Voetbal en kunst

Voetbal en kunst

Het is alsof hij op het idee is gebracht door enkele interviewers van Johan, het enige aardige voetbaltijdschrift van Nederland. Zij stelden de voorzitter van de KNVB de vraag of hij vreemd zou opkijken als de voorzitter van voetbalclub De Graafschap in de hoogste boom zou klimmen. Immers: De Graafschap speelt het hele seizoen met een sluitende begroting maar degradeert, terwijl de fraudeurs van FC Utrecht, de wanbetalers van Vitesse en de notoire schuldenmakers van het inmiddels failliete FC Twente hun clubs in de hoogste klasse houden.

Dat vroegen de interviewers op 19 maart. Maandag 14 april was het zo ver: voorzitter Derk Haank van De Graafschap sloot tegenover dagblad De Gelderlander niet uit dat hij gerechtelijke stappen zal ondernemen als het doemscenario werkelijkheid wordt. De aan te klagen man, voorzitter van de KNVB Henk Kesler, erkende tegenover Johan dat je inderdaad van «competitievervalsing» kunt spreken. Maar daar is niets tegen te doen, zo verklaarde hij.

Uit hetzelfde interview blijkt dat de voorzitter geen enkele schaamte voelt bij de bevindingen van een onlangs uitgelekt rapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken: nog afgezien van alle 1-eurotransacties en opgelopen politiekosten hebben de gemeenten in de afgelopen tien jaar uit naam van de belas tingbetaler driehonderd miljoen euro aan de profclubs betaald. Desondanks leed het betaalde voetbal in het afgelopen seizoen een verlies van tachtig miljoen euro. De KNVB-voorzitter daar over: «Geen ramp. Vergelijk het eens met de bedragen die in de cultuursector worden gestoken.»

En waarom zouden we dat nu weer moeten doen?

De volstrekt stupide vergelijking met de kunstsubsidie is een mantra geworden onder voetbalbestuurders. Met dreiging van annihilatie en supportersgeweld chanteren ze onder deze valse vergelijking met schijnbare wellust talentloze lokale gemeentebestuurders — waaronder, anders dan bij de kunst, natuurlijk veel fans van de plaatselijke FC.

In de wereld van voetbalcommentatoren is ex-voetballer Youri Mulder de witte raaf die het eens kernachtig uitlegde aan het voetbalkijkend televisiepubliek: «Ballet heeft subsidie nodig. Zonder al het wanbestuur zou voetbal zichzelf kunnen bedruipen.»

Voetbal subsidiëren is even onzinnig als de suggestie van Rick van der Ploeg, alweer enkele jaren terug, om een concert van de multimiljonairs van de Rolling Stones mede te financieren. Net als bij een gemiddelde eredivisiewedstrijd leggen duizenden supporters zonder enige overheidssteun wekelijks fluitend meer dan dertig euro neer voor een toegangskaartje.

Bovendien wordt over de schamele 140 miljoen euro voor de podiumkunsten een publiek debat gevoerd door landelijke volksvertegenwoordigers, terwijl er geen landelijke politicus is te vinden voor het subsidiëren van eredivisieclubs.

Waar komt die ridicule vergelijking met kunst toch vandaan? Wellicht uit dezelfde bron als het misverstand — heersend op de redactieburelen van een tijdschrift als Hard Gras — dat er van voetbal niet alleen kunst is te maken — zeker waar! — maar dat voetbal daardoor zelf ook een kunstvorm is — absolute kolder.