De verkiezingen: Identiteitspolitiek 2021

‘Vogelvrij, maar wel vrij’

Deze verkiezingen gingen weinig over identiteit, terwijl het publieke debat er juist bol van staat. De middenpartijen zouden een hoop kunnen leren van Sylvana Simons, voorvrouw van BIJ1, nieuw in de Kamer.

Den Haag, 18 maart. Sylvana Simons en Thierry Baudet in het Tweede-Kamergebouw tijdens een bijeenkomst van de voorzitters van de gekozen fracties © Robin Utrecht / ANP

Sylvana Simons is jarig op 31 januari, dezelfde dag als voormalig koningin Beatrix. Vandaar die superieure houding, zegt ze zelf, lachend. Haar moeder grapte vroeger al tegen haar: je denkt zeker dat dat defilé voor jou is?

Ze vertelt dit in de podcast Groenteman in de kast (luistertip!) van vorige week. Journalist Gijs Groenteman haalde een interview aan dat hij jaren geleden al eens met haar had gemaakt. Haar ouders waren voor haar vanuit Suriname naar Nederland gekomen, zodat ze hier een kansrijkere toekomst kon hebben. Ze pamperden haar, investeerden in haar. ‘Ik was hun prinses, ik ben een prinses en voel mij ook ten diepste een prinses’, had Simons toen tegen Groenteman gezegd.

Nu zegt ze, met een royale lach: ‘Eigenlijk voel ik me tegenwoordig gewoon een koningin.’

Maar is dat niet op een gekke manier een probleem? vraagt Groenteman. Want je bent op je veertiende uit huis gegaan, altijd zelfstandig geweest, ‘de stormen van het leven doorstaan’, je mag jezelf met recht een straatvechter noemen – maar je straalt iets koninklijks uit, iets superieurs. En dan ook nog eens met zo’n mooie, volkomen beschaafde stem. Reageren mensen niet extra fel op je zelfvertrouwen?

Het is een ironie, want Simons vertelt hoe ze altijd probeert kalm te blijven, rustig te spreken, nooit particuliere personen van discriminatie te beschuldigen – maar juist systeemkritiek te geven. Dat zelfbewustzijn had ze ook op dat beroemde moment in 2015, toen ze tafeldame was bij De wereld draait door en Martin Simek Afrikaanse vluchtelingen die de Middellandse Zee overstaken ‘zwartjes’ noemde. Ze kon het achteloze racisme aan zich voorbij laten gaan, maar haar kinderen keken, ze was geen knip voor de neus waard als ze er niet iets van zou zeggen. Dus zei ze tegen zichzelf: niet boos worden, niet je stem verheffen, stel een vraag, want een vraag is neutraal: ‘Bedoel je dat nu grappig?’

Er was een leven vóór dat moment, zegt Simons tegen Groenteman, en ná dat moment. Voor dat moment was ze een tv-persoonlijkheid. Na dat moment werd ze het gezicht van een brede antiracismebeweging in Nederland, en is ze, ondanks de wagonladingen racismedrek die ze over zich heen krijgt, sinds vorige week in het bezit van een zetel in de Tweede Kamer als voorvrouw van BIJ1.

Het klopte dat haar superieure uitstraling haar verweten wordt. Want haar wordt zelden zomaar een standpunt verweten, zegt ze – het komt steeds met de toevoeging: ‘Met die arrogante kop van je.’

Psychologen kunnen dat arrogantie-verwijt vast beter verklaren, maar de tegenreactie die Simons vaak tegenkomt lijkt een niet te missen dynamiek te hebben: Simons praat over racisme in Nederland, de toehoorder weet bewust of onbewust dat dat racisme bestaat, de toehoorder wil liever niet erkennen dat het bestaat, en dus valt de toehoorder Simons aan. Hoe kalm je het ook uitlegt, het wordt altijd als een bedreiging gezien – zeker door een zwarte vrouw.

De boerenbeweging voelt zich blijkbaar geïntimideerd door een lachende zwarte politica

De dag na de verkiezingen was dat niet te missen toen Simons bij Jinek de tafel deelde met Caroline van der Plas, de voorvrouw van BoerBurgerBeweging – ook nieuw in de Kamer. Opeens escaleerde het. Opeens wees Van der Plas Simons erop dat ze nu volksvertegenwoordiger was en dat ze alle zeventien miljoen Nederlanders moest vertegenwoordigen, niet alleen de mensen ‘uit de buurt’.

Wat is je vraag? vroeg Simons, die vervolgens kalm uitlegde dat zoals Van der Plas vast mensen op het platteland blij maakte met haar programma Simons haar achterban vertegenwoordigde. Bovendien: iedereen heeft er baat bij als Nederland een eerlijkere rechtsstaat heeft, dus: ‘Ik begrijp niet zo goed waar je vraag vandaan komt.’

Nu begon Van der Plas te sputteren: dat Simons toch best vijandig reageerde. Volgens mij reageer ik niet vijandig, zei Simons. Nou, zei Van der Plas, ‘aan je body language te zien…’

‘O wauw’, zei Simons, en ze lachte – want wat moet je op zo’n moment anders dan lachen? De boerenbeweging, die met tractors het Binnenhof op komt, voelt zich blijkbaar geïntimideerd door het lachende gezicht van een zwarte politica.

Op meer plekken werd deze interne tegenstrijdigheid van de BoerBurgerBeweging benoemd. Want als er een beweging was die expliciet voor maar één bevolkingsgroep opkwam, dan was het toch wel de bbb zelf?

Maar zo wordt het vaak niet beleefd. Een van de vreemdste paradoxen in het politieke publieke debat is dat zodra minderheden zich hard maken voor hun minderheid dat als ‘identiteitspolitiek’ wordt afgeserveerd. Waarbij vaak de suggestie doorklinkt dat identiteit klein is – niet verder kijkt dan je eigen vierkante meter, een egotrip. Wat Van der Plas Simons verweet. Maar wanneer een partij zich vanuit nationalistische overwegingen hard maakt voor de cultuur van de meerderheid – bijvoorbeeld boeren, of witte autochtone Nederlanders – dat dan geen identiteitspolitiek heet.

Het helderst werd dat geïllustreerd door de personalia van Simone Kerseboom, de nummer 5 van de kieslijst van Forum voor Democratie. Op haar site stond: ‘Simone wil zich inzetten voor het beschermen van onze prachtige Nederlandse identiteit, geschiedenis en erfgoed. Tevens wil Simone als een sterk tegengeluid fungeren voor identiteitspolitiek.’

Lees die twee zinnen eens opnieuw en zie een paradox waar geen bataljon filosofen tegen opgewassen is. Je inzetten vóór de Nederlandse identiteit, maar strijden tégen identiteitspolitiek.

Links en rechts kwamen er zetels bij die vooral voortkomen uit protest tegen elkaar

Eva Vlaardingerbroek (ex-Forum) tweette dat ze niet begreep hoe ‘iedereen’ stond te juichen dat ‘de geharde marxistische woke-bende van GroenLinks’ had verloren, want D66 was net zo ‘woke en globalistisch’. Ook daar zit iets ironisch in. Linkse activisten worden ‘woke’ genoemd – wakker voor de structurele onrechten in de maatschappij. Rechtse activisten gebruiken voor zichzelf vaak de term ‘redpilled’, een verwijzing naar de scène in de futuristische film The Matrix, waarin Neo een rode pil neemt en zo ontwaakt voor de waarheid van het systeem waarin hij leeft.

Woke en redpilled – zelfs de metaforen zijn hetzelfde.

Dit spanningsveld gaat verder dan BIJ1, bbb of Forum. Zoals Mark Lievisse Adriaanse het in de NRC verwoordde lieten deze verkiezingen zien dat ‘jongere kiezers [uit]waaierden over een veelheid aan nieuwlichters, van Denk tot Volt tot FvD – partijen die zich minder rond een ideologie organiseren dan rond identiteit en een levenshouding (kosmopolitisch of nationalistisch)’. Als je zo denkt heeft links de verkiezingen helemaal niet verloren – want reken maar dat veel mensen die hun levenshouding links-progressief noemen zich konden vinden in D66’er Sigrid Kaag.

Die focus op identiteit maakt ook duidelijk hoezeer de uitslag van deze verkiezingen verschilt van die van bijvoorbeeld 2002, toen het verre rechts van Leefbaar Nederland en Lijst Pim Fortuyn bijna net zo veel zetels haalde als pvv, Forum en JA21 nu. Maar stabiel kun je dat niet noemen, merkte Kustaw Bessems al op in de Volkskrant, aangezien de opvattingen van die partijen niet stabiel zijn: die worden steeds extremer, steeds hatelijker, steeds vaker doorspekt met complotdenken.

De politiek van Fortuyn was zonder meer ook nationaal-identitair geladen, en zoemde van elektriciteit van de anti-radicale-islam-schokgolven van 11 september, maar als je Fortuyns Puinhopen van Paars terugleest, valt het ook op hoeveel hij het heeft over bestuurlijke onkunde en staatsrechtelijke herindelingen. Fortuyn was óók identitair – niet uitsluitend. Vergelijk dat met Wilders die tijdens de verkiezingsdebatten van élk onderwerp een identitaire kwestie wist te maken.

En belangrijker: in de tijd van Fortuyn was er nog niet de mondige tegenbeweging die er nu wél is. Ja, progressief links kwam in het verweer tegen Fortuyn, een linkse radicale gek schoot hem zelfs dood. Maar dat links was doorgaans net zo wit als Fortuyn zelf. Er was nog niet de proteststem van Nederlanders met een migratieachtergrond. Kick Out Zwarte Piet en Black Lives Matter zouden nog jaren op zich laten wachten, Sylvana Simons kondigde nog gewoon videoclips aan bij tmf.

Nu zijn die er wel. BIJ1 en Denk. Je kunt er vergif op innemen dat de met voorkeurstemmen verkozen GroenLinkser Kauthar Bouchallikht ook in die rol zal worden gedwongen. Het is niet moeilijk voor te stellen welke nieuwe dynamiek dit in de Kamer zal voortbrengen. Want identiteitspolitiek voedt zich per definitie met protest, met waargenomen en ingebeelde bedreigingen. Zie de vijandige ‘body language’ die Van der Plas in Simons ontwaarde. We ontlenen identiteit aan wat we denken dat ons bedreigt – en hoe meer we ons bedreigd voelen, hoe meer identiteit ons dat geeft. Dat betekent dat er ter linker- en ter rechterzijde na 17 maart een stapel zetels bij zijn gekomen die bijna uitsluitend hun bestaansrecht ontlenen aan het permanente protest tegen een stapel andere zetels.

De toekomst is makkelijk te voorspellen: dertig ver-rechtse Kamerleden die moord en brand schreeuwen omdat ze zich zo bedreigd voelen door dat ene Kamerlid van BIJ1. Probeer dan maar eens tot een productieve dialoog te komen.

Het is een vreemde uitkomst van verkiezingen die zo weinig over identiteit gingen, terwijl het er in het publieke debat zo veel over gaat. Dat is dan tenminste een interessant bijeffect: als het identiteitsdebat in de Kamer zich gaat afspelen, zullen de middenpartijen ook meer kleur moeten bekennen en niet meer om de hete brij heen draaien (zoals bijvoorbeeld veel vvd- en cda-politici deden als het om Zwarte Piet gaat). In Groentemans podcast vertelde Sylvana Simons dat dat moment met Simek voor haar op een gekke manier een bevrijding was, om zich eens en voor altijd uit te spreken tegen racisme: ‘Ik ben vrij – vogelvrij misschien, maar wel vrij.’