In de eerste jaren Oranje kijken buiten Nederland zocht ik landgenoten op. Prettige bijkomstigheid van kijken in het buitenland, merkte ik al snel, is dat je geen weerzin tegen de oranjekoorts voelt. Nederland is gewoon een van de landen die tevergeefs probeert Europees of wereldkampioen te worden en het blijkt onbelangrijk dat thuis, in Nederland, hele straten oranje kleuren. De hemeltergende reclames zie je niet. Buitengaats vond ik de oranje uitdossing van mijn landgenoten zelfs wel… ja, wat eigenlijk? Knus ofzo. Wij zijn oranje. Zij zijn geel, of rood, of whatever.

Maar inmiddels, een paar jaar verder, ben ik te lui om Nederlanders te zoeken om samen te kijken. Bovendien is Albanië, waar ik woon, niet een land dat overspoeld wordt door Hollanders, al helemaal niet in de nadagen van corona. Dus kijk ik in cafés met Albanezen.

Maffe bijvangst van kijken met Albanezen is dat je tamelijk neutrale observaties hoort. Het kan die Albanezen immers geen bal schelen of Oranje wint of verliest. Goed, als ‘we’ tegen een ‘kleiner’ voetballand spelen – en dat zijn er nogal wat – dan hoopt het café dat we verliezen, zo is me opgevallen. En als we tegen Noord-Macedonië spelen, hoopt de hele kroeg dat we verliezen, want in Noord-Macedonië (‘dat weet toch iedereen?’ zegt de barman) wonen veel Albanezen.

Albanezen in het café hopen eveneens steevast dat Zwitserland wint, want in het team van dat land spelen maar liefst twee Albanezen: de geblondeerde spelmaker Xhaka en de kleine, gedrongen Shaqiri. Het is een man die qua uiterlijk weinig heeft van een profvoetballer maar harder schiet dan wie ook. De hoop in het café is natuurlijk dat ze hetzelfde zullen doen als op het WK drie jaar geleden, toen beide mannen met hun handen een dubbelkoppige adelaar imiteerden na het scoren van hun doelpunten tegen Servië. De dubbelkoppige adelaar is het embleem van Albanezen, waar ze ook wonen. (Xhaka en Shaqiri komen uit Kosovo. Servië is de aartsvijand.) Albanezen vonden het prachtig, dat gebaar. De wereldvoetbalbond FIFA was minder enthousiast: beide spelers kregen een boete van 8600 euro. Net als de Europese voetbalbond UEFA wil de FIFA het onmogelijke: voetbal apolitiek maken.

Terug naar die tamelijk neutrale observaties in café als er geen Albanezen in het spel voorkomen. In de eerste wedstrijd van Oranje op dit EK ging de keeper van Oekraïne bij alle drie de goals de fout in. In voetbalcommentatorentermen heet dat: hij ging niet vrijuit. Dat ging hij ook niet in het Albanese café. Iedereen daar wist zeker dat Nederlanders (wie o wie, de bond?) hem hadden omgekocht, ‘met al jullie geld’. Nadat ik als reactie wat vaag glimlachte (wat moet je anders?) vroegen ze me, tot vervelends toe, of ik zelf dan niet dacht dat iedere professionele keeper tenminste twee van die drie ballen had tegengehouden. Nederland won met 3-2.

Hm… Ja, de Oekraïense keeper tikte de bal wel heel opvallend dom voor de voeten van Georgino Wijnaldum (in plaats van naar opzij, wat iedere keeper leert en doet) en die kopbal van Denzel Dumfries, de beslissende goal in de laatste tien minuten van de wedstrijd, die zou zelfs de tweede doelman van Erzeni hebben tegengehouden. Dat gaf ik openlijk toe in het neonverlichte café aan het kunstmatige meertje in het zuiden van Tirana. (Erzeni speelt in de tweede divisie van Albanië, ik volg de club omdat – laat maar.)

De mannen om mij heen houden er niet over op. Als de goals van Oekraïne opnieuw voorbij komen in de nabeschouwing (twee onhoudbare ballen), draait bijna het hele café zich naar mij. In foutloos Duits roept een van hen in mijn richting: ‘Zo zien eerlijke doelpunten eruit!’

Ik app een vriendengroepje in Nederland. Of het bij de nabeschouwing in Nederland ook over de rol van de Oekraïense keeper gaat. Ik krijg geen antwoord. Als ik later toch een Nederlandse vriend aan de lijn krijg, vertelt-ie me dat werkelijk niemand iets heeft gezegd over de keeper van Oekraïne. Oké, ex-voetballer Rafael van der Vaart had gezegd dat die kopbal van Dumfries ‘houdbaar’ was geweest. Het gesprek in de studio ging er veeleer over dat Oranje nog bijna de wedstrijd uit handen had gegeven. Ze waren natuurlijk beter dan Oekraïne, en als ze de wedstrijd verliezen ‘geven’ ze die ‘uit handen’.

Onze arrogantie is soms moeilijk over te brengen in het buitenland. Tegelijk: waarom denkt een café vol Albanezen alleen maar aan omkopen? Voetbal kijken is een ultieme vorm van projectie.

Wil je weten wie en wat ik ben? Vraag me naar mijn commentaar bij het voetbal kijken.

In de laatste groepswedstrijd nam Oranje het op tegen Noord-Macedonië, dat team met die paar Albanezen. Nederland was al gekwalificeerd voor de volgende ronde dus veel stond er niet op het spel. Wel voor de mannen (geen vrouw te bekennen) bij mij in het café. Al na een paar minuten kreeg ik met ze te doen. Ik schaamde me ook een beetje voor de zelfgenoegzaamheid die ik bij mezelf bespeurde. Alsof het ergens ook mijn verdienste is, of die van iedere Nederlander, dat ons land betere voetballers aflevert dan Noord-Macedonië. Het lijkt me dezelfde zelfgenoegzaamheid van de Nederlanders die tetteren over de vermeende spilzucht van Zuid-Europese landen.

Terwijl ik dit bedenk, en andere onreconstrueerbare gedachten heb over meritocratische idealen en hun onhoudbaarheid, krijg ik medelijden met de mannen om me heen en het team van Noord-Macedonië. Af en toe schakelt de regisseur naar Zoran Zaev en Mark Rutte. De premiers blijken naast elkaar te zitten op de tribune. Het beeld laat een man zien die iets te hard juicht bij iedere kleine kans voor de voetballers van zijn land. Tegelijk toont het beeld een belachelijk fit ogende vijftiger die al jaren het rijke Nederland leidt. Of modereert, het is maar hoe je het noemt en bekijkt. Wie de twee zag, wist hoe de wedstrijd ging aflopen.

Het medelijden vergalde mijn plezier. In de rust verliet ik het café, om zelf te gaan voetballen. Het was maandagavond en dan heb ik mijn wekelijkse potje voetbal. ‘Calcetto’ noemen ze het hier: zes tegen zes. Op kunstgras. Ik dacht dat ik het had kunnen laten schieten: Oranje speelde immers. Maar niemand ontbrak. Zo belangrijk bleek dat Albanese tintje aan het Macedonische team ook weer niet. Of hadden zij ook voorvoeld hoe het zou aflopen?

Toen mijn team voorkwam met 6-5 haakte de doelpuntenmaker zijn duimen in elkaar, liet zijn vingers wapperen als de vleugels van een adelaar en rende hard en overdreven enthousiast naar de eigen helft. Vast grappig bedoeld. Wij, zijn teamgenoten, waren iets te lui, moe en oud om hem te omhelzen.