Groen

Vogelluchtbrug

Er is een groot Europees onderzoek gedaan naar de gevolgen van klimaatverandering op de vogelstand, en die studie heeft geleid tot de Klimaatatlas van Europese broedvogels. Een derde van de Nederlandse vogelsoorten zal in aantal afnemen of zelfs helemaal verdwijnen. Ik lees onder andere dit: ‘Om de vogels voor uitsterven te behoeden, is het de komende jaren zaak (…) te zorgen voor verbindingen tussen die natuurgebieden, zodat vogels in het landschap van de ene geschikte biotoop naar de andere kunnen reizen (…)’, en denk daar met mijn boerenverstand het volgende van: uitsterven? Daar bedoelen ze toch zeker ‘verdwijnen uit Nederland’ mee? Ergens zit daar zelfs iets egoïstisch in. Waarom is het zo erg als een vogelsoort wegtrekt uit Nederland om zich bijvoorbeeld in Polen of Litouwen te vestigen? Gun die Litouwers en Polen een nieuwe vogelsoort! Want wij krijgen er andere vogeltjes voor terug, zoals de bijeneter (heel mooi, veelkleurig vogeltje; ik zie nu al de Bond van Imkers met protestborden – DOOR BIJENETERS MINDER HONINGETERS! – op het Binnenhof staan) en de Provençaalse grasmus. Waarbij wij ons moeten realiseren dat ze zich daar in Frankrijk en Italië druk over zullen maken, wat ze niet hoeven doen, want zij krijgen op hun beurt óók weer nieuwe vogelsoorten binnen de landsgrenzen.

Maar vooral denk ik, inzake die ‘verbindingen’: vogels kunnen toch vliegen? Kijk, reeën, dassen, wilde zwijnen, daarvoor zijn ecoducten gebouwd, en voor padden paddengootjes, voor otters otterduikers, voor bevers beverdamwanden. Dat is goed, dan worden ze niet vermorzeld door al die auto’s op al die snelwegen. Maar wat mag ik me voorstellen bij verbindingen tussen verschillende vogelbiotopen? Die beesten gaan toch door de lucht? Dat is nou juist het handige aan vogels, die hebben geen ecologische verbindingszones nodig, die vliegen simpel van pakweg de Peel naar de Utrechtse Heuvelrug en dan in één moeite door naar Texel. Vogels maken hun eigen vogelluchtbrug.

De orpheus-spotvogel, wie verheugt zich niet op zijn komst? En de hop komt weer terug! Van pure opwinding ben ik verzeild geraakt in Petersons Vogelgids, en moet me daaruit losrukken om deze laatste alinea te tikken.