Interview met Johanna Mulder

Voetbalvrouw

Er altijd zijn voor je man, de voetballer. En alles voor hem overhebben. Na donderdag niet meer met hem naar bed, zaterdags naar de kapper en zondags op de tribune. Johanna Mulder: «Jan had leuke schoenen.»

Ze groeide op in Nieuwolda, Groningen, waar haar vader een commissionairsbedrijf in hooi en stro had. Een bedrijf met twaalf vrachtauto’s waarvan zij er af en toe een in de schuur mocht zetten. Op haar veertiende haalde ze met de auto voor haar vader sigaretten in het dorp, tot de politie zei dat dat niet meer kon. Ze reed de kampioenschappen langebaan van Midwolda, bij straffe oostenwind. «Ik dacht: dit doe ik nooit weer. Dit is niet voor mij weggelegd.» In de eerste klas van de hbs te Winschoten kreeg ze verkering met Jan Mulder. «Hij had leuke schoenen.» In 1968 trouwden ze en kregen twee zonen: Youri (31), voetballer bij Schalke 04 in Duitsland, en Geret (29), kunstenaar en kroegbaas te Andorra. «Dat lieve heeft Youri van mij, Geret is sprekend Jan. Ook een dot.» Johanna Mulder (54), voetbalvrouw en voetbalmoeder. «Toen Youri bij Twente begon te spelen, zat ik opeens weer tussen de vrouwtjes. Toen dacht ik nog: in feite is er niks veranderd.» «Ik was denk ik wel een echte voetbalvrouw. Ik genoot heel erg van alle gedoe eromheen. Gezellig met Maya Suurbier kletsen, dat vond ik leuk. Ook samen de stad in of uit eten gaan. Na de wedstrijd naar de bestuurskamer, met z'n allen wat drinken. Jan vond dat altijd wat minder. Die zat er al de hele week in, die wilde naar huis.» En nu? «Het klinkt een beetje raar, maar door Youri maak ik een tweede ronde door als voetbalvrouw. Als voetbalmoeder nu eigenlijk. Elke week als Youri speelt, voor Schalke, zit ik weer tussen de voetbalvrouwen in. Dan ga ik er vrijdagsavonds al heen, ga ik samen met een paar vrouwen wat eten. Dat zijn niet echt de voetbalvrouwen maar meer de vrouwen eromheen; de vrouw van de manager, iemand van het bestuur… Een heel eigen clubje is dat geworden. Dan blijf ik in een hotel slapen of bij een van hen en dan zaterdags naar de wedstrijd.» Vindt je schoondochter dat niet vervelend? «Nina vindt het heerlijk. Ik zeg wel tegen haar: dat ik er altijd ben, dat moet voor jou ergerlijk zijn. Als dat zo is, dan geef je me maar een tik. Maar dat is niet aan de orde.» Gaat Jan ook altijd? «Minder. Maar Jan vindt het voetbal van tegenwoordig niet zó. Mij gaat het niet zozeer om het voetbal. Je kind speelt! Daarbij vind ik voetballen heel leuk, hoor. Ik zie het ook wel, ik kán het bij wijze van spreken ook. Ik heb een mooie traptechniek.» Trouwde je met een voetballer? «Dat is toen niet tot me doorgedrongen. Kijk, ik heb Jan leren kennen op mijn dertiende.» Schaterend: «Daar kom je niet meer overheen, hè?» Maar hadden jullie toen ook al wat? «Ja, maar het was ook wel eens uit, hoor. Want dan was het weer niet goed voor een voetballer als hij een vriendin had. Dan kwam er niks van zijn carrière terecht. Z'n carrière, op z'n veertiende! Dan had ik vrij snel een andere leukerd. Maar zo vanaf ons vijftiende is het altijd aan gebleven. Jan voetbalde en ik hockeyde. Dus dan hadden we altijd wedstrijdjes wie de meeste doelpunten maakte. Belde hij zondagsavonds op: Hoeveel heb jij er gemaakt? Om een reep chocola. Ik zweer het je. Dat was in Winschoten, op de hbs. We deden tegelijkertijd eindexamen, ik inmiddels voor de mms, en we zakten allebei. Jan heeft het niet overgedaan. Hij ging naar Brussel, naar Anderlecht. Ik wilde ook niet meer terug naar school en ben een jaartje gaan werken voor de regionale omroep. Toen Jan in 1964 naar Brussel ging, zijn we verloofd. Elk weekend zat ik er. In 1968 zijn we getrouwd. En zo ben ik ook naar Brussel gegaan.» En kwam je in de voetbalwereld terecht? «Nou, op de een of andere manier zaten wij ook altijd in een circuit dat er een beetje buiten stond. Later werd dat nog sterker, door het schrijven van Jan. In Brussel had ik heel snel een paar Franssprekende kennissen die op zich niets met het voetbal van doen hadden. Maar verder was ik wel dik met de andere voetbalvrouwen, dikker eigenlijk dan ik later met de Ajax-vrouwen zou worden.» Wat hield dat contact in? «De jongens gingen altijd voor de wedstrijd in trainingskamp. Zaterdagsmiddags bracht ik Jan dan weg, zéker voor een uitwedstrijd. En dan was je dus alleen zaterdagsavonds. Ik vond dat nooit erg, vond het ook lekker om even alleen thuis te zijn. Maar een heleboel van die vrouwen gingen dan bij elkaar slapen. En dat deed ik dan ook. Bij de vrouw van De Vriendt heb ik dat gedaan, bij Madeleine, en vaak bij Arlette van Himst. Ik vond dat heel gezellig. Dan ontbeten we met z'n allen, namen een glaasje champagne op de wedstrijd, allemaal in één groot bed. Die Arlette was een fantastisch leuk mens. Ik was een meisje van achttien, negentien. Voor het eerst in Brussel. Arlette was een soort moeder. Heel warm. Van die roze mantelpakjes, zúlke tieten. Een echte voetbalvrouw, weet je wel.» Wat is dat, een echte voetbalvrouw? «Ik vind, een echte voetbalvrouw is iemand die er alles voor overheeft. De trainer van Anderlecht zei donderdags tegen de jongens: ‘Ne plus madame, hÅ?? Niet meer naar bed. Na donderdag mocht dat niet meer. Daar trok niemand zich wat van aan natuurlijk. Maar ik was echt zo, dat alles in dienst stond van Jan. Vroeger was dat meer dan nu. Nu denk ik dat het waanzin is. Ik ben iemand die… Dienend is misschien een groot woord maar ik maak het wel graag iemand naar de zin. Lekker eten koken en zo. Als je elkaar al heel lang kent, heb je dat sowieso al. Je weet precies hoe de ander de dingen wil. Daar voeg je je naar. Anderen zeiden er wel eens wat van tegen mij. Maar ik vind dat niet erg, zo ben ik gewoon. En ik dacht: dit voetballen duurt tien jaar. Al merk ik nu dat je je hele leven zo blijft doen. Want toen Jan stukjes ging schrijven, ging ik weer fluisterend door het huis. Ja, dat kan niet natuurlijk.» Denk je dat de voetbalvrouw van nu niet meer is wat ze geweest is, ooit? «Als ik Nina zie, Youri’s vriendin, denk ik dat er wel wat veranderd is. Die gaat gewoon op zaterdagavond uit, met vriendinnen, terwijl Youri de volgende dag moet spelen en dus niet meekan. Zoiets zou ik nooit hebben gedaan. Maar nu denk ik: ja, natuurlijk doe je dat. Logisch. Vroeger was dat anders. Dat deed je niet. Aan de andere kant is er niks veranderd, als je er weer tussenzit op de tribune.» Haat en nijd? «Nou, je ziet die ogen, hè. Als iemand iets nieuws aanheeft of een andere kleur haar heeft. Niks zeggen maar wel kijken. Dat is in twintig jaar absoluut niet veranderd. Het hangt ook een beetje af van de prestaties van de club. Soms zijn die vrouwen allemaal één. Zo gauw er iets is met het elftal, krijg je ook schifting bij de vrouwen.» Zit je als voetbalvrouwen dan ook altijd bij elkaar? «Ja, je zit allemaal bij elkaar op één bank.» Hard lachend: «Meestal op de slechtste plaatsen van het stadion. Daar heb ik nog een hoop ruzie over gehad.» En dan samen de mannen aanvuren? «Nou, ook wat dat betreft is er in twintig jaar niks veranderd. Ik zit nu bij Schalke met twee Tsjechische meisjes voor me, de echtgenotes van twee Tsjechische internationals, en die kijken dus niet naar het voetballen. Die kwekken de hÄle wedstrijd, alleen maar over de kinderen, de vakanties… Dat gaat zo ver dat toen laatst een van die mannen onderuit ging op het veld en werd afgevoerd, ik er eentje een paar keer moest aanstoten. Dein Mann ist verletzt. Dat is toch te gek? Het is ook wel een beetje de voetbalvrouw hoor. Bij Ajax op de tribune werden soms zúlke pakken foto’s doorgegeven. Ik praatte dan misschien de hele tijd, maar ik zat ook te kijken naar het veld. En die foto’s gaf ik dan ongezien door. Werden ze kwaad. Carla Dusbaba zat er ook bij, die was fantastisch. Die had een enorme tas op schoot vol met snoep, want ja, er waren kleine kinderen bij.» Had je vriendinnen onder de voetbalvrouwen? «De belangrijkste periode met het voetbal was Anderlecht. Jan heeft daar zeven, acht jaar gespeeld. Het was daar heel relaxed, ook met die voetbalvrouwen. Daar was het zo: je kleedde je zaterdags aan voor de wedstrijd. Ik ging op zaterdag naar de kapper, voor zondag.» Allebei krijgen we de slappe lach. «Ik zweer het je, echt waar. Nou is in België de kapcultuur sowieso al anders dan in Nederland. Als je daar zegt 'ik doe m'n haar zelf’, dan kÆjken ze je aan… Op elke hoek van de straat is daar een kapper. Maar goed, ’s ochtends om een uur of negen ging ik dan naar Roger, aan de Avenue Louise. Ja, je lacht je dood, dit is heel decadent. Dat was dé kapper van Brussel. Daar gingen de andere vrouwen van Anderlecht niet eens naar toe, ik kwam daar via een vriendinnetje. Hij was ook de kapper van Paola, die daar natuurlijk niet was, maar haar hofdames wel. Die roddelden daar de hele middag. Een bezoek aan Roger duurde úren. Je bestelde daar ook gewoon eten.» Hoe zat je haar toen? «Fantastisch. Toen ik bij hem kwam had ik zo'n Willeke Alberti-kapsel. Met een krul opzij, weet je wel. Hij heeft m'n kop echter voorgoed veranderd.» En de Ajax-vrouwen? «Ik trok altijd wel met Danny op, de vrouw van Johan. Kleren kopen en zo. Met de beide gezinnen hebben we ook nog eens Sinterklaas gevierd. Met Maya Suurbier was het leuk. En bij Andrea Swart ging ik wel eens slapen als de jongens voor de Europacup weg waren. Ik vond hun sigarenwinkeltje in Amsterdam zo ontzettend gezellig.» Gezamenlijke reisjes? «Ik ben nooit zo veel op reis geweest met Ajax. Een keer zat ik in Turijn op de tribune, bij het bestuur. De club krijgt altijd een deel van de recette, hè? De voorzitter, de oude Van Praag, zat naast me, met zó'n tas. Die zei toen tegen mij: kun jij die tas even bij je houden? Dus toen zat ik met de halve recette op schoot. Dat is nu echt allemaal anders geworden. Met die skyboxen en zo. Wij zaten vroeger gewoon min of meer in de bestuurskamer. Nu is dat allemaal gescheiden.» Danny Cruijff is eigenlijk net zo'n voetbalvrouw en -moeder als jij. «Dat bindt ons ook een beetje. Ik vind het ontzettend leuk als ik haar zie. Bij de opening van de Arena waren we allemaal weer eens bij elkaar, in een café daar in de buurt. Ik vroeg of de televisie even op teletekst gezet kon worden want Youri speelde die middag. Zo doe ik dat thuis ook als ik niet naar de wedstrijd kan. De stand van de Duitse voetbalwedstrijden kun je via teletekst zien. Als er een doelpunt valt, verspringt het beeld even. Of ik zit gekluisterd aan de radio. Maar nu, die middag, roept Danny opeens: Mulder scoort! Dat is zó leuk! Met tranen in haar ogen: Youri heeft gescoord! Ze voelt het precies.» Praten jij en Jan aan tafel veel over voetbal? «Nee.» Nee? «Nou ja, dat wil zeggen: naar aanleiding van Youri soms.» Vind je alle vrouwelijke aandacht voor Jan vervelend? «Neu. Daar ben ik nu wel aan gewend.» Voor veel vrouwen is hij aantrekkelijk. «Ja. Ja. Dat roep ik ook altijd. Vroeger kon ik daar soms niet tegen, maar nu denk ik… Nou, ach. Hij vindt het heerlijk.» Lachend: «Hij weet niet wat ik allemaal doe.» Wat is het geheim van jullie huwelijk? «Misschien dat ik het allemaal verdraag. Als het omgekeerd was gegaan, had het niet gewerkt. Maar goed. Hij weet niet alles. Je moet ook nog kunnen leven. Je kunt niet tegen iemand zeggen: dat mag niet en dat mag niet. Je schiet er in elk geval geen bal mee op. Ja, als je jezelf te pakken wilt nemen, moet je het zo doen. Ik heb er wel iets van geleerd, van al die vriendinnen. Misschien ook wel wat meer vrijheid door gekregen.» Schaterend: «Een jonge minnaar houdt je wel jong.» Richting microfoontje van het opnameapparaat: «Ik zal hem even terugpakken.» Wat is jouw advies aan Nina? «Goed voor Youri zorgen. Ik bedoel: voetballers kunnen soms een beetje onredelijk zijn. Die zijn soms alleen met zichzelf bezig.» Hoe zorg je goed voor een voetballer? «Door te zeggen dat hij goed gespeeld heeft. Dus niet: Je hebt goed gespeeld, Jan, maar: Goh, wat was jíj vanmiddag goed zeg. De hele tribune zei het. »