De terroristenlijst van de VN

Vogelvrij

Onder druk van Amerika plaatsen de Verenigde Naties vermeende terroristen vrijwel kritiekloos op een terroristenlijst. Daarbij worden rechten van het individu geschonden. De VN begeven zich op een duister juridisch pad.

Begin november 2001 wordt Abdirasak Aden door een alerte verslaggeefster van een lokale krant gebeld. «Weet je dat je op de terroristenlijst van de Verenigde Naties staat?» vraagt ze. Hij kan het nakijken op de website van de VN waar de lijst is gepubliceerd. En inderdaad, daar is hij te vinden: resolutie 1333, nummer 7, Aden, Abdirasak, Spanga, Sweden. Met onmiddellijke ingang zijn zijn banktegoeden bevroren, mag hij niet meer werken of studeren en mogen anderen hem niet financieel ondersteunen. Hij mag bovendien het land niet verlaten.

Aden is Zweeds staatsburger, gevlucht voor de oorlog in Somalië. Net als twee andere Zweedse Somaliërs die ook op de terroristenlijst staan, is hij lokaal vertegenwoordiger van de Somalische bank Al Barakaat. Via deze bank kunnen Soma liërs in het buitenland geld sturen naar familie leden. Overal waar Somalische vluchtelingen zitten heeft de bank vertegenwoordigers, ook in Nederland. Jaarlijks sturen familieleden over de hele wereld tussen de vijfhonderd miljoen en één miljard dollar naar Somalië. Dit bedrag overstijgt ruim de inkomsten uit het belangrijkste exportproduct, vee, van het land dat al ruim tien jaar in een burgeroorlog verkeert en geen officieel erkende regering heeft.

Alle vestigingen en vertegenwoordigers van Al Barakaat zijn op verzoek van de Amerikanen op de terroristenlijst geplaatst. Barakaat zou transacties voor het al-Qaeda-netwerk van Osama bin Laden hebben uitgevoerd en gefungeerd hebben als «frontstore». Een van de oprichters van de bank, Ahmed Nur Jimale, zou volgens de Amerikanen aan de zijde van Osama bin Laden in Afghanistan tegen de Russen hebben gevochten. Het stilleggen van de bank veroorzaakte een crisis in de toch al vernielde oorlogseconomie van Somalië. De inflatie is door de maatregel met 340 procent gestegen.

De Verenigde Naties beschouwen het terrorisme als een bedreiging van de veiligheid en de wereldvrede. Na de aanslagen in Amerika is een groot aantal namen van personen en organisaties toegevoegd aan de lijst van het Afghanistan Sanctiecomité van de Veiligheidsraad, in januari van dit jaar omgedoopt tot al-Qaeda Sanctie comité. In totaal telt de lijst nu bijna vierhonderd namen. Alle lidstaten van de VN zijn verplicht de tegoeden van de genoemde personen en organisaties te bevriezen, opdat het financiële netwerk van Osama bin Laden lam komt te liggen. De beslissing over de namen op de lijst, de criteria en de procedure om die te toetsen, zijn gedelegeerd aan het sanctiecomité. Daarin hebben afgevaardigden van elk lid van de Veiligheidsraad zitting.

Het verzoek om Al Barakaat, de Somalische bank, en haar vertegenwoordigers in diverse Europese landen en Noord-Amerika op de VN-terroristenlijst te plaatsen, is afkomstig van de Amerikanen. De drie Zweedse Somaliërs zeggen onschuldig te zijn. Maar de Amerikanen zeggen dat ze voldoende bewijs in handen hebben. Het Zweedse ministerie van Buitenlandse Zaken vroeg het dossier bij de Amerikanen op.

Ook de Zweedse inlichtingendienst onderzocht de zaak. Hun conclusie is eensluidend: er is geen enkele aanwijzing dat de drie bij terrorisme zijn betrokken. «Dit is een kafkaëske situatie», zegt Leif Silbersky, de advocaat van het drietal. «Je wordt van iets beschuldigd, maar je mag de bewijzen niet inzien. Bovendien kun je niet in beroep gaan tegen de beslissing van het sanctiecomité.»

De Zweedse regering heeft contacten gelegd met een aantal hoge Amerikaanse ambtenaren. Toen advocaat Silbersky hun het summiere dossier overlegde en vroeg naar meer bewijzen tegen zijn cliënten, moesten de ambtenaren toegeven dat die er niet waren. Er bleek zelfs niet meer bewijs tegen de hoofdkantoren van Al Barakaat in Dubai en Mogadishu te zijn, noch tegen vertegenwoordigers in Europa en Noord-Amerika. Silbersky probeerde vergeefs de ambtenaren ervan te overtuigen dat ze een vergissing hebben gemaakt en dat zijn cliënten ten onrechte op de terroristenlijst zijn geplaatst.

Bij de leden van het sanctiecomité van de Verenigde Naties wachtte Silbersky een nieuwe verrassing. Zij hebben het dossier tegen Al Barakaat en haar vertegenwoordigers niet eerder gezien. «Iedereen met wie ik heb gepraat, ook de Colombiaanse voorzitter, vindt dat deze zaak zo snel mogelijk opgelost moet worden, omdat de VN niet in zo’n zaak betrokken dienen te zijn», zegt Silbersky. «Ik heb ze het dossier laten zien zodat ze zelf konden concluderen dat er geen bewijs is. Ze waren beschaamd, omdat ze vertrouwden op de inlichtingen van de Amerikanen.»

Het dossier bestaat uit 29 A4’tjes. Vijf ervan bevatten gevoeligheden tussen de Zweedse en de Amerikaanse overheid, maar geen details over Silbersky’s cliënten noch over de bank Al Barakaat. Naast een aantal «fact sheets» bestaat de rest van het dossier uit schema’s van transacties die via Al Barakaat verlopen en die zouden bijdragen aan de financiering van al-Qaeda. De papieren bevatten verder een aantal toespraken van Colin Powell, de minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten en van president Bush, en gegevens over de bank Al Taqwa, met het hoofdkantoor op de Bahama’s. Er staan geen gegevens in over personen van Al Barakaat, behalve de eerder genoemde Ahmed Nur Jimale. Alleen in getekende schema’s worden andere namen genoemd, waaronder de drie Zweedse Soma liërs. Welke informatie aan dit dossier ten grondslag ligt, wordt niet duidelijk.

Juriste Erika de Wet, hoofdonderzoeker internationaal recht aan de Universiteit van Amsterdam, las het dossier. «In het dossier worden vermoedens geuit over hoe al-Qaeda via Al Barakaat gefinancierd zou worden, maar die worden niet onderbouwd. Over de drie Zweedse Somaliërs staat helemaal niets in het dossier. Deze mensen moeten van de lijst worden verwijderd», aldus De Wet. Volgens haar heeft dit dossier ook consequenties voor de andere betrokkenen in deze zaak, meer dan veertig personen en organisaties van Al Barakaat. Bovendien heeft het ernstige gevolgen voor Somalië. De Wet: «Tenzij er meer bewijsmateriaal bestaat, waar wij niets van afweten, begrijp ik gewoon niet hoe het sanctiecomité deze zaak wil onderbouwen.»

De procedure en de informatie die aan de besluiten van het sanctiecomité ten grondslag liggen, zijn geheim. «Het probleem is dat er helemaal geen procedure bestaat», zegt Joanne Wechsler van Human Rights Watch. Ze vermoedt dat er geen criteria zijn om te bepalen of iemand al dan niet als terrorist beschouwd kan worden. Diplomaten in New York bevestigen dat, hoewel anoniem. «Het is een politiek proces, waarbij je soms bewijsmateriaal laat zien aan een land dat je wilt overtuigen», zegt een Britse diplomaat. Om niet uren over zaken te hoeven vergaderen wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde «stille procedure», bevestigen diverse diplomaten.

Een land komt met een naam die kenbaar wordt gemaakt aan de voorzitter van het sanctiecomité. Deze stuurt de naam naar de vijftien leden, en als er niet binnen 48 uur protest wordt aangetekend of om nadere informatie wordt gevraagd, wordt de naam op de lijst geplaatst. Een Ierse diplomaat ziet er geen enkel probleem in: «Deze procedure wordt ook in andere sanctiecomités toegepast.» De namen zijn vaak afkomstig van inlichtingendiensten en het zal niemand verbazen dat de Amerikanen daar de laatste tijd erg royaal mee zijn. Je moet als eenvoudig diplomaat uit Ierland, Noorwegen, laat staan Syrië wel erg sterk in je schoenen staan om na de aanslagen de gegevens van de Amerikanen in twijfel te trekken. Maar harde bewijzen tegen terroristen of degenen die hen steunen, zijn niet altijd te produceren. De geleverde informatie houdt in een rechtszaal vaak geen stand. Toch kan het soms noodzaak zijn om als sanctiecomité op grond van gering bewijsmateriaal over te gaan tot plaatsing op de terroristenlijst, zo zeggen diplomaten en juristen.

De maatregelen die daarop volgen, zijn voor personen en organisaties echter zeer ingrijpend. Feitelijk kun je spreken van een quasi-rechterlijk besluit. Het ontbreken van een beroepsmogelijkheid tegen deze beslissing doet zich hier dan ook extra pijnlijk voelen. Daarmee schendt de volkerenorganisatie volgens juriste Erika de Wet «de rechten van het individu». Andere juristen komen tot dezelfde conclusie. «Iedere bescherming van personen die op de lijst staan, ontbreekt», zegt Mielle Bulterman van de Universiteit Leiden. Er is wel een mogelijkheid om bijvoorbeeld in Nederland naar de rechter te stappen of naar het Europese Hof, «alleen acht ik het niet waarschijnlijk dat een rechter op dat niveau uitspraak wil doen over plaatsing op de terroristenlijst, omdat die beslissing op een hoger niveau is genomen», zegt Bulterman. Wellicht dat een rechter een uitspraak wil doen als er na verloop van tijd geen bewijs wordt gepresenteerd tegen de verdachten. Voor het zo ver is, kan er flink wat tijd overheen gaan.

Hoe kan het nu dat de VN zich op een dergelijk duister juridisch pad begeeft? Politicoloog Fred Grünfeld: «We hebben te maken met een vrij recente ontwikkeling in het internationaal recht.» Sancties waren doorgaans politieke maatregelen van de Veiligheidsraad, gericht tegen de elite van een land of een rebellenbeweging, om een eind te maken aan ongewenst gedrag. «De ontwikkeling die we nu zien, is dat er maatregelen worden genomen tegen een netwerk van personen die zich in principe overal ter wereld kunnen bevinden. Het is lastiger aan te tonen dat deze mensen werkelijk als verdachte beschouwd mogen worden», aldus Grünfeld.

Inmiddels hebben buiten de drie Zweedse Somaliërs nog minstens twee mensen beroep aangetekend bij het Europese Hof. Ook zij zeggen niets met terrorisme van doen te hebben. De Zweedse Somaliër Abdirasak Aden heeft nog altijd het volste vertrouwen in het rechtssysteem: «Dit is een vergissing en ik vertrouw erop dat alles goed zal komen.» Zweedse burgers hebben een solidariteitscomité opgericht om de drie Somaliërs financieel te ondersteunen. Volgens de wet een verboden actie.