Voetballen tegen het kapitaal

Berlijn - Het moet tijdens het college geschiedenis en theorie van het anarchisme zijn geweest, eind 2001, dat ik het flyertje in handen gedrukt kreeg. Niet de gebruikelijke oproep voor een demonstratie, maar een voetbalwedstrijd, Hertha BSC Berlin tegen FC St. Pauli. Vreemd? Allerminst, want sport was bijzaak voor de studenten van de Berlijnse Freie Universität. De club uit hun stad aanmoedigen was al helemaal niet de bedoeling. St. Pauli tegen Hertha, dat was links versus rechts, oftewel wij tegen de neonazi’s.
Zoals gebruikelijk in Duitsland trokken de goeden aan het kortste eind: na afloop van het seizoen keerde het antifascisme op voetbalschoenen terug naar de tweede liga. Maar niet voor lang. Als volgende week de Bundesliga begint, viert de polarisatie haar rentree in Duitslands hoogste voetbalcompetitie. Voor het opnieuw gepromoveerde FC St. Pauli geldt, vrij naar Clausewitz, dat voetbal de voortzetting van de politiek is met andere middelen. De naar de Hamburgse volksbuurt vernoemde club geldt sinds de jaren tachtig als verzamelpunt voor linkse vrijbuiters, punkers en andere alternatievelingen.
Dat merken de sponsoren ook. Zo moest mannentijdschrift Maxim na protesten zijn stadionreclame aanpassen: te seksistisch. Bij wedstrijden tegen clubs met veel extreem-rechtse fans komt het keer op keer tot rellen. Deze maand nog vielen met knuppels bewapende hooligans uit Rostock een St. Pauli-feest aan.
Niet alleen het publiek wijkt af van de norm. Neem scheidend president Corny Littmann, naast voetbalbestuurder ook theatermaker én prominent homoactivist. Littmann was tevens de man achter de spectaculaire grassroots-campagne waarmee St. Pauli enkele jaren geleden aan het faillissement wist te ontsnappen. Binnen drie maanden tijd werd met acties als ‘Zuipen voor St. Pauli’ - op elk biertje kwam een 'solidariteitsheffing’ van vijftig cent - de benodigde twee miljoen euro binnengehaald.
Daar kunnen de inmiddels massaal tegen het faillissement vechtende gevestigde clubs nog wat van leren. Niet voor niets is het authentieke Do It Yourself-imago van St. Pauli op dit moment populairder dan ooit. De kleine club met de bescheiden begroting zou volgens een studie maar liefst elf miljoen sympathisanten hebben. Daar valt geld mee te verdienen: het St. Pauli-doodshoofd prijkt inmiddels behalve op vlaggen en zwarte capuchontruien ook op kerstballen, rammelaars en andere gadgets.
De volksclub, die dit jaar zijn honderdjarige jubileum viert, is een merk geworden. Tot verontrusting van de anticommerciële fans. Vorige week strooide een deskundige jury nieuw zout in de wonden. Nog voordat het seizoen begonnen is, deelde zij de eerste titel uit aan St. Pauli: de prachtige koperkleurige voetbalshirts maken de punkclub tot 'modekampioen’ van Duitsland.