met zijn tijd mee te gaan. Zijn vrouw heeft hem verlaten zonder dat hij lijkt te beseffen waarom. In plaats van het zoeken van een oorzaak in zichzelf besluit hij om op een bizarre manier wraak te nemen op de nieuwe minnaar van zijn ex-vrouw.
La Cruz werd meer dan een jaar geleden voor het eerst in Cannes gepresenteerd. Uit de eerste reacties bleek dat filmcritici zich totaal niet kunnen identificeren met de plagende en geplaagde Alfredo. Velen vonden hem ronduit onsympathiek.
Het beeld is misschien ook te pijnlijk. Ook zonder dat hun vrouw hen verlaat en ook zonder dat koning alcohol hen regeert, heeft de hedendaagse filmcriticus geen zonnig toekomstperspectief. De media zijn hun taken anders gaan opvatten. Het verschil tussen journalist en publiciteitsmedewerker is steeds kleiner geworden. Filmkritieken in de historische zin van het woord (een analyserende bespreking van een film waarin een op connaisseurschap gefundeerd kwaliteitsoordeel wordt gegeven) passen niet meer in de huidige media en ook heeft de criticus zijn bemiddelende rol tussen film en toeschouwer verloren. Publiciteitscampagnes voor films richten zich rechtstreeks tot de filmganger en een recensie speelt nauwelijks nog een rol bij de keuzebepaling van het publiek. Die situatie is voor critici hopeloos genoeg; als een eigenzinnige Argentijnse regisseur dan ook nog een onhebbelijke, stuurloze en dronken filmcriticus ten tonele voert, vraagt hij als het ware om slechte recensies.
Met zijn querulantistische filmcriticus als hoofdpersoon nam Agresti een ongetwijfeld bewust risico; ook in zijn vorm koos hij voor het waagstuk. De film is door Agresti zelf als een reportage vanaf de schouder gedraaid en lijkt door de fenomenale hoofdrolspeler Norman Briski voor een niet onbelangrijk deel te zijn geïmproviseerd. Sommige scènes spelen zich gewoon in Buenos Aires op straat af en aan de reacties van de omstanders is te merken dat ze onvermoed en ongevraagd figureren. Deze werkwijze geeft de film een ongepolijst, authentiek en realistisch uiterlijk, wat fraai contrasteert met de fantastische, absurde en onwaarschijnlijke ontwikkeling van vooral het laatste gedeelte van de film.
Agresti plaatst zich met deze film in een fijnzinnige categorie van het filmmaken die vooral door John Cassavetes op grote hoogte is beoefend. Een manier van filmen waarin zowel vóór als achter de camera flexibel en improviserend wordt gewerkt en waarbij het uiterste van het talent en de persoonlijkheid van zowel regisseur als acteur wordt gevergd. Briski doet voor mij in La Cruz niet onder voor een groot Cassavetes-acteur als Ben Gazzara.
Agresti maakte de film spontaan en snel als een soort spin-off van zijn vorige film Buenos Aires Vice Versa. Die haast is soms merkbaar, en ook dat het budget erg klein was. Geen van de andere acteurs en actrices kunnen verder tippen aan het niveau van Briski, maar aangezien de film totaal om hem heen is gebouwd valt daar goed mee te leven.

  • Moderne klassiekers doen het goed in de Filmhuizen. Dat inspireert distributeurs tot het in fraaie kopieën uitbrengen van nog maar net vergeten meesterwerken. Bijvoorbeeld: Il fiore delle mille e una notte het speelse en kleurrijke Arabische sprookje van Pier Paolo Pasolini. Eerst in Den Haag (Filmhuis) en Amsterdam (Rialto) en daarna in de rest van Nederland.