Fotografie: Alex Prager

Vogel in de lucht

Alex Prager, Crowd #1 (Stan Douglas), uit de serie Long Week-End, 2010 © Courtesy Alex Prager Studio and Lehmann Maupin, New York, Hong Kong and Seoul

Een vrouw staat voor een raam, haar goudblonde haar is gekneed in een grove slag, haar mond met rode lippen staat een beetje open, haar ogen zijn groot en rond. Ze kijkt, eerst argwanend en dan verlangend, naar de menigte die aan haar voorbij trekt op straat, mannen met kranten onder de arm en een vilten hoed op, vrouwen met golvend haar en een parelketting om, en luistert naar hun geroezemoes. Dan gaat ze naar buiten, de drukte in, die van dichtbij uiteenvalt in ontelbare individuen.

Tientallen bezoekers in Foam staan samen tegen een muur geplakt om de film, geprojecteerd op drie muren, in volle breedte te kunnen zien. Of eigenlijk, om de mensenmassa te kunnen overzien en om háár te volgen, de blonde vrouw, een face in the crowd, die we herkennen als actrice Elizabeth Banks. We zien hoe de stemming om haar heen omslaat, van gezapig naar ongeduldig, van schouder aan schouder naar zacht duwen. Er klinkt een gil.

Face in the Crowd is Hitchcock en Mary Poppins ineen, een mix van fameuze filmtechnieken en situaties die we herkennen uit de filmgeschiedenis en uit het drukke stadsleven – pleinvrees en claustrofobie, voyeurisme en verlegenheid – begeleid door trompetten die opzwepen en onrust stoken. Alex Prager, in 1979 geboren in Los Angeles, is een kunstenaar van het soort dat het als personage goed zou doen in een speelfilm: ze is autodidact, begonnen met fotograferen nadat ze in het Getty Museum een tentoonstelling van William Eggleston bezocht, ‘op zoek naar een nieuwe wending in haar leven’, aldus de zaaltekst. In 2010 werd ze Foam Talent en nam het MoMA in New York haar werk op in de tweejaarlijkse tentoonstelling New Photography. In 2012 won ze de Foam Paul Huf Award voor haar serie Compulsion, die toen getoond werd in Amsterdam.

De tweede tentoonstelling van Prager in Foam, Silver Lake Drive, bezoek ik per toeval in omgekeerde volgorde en dat blijkt een vondst. Ik begin bij de grande finale, Face in the Crowd, die eindigt met paukenslagen, en loop dan terug, terug in het oeuvre van Prager. In de prachtige fotoserie bij Face in the Crowd zijn scènes uit de film tot stilstand gekomen en staan de personages bevroren in hun complexe choreografie. Een enkeling kijkt omhoog: het is bij Prager kijken en bekeken worden.

Langzaam wordt het stiller. In een kabinet draait Despair: de eerste film die Prager maakte nadat haar steeds werd gevraagd naar het ‘verhaal’ achter haar filmische foto’s. Het is pure wanhoop tot leven gewekt. En dan zijn er alleen nog foto’s, steeds leger, steeds geconcentreerder, van vrouwen die alleen lijken in de wereld. Lois, Deborah, Desiree, Eve, ze zijn strak ingekaderd door een autoraam, een vloerkleed of een weg, gevangen in Pragers camera. En dan het begin: een foto van een vrouw gehurkt op een heuvel, haar zilveren hakken wegzakt in een berg goudkleurig hooi, haar blik gericht op een vogel in de lucht, tennisbanen verscholen in het dal aan haar voeten. Alles is mogelijk.


Alex Prager, Silver Lake Drive, t/m 4 september, Foam, Amsterdam, foam.org