Wat gebeurt er in de rust in de kleedkamer? Bij voetbalwedstrijden in Europa is het nog geheim, camera’s zijn niet toegestaan, af en toe wordt fors druk uitgeoefend om ze toe te laten (‘voetbal is een volkssport, alles moet open en bloot gebeuren’), maar spelers, trainers en sponsoren houden de boot af. Bij sommige footballwedstrijden in Amerika van de NFl zijn er in de rust al camera’s bij en krijg je het gevoel dat er toch nog een achterafkamertje is waar trainers en spelers even rustig met elkaar praten. Ik ben geen expert, maar ik maakte bij Heerenveen in seizoen 1999/2000 (Heerenveen had de Champions League bereikt) alle rusten in de kleedkamer mee. Zou het erg veranderd zijn? Lijkt me sterk.

Op weg naar de kleedkamer of even vlak voor het fluitsignaal bedenkt de trainer, soms na overleg met zijn assistenten, wat er op tactisch gebied moet gebeuren. Omzettingen? Invallers? In de kleedkamer gaan de spelers snel op hun eigen plaats zitten, iedere kleedkamer is weer anders. Er zijn een paar ligbanken om spelers die het willen even te laten masseren. Sommige spelers doen snel hun schoenen uit, wrijven over hun voeten en tenen. Voetbalschoenen zitten veel te strak om de voeten, ze zijn te vergelijken met de spitzen van balletdanseressen. Ingesnoerde voeten. Bekijk maar eens de voeten van profspelers na hun carrière.

Sommige spelers hebben altijd pijn als ze voetbalschoenen dragen, ze zitten principieel te strak. Anderen krijgen last van ingegroeide nagels, uiterst pijnlijk, ze worden er constant tegen behandeld. Een paar spelers wisselen snel hun tape om (voetballers tapen voor de wedstrijd hun voeten), omdat het niet lekker zat. Ze zeggen niet veel, het ligt aan de stand. Staan ze voor, dan roepen ze naar elkaar, je kunt het hier horen; staan ze achter dan zijn ze stil. Ook die stilte is hoorbaar. Het geluid in de kleedkamer in de pauze is niet te beschrijven. Lawaai en stilte. De fysiotherapeuten masseren, gaan de spelers langs, praten zachtjes, sommigen laten hun bovenbenen zittend masseren, anderen gaan even op de massagebank liggen en laten zich kneden. De fysio deelt pijnstillers uit voor wie het wil, anti-stresspillen tegen misselijkheid hoeven niet meer, die hebben ze voor de wedstrijd al gehad. De arts komt langs om te informeren hoe het ervoor staat. Ze drinken iets, nee, geen thee. Het zweet dampt van hun lichamen. Sommigen kunnen niet stil blijven zitten, anderen staren voor zich uit, het ligt allemaal aan de stand. Voor grappen is even geen tijd.

Terwijl dit alles gaande is houdt de trainer eerst een algemeen praatje. Over hoe het gaat. Het ligt aan de stand. Er is nu geen tijd voor diepere tactische algemene aanwijzingen, die hebben ze in wedstrijdbesprekingen voor de wedstrijd (minstens drie) tot gek wordens toe al gehad: corners, vrije trappen, druk zetten, afvallende bal, alles is tot in detail voorbijgekomen. Plus hun eigen posities bij verschillende spelmomenten. Het komt nu aan op psychologie, op peptalk, hart onder de riem. Of op de donderpreek.

Foppe de Haan kon geweldig donderen maar ik heb het niet vaak gezien en gehoord, hij wist dat zo’n donderpreek weinig zin had, je moest ze, bij een slechte stand, uit hun depressie weg zien te halen. Schelden helpt niet. Bij achterstand: ‘Jullie voetballen niet, jullie zijn bang, ga toch gewoon lekker voetballen, het zijn net zulke jongens als jullie, het enige is dat ze Frans praten (in de pauze tegen Olympique Lyon), ga erboven op, laat je niet wegzetten, wees een kerel’. Typisch Foppe de Haans taal. Frank de Boer sprak ongetwijfeld Frank de Boers. Soms zeker ook namen noemen: die of die houdt zich niet aan de afspraken, je zou altijd meegaan met nummer tien, weet je nog wel. Niet terugkomen op gemaakte fouten in de eerste helft, dat weten ze zelf ook wel. Die Spaanse keeper die de terugspeelbal in zijn eigen doel werkte, heeft er van zijn trainer verder niks over gehoord, een schouderklopje, plus bemoedigende woorden over de komende tweede helft. Bij voorsprong geen verwachtingen wekken, niet net doen alsof alles al achter de rug is, vasthouden zeggen, blijven vasthouden, laat ze niet gaan lopen. ‘Jullie weten dat ze straks vanaf de aftrap als gekken tekeer zullen gaan, rustig blijven’. Als de tactiek veranderd wordt, daar even kort op ingaan. Deze algemene verhalen duren niet lang, het heeft geen zin, spelers luisteren maar half. Hoogstens drie minuten. Er zijn nu in totaal vijf minuten voorbij, dan gaan de trainers met hun assistenten de spelers stuk voor stuk nog even langs. Moed inspreken, vragen hoe het gaat, tips geven, nieuwe tactische aanwijzingen doorgeven. Even op de schouder tikken. Langzamerhand staan ze weer allemaal, de schoenen gaan aan.

Geen tijd voor grappen. Even schreeuwen met elkaar. We gaan.