Voetbal

Voetbalfans

Damrak, woensdagavond 26 november. Terug van haar werk ver buiten de stad loopt O. van het Centraal Station naar ons huis elders in Amsterdam.

In de Amsterdam Arena bereidt Ajax zich voor op de wedstrijd tegen AC Milan. Op straat zijn de supporters bezig met hun eigen warming-up.

Het is een vochtige en kille dag. O. draagt een doekje over haar hoofd, een zwarte sjaal die vooral de oren warm moet houden. Dat is gebruikelijk in haar geboorteland. Wie er in de late herfst ongedekt de straat op gaat, wordt daar steevast berispt door oudere dames. «Jong mens, met dit weer moet u een muts dragen.»

Dat lijkt maternalistisch en dat is het ook. Maar het is niet onverstandig. Als jongen van Jan de Wit heb ik er, toen ik er zelf woonde, heel lang stoer willen uitzien. Zo’n mal mutsje was mijn eer te na. Totdat het min dertig werd. Sindsdien weet ik dat de oren van onderen af bevriezen. Het begint bij de oorlel en kruipt langs de randen van de oorschelp omhoog.

De Ajax-fans op het Damrak weten dat niet. De meeste supporters denken voor, tijdens en na de wedstrijd dat bier en brul beter helpen tegen ongemak. Onder hen een groepje van drie dat fysiek en verbaal toenadering zoekt tot O.

Als ze haar tred versnelt, doen de supporters dat ook. Halverwege het Damrak, vlak bij C&A, springt een van hen voor haar voeten. Hij begint haar in brabbeltaal toe te spreken.

Fonetisch klinkt het zo: «Al boe ranan. Al bin boerka.» Doet hij alsof hij haar in het Arabisch bejegent? Of moet het Turks lijken?

O. wijkt naar links. De man volgt. O. gaat naar rechts. De koeterwaalse belager ook.

O. besluit iets te gaan zeggen. Intuïtief kiest ze niet voor het aangeleerde Nederlands maar voor haar moedertaal. Ze zegt: «Posjol nachoej, moedak.» Het betekent: «Lul op, klootzak.»

Heel even is het stil.

Totdat de tweede uit het groepje zich erin mengt. «Sem, je hebt je vergist, het is een Russin.»

Thuisgekomen vraagt O. wat er in Amsterdam aan de hand is. Met een half oog kijkend naar Ajax-AC Milan (0-1) antwoord ik: «In Nederland benoemen we tegenwoordig de problemen.»