Seksisme op de sociale media

Vogelvrije vrouwen

Vrouwelijke politici, journalisten, bloggers en columnisten zijn veel vaker dan hun mannelijke collega’s het mikpunt van online intimidatie en bedreigingen. Vrouwen in de politiek kiezen om die reden zelfs voor een minder zichtbare plaats.

Steeds vaker herken ik mijn moeder in mij. Niet alleen wanneer ik in de bergen loop, met haar pet tegen de zon, of wanneer ik tegen mijn toch al volwassen dochter zeg dat ze een vestje tegen de kou mee moet nemen. Maar vooral wanneer ik me druk maak over vrouwenrechten, zoals het grote aantal verkrachtingszaken dat bij de politie op de plank blijft liggen. Of het lage aantal vrouwelijke lijsttrekkers.

Als puber geneerde ik me als mijn moeder een punt maakte van alledaags seksisme of een stereotiepe opmerking. Ik herinner me dat ik een vriendje mee naar huis nam, die bij mijn moeder informeerde wat we die avond zouden eten. Onmiddellijk vroeg ze hem waarom hij deze vraag aan haar stelde, en niet aan mijn vader. In mijn ogen legde ze op alle slakken zout. Dat was ongemakkelijk en bovendien overbodig. Gelijke behandeling van mannen en vrouwen was slechts een kwestie van tijd, dacht ik.

Luister naar De Groene

In De Groene Amsterdammer Podcast interviewt Kees van den Bosch Kathalijne Buitenweg over online intimidatie en bedreigingen.

Onze podcast is elke vrijdagochtend gratis beschikbaar via groene.nl/podcasts en via de andere bekende podcastkanalen

Inmiddels zijn vier decennia verstreken. Er is ontegenzeglijk veel bereikt op het gebied van emancipatie. Maar stereotiepe opvattingen, over hoe vrouwen zich horen te gedragen en wat typisch iets voor mannen is, spelen nog steeds een grote rol. Mijn moeder had gelijk: verandering gaat niet vanzelf. Het vergt dat we alert zijn en soms een ongemakkelijke vraag stellen.

Zoals over de impact van sociale media op de politieke participatie van vrouwen.

Veel vrouwen die zich in het publieke debat mengen, zijn het mikpunt van seksistische en denigrerende opmerkingen. Vaak zijn het geen strafbare teksten, maar ze laten wel een vies gevoel achter. Zoals deze tweets: ‘Bij een volgende groepsverkrachting droppen we haar voor een werkbezoek’ of ‘Gewoon je middelvinger haar rectum in rossen.’ Door het retweeten zwellen zulke kleinerende berichten aan tot een intimiderende stroom. En uiteindelijk vragen steeds meer vrouwen zich af of ze niet wat beters te doen hebben met hun leven dan object te zijn van sneue haters. Natuurlijk, if you can’t stand the heat, stay out of the kitchen. Maar waarom wordt de keuken voor vrouwen zoveel warmer opgestookt? Het is tijd om die individuele worsteling van veel vrouwen te erkennen als een gezamenlijk probleem.

—————

Sociale media zijn zeker niet alléén een bron van vrouwenhaat. Op veel manieren dragen ze juist bij aan het versterken van de positie van vrouwen. Via platforms als Facebook, Instagram, YouTube, LinkedIn en Twitter delen miljoenen mensen verhalen. Ter inspiratie, troost of plezier, maar soms ook om belangrijke maatschappelijke veranderingen af te dwingen. Ook rond vrouwenrechten.

Zo delen duizenden slachtoffers en getuigen verhalen over aanrandingen en verkrachtingen in de straten van Egypte. Alle informatie wordt verzameld op de website HarassMap, waar met bolletjes op een kaart de omvang van seksueel geweld inzichtelijk wordt gemaakt. Hetzelfde gebeurt in Libanon via de HarassTracker.

Verhalen delen en verandering afdwingen is ook het doel van de hashtag #MeToo. Tarana Burke introduceerde de hashtag al in 2006. Maar #MeToo werd trending in 2017, toen actrice Alyssa Milano via sociale media vrouwen opriep op te laten merken dat seksueel misbruik niet incidenteel is, maar breed verspreid en structureel. In posts en tweets uitten miljoenen mensen hun verdriet, solidariteit, boosheid, pijn, medeleven en empathie en verspreidden ze elkaars berichten. Soms namen ze zo ook wraak. Miljoenen mensen uit meer dan 85 landen. Samen met andere vrouwen werd Burke uitgeroepen tot Time’s Person of the Year. Omdat zij erin geslaagd waren om een ‘collectieve woede’ te kanaliseren, van mensen ‘van alle rassen, uit alle inkomensklassen, uit alle beroepen en uit vrijwel alle uithoeken van de wereld’. Dit was nooit gelukt zonder de kracht van de sociale media.

Maar die kracht van sociale media kan ook destructief zijn. De impact van kwade, gemene, provocerende, roddelzuchtige berichten is des te groter als de berichten worden geretweet. In een interview vorig jaar op Buzzfeed vertelde Chris Wetherell, de productontwikkelaar van de retweetknop, dat hij diepe spijt heeft van zijn uitvinding: ‘Het is alsof je een geladen geweer aan een vierjarige geeft.’ Met een simpele druk op de knop wordt een bericht verveelvoudigd, en kan zo een sneeuwbaleffect veroorzaken.

Wetherell gaf een voorbeeld van de schadelijke potentie van de retweetknop. En dat gaat niet toevallig om een wekenlange campagne vol vrouwenhaat: #Gamergate. Object van alle haat in Gamergate was Anita Sarkeesian. Zij had onderzoek gedaan naar hoe vrouwen werden neergezet in games en had geconstateerd dat de games zich vooral richten op een mannelijk publiek, waarbij je in de huid van mannelijke karakters kruipt en vrouwen vooral als sensuele decoratie dienen. Die onderzoeksbevindingen bleken tegen het zere been te zijn van velen. De lawine aan hatelijke tweets en regelrechte bedreigingen nam zulke absurde proporties aan dat Sarkeesian moest onderduiken. Vanaf haar geheime onderkomen tweette ze: ‘I’m safe. Autorities have been notified. Staying with friends tonight. I’m nog giving up. But this harassment of women in tech must stop!’ Sarkeesian was vastbesloten om haar werk voort te zetten. Maar #Gamergate heeft haar daar wel ernstig in belemmerd. Haar lezing aan de Utah State University moest worden afgeblazen omdat haters hadden gedreigd een bloedbad aan te richten.

In Nederland vinden we het praten over vrouwenhaat al snel overdreven. De seksistische en intimiderende tweets van individuen zien we graag als onaardige handelingen van enkelen, niet als een maatschappelijke trend. Maar het is tijd om te erkennen dat mede door de retweetknop, en soms door een georganiseerde tegenwind, het klimaat voor vrouwen steeds guurder wordt.

De impact van kwade, provocerende berichten is des te groter als de berichten worden geretweet

Zo zijn vrouwelijke journalisten, bloggers en columnisten disproportioneel vaak het mikpunt van online intimidatie en bedreigingen. Dat blijkt onder meer uit een uitgebreid zelfonderzoek van The Guardian. Daarbij keek het naar welke journalisten de meeste negatieve commentaren kregen na het plaatsen van nieuwsartikelen op de website, en wie de minste. De top tien die de minst heftige reacties opriep bestond uitsluitend uit mannen. Van de tien journalisten die het meest te verduren kregen waren er acht vrouw, onder wie vier met een migratieachtergrond. Dat laatste gold ook voor de enige twee mannen in deze top tien. Het Guardian-onderzoek ligt in het verlengde van wat Amnesty International concludeerde in 2017 na het analyseren van miljoenen tweets aan vrouwelijke journalisten en politici: Twitter is een plek waar vrouwenhaat, maar ook racisme en homofobie goed gedijen. Amnesty International ontdekte ook dat vrouwelijke journalisten die voor een rechts medium werken meer haatberichten krijgen dan hun linkse collega’s. Bij politici was het precies omgekeerd.

De ovse-vertegenwoordiger voor mediavrijheid Dunja Mijatović vreest dat de virulente haat op sociale media tot gevolg heeft dat vrouwen zich zullen terugtrekken uit het publieke leven, zich onzichtbaarder zullen maken. En dat lijkt in Nederland inderdaad het geval. Volgens de Nederlandse Vereniging van Journalisten (nvj) past een deel van de vrouwelijke journalisten uit zelfbehoud zelfcensuur toe. Ze behandelen bepaalde onderwerpen niet meer, passen hun manier van schrijven aan, publiceren anoniem of trekken zich terug uit sociale media. Clarice Gargard beschreef in een column wat de stroom haatberichten met haar deed. En Fidan Ekiz stapte om deze reden op als presentatrice van de talkshow De Nieuwe Maan.

Daarmee staat niet alleen de emancipatie van vrouwen onder druk, maar ook de persvrijheid.

—————

Hoe zit het dan in de politiek? Zetten sociale media de toegang van vrouwen tot de politiek onder druk? De afgelopen maanden sprak ik met veel onderzoekers van universiteiten wereldwijd. Zij bevestigen dat er een zwarte kant zit aan sociale media, en dat vrouwelijke politici anders beoordeeld worden dan mannen. Maar tegelijkertijd benadrukten ze de andere kant. Dat sociale media juist voor vrouwen een belangrijke springplank vormen. Omdat zij daar niet beperkt worden door het seksisme in de traditionele media.

Laat ik met die traditionele media beginnen.

Elke vijf jaar doet het Global Media Monitoring Project (gmmp) een grootschalig onderzoek in meer dan honderd landen, van Benin tot Nieuw-Zeeland, naar de vertegenwoordiging van vrouwen in media. Steevast is een van de bevindingen dat het perspectief van mannen in berichtgeving domineert. Een voorbeeld met betrekking tot economie: vrouwen nemen wereldwijd veertig procent van het betaalde werk voor hun rekening, maar in nieuwsitems wordt vrijwel alleen aandacht besteed aan de formele sector – en daar maken vrouwen slechts twintig procent van uit. De focus op de formele economie vervormt het beeld over de arbeidsparticipatie van vrouwen en marginaliseert zo de verhalen van vrouwen. Professionele nieuwsredacties zijn belangrijk om verhalen te balanceren en nepnieuws te beperken, maar ze veroorzaken zelf dus ook eenzijdige berichtgeving.

Ter geruststelling van deze redacties: zij zijn echt niet de enigen die een vooringenomen blik hebben en verspreiden. Econoom Henriëtte Prast turfde welke beroepen de mannen en vrouwen hadden die voorkwamen in examenvragen van het schoolexamen economie (2016-2018). Het bleek dat alle directeuren en managers in de tekst mannen waren. De vrouwen kwamen niet veel verder dan ‘bijstandsgerechtigde’, ‘vriendin van bijstandsgerechtigde’ of ‘woordvoerster Consumentenbond’. Leiden kunnen die vrouwen niet, maar ondersteunen wel!

Volgens het gmmp zijn vrouwen het meest in beeld bij de categorie wetenschap en gezondheid. Het minst komen ze voor in nieuwsverhalen over politiek en overheid. Nu kan die schamele zestien procent van die categorie goed te verklaren zijn. Journalisten schrijven vooral over politieke leiders en de meest machtige parlementariërs. In Nederland is het aantal vrouwelijke fractievoorzitters op dit moment beperkt tot drie van de vijftien, en geen van hen leidt een grote partij of regeringspartij. Logisch dat journalisten die over politiek schrijven dan weinig vrouwen opvoeren – die fout ligt bij de politiek zelf en niet bij de journalistiek zou je zeggen. Maar internationaal onderzoek laat zien dat er zelfs met die zestien procent iets geks aan de hand is. Want bij interviews met deze vrouwelijke politici wordt bovengemiddeld veel aandacht besteed aan hun gezinsleven en uiterlijk. En dat is ook mijn persoonlijke ervaring. In de tien jaar dat ik Europarlementariër was, wilden mensen meestal twee dingen van mij weten. Voelde ik mij Europeaan of Nederlander? En snel daarna: waar verbleven mijn kinderen als ik de helft van de week in Brussel of Straatsburg was?

Ik heb altijd eerlijk geantwoord dat in die jaren mijn man de voornaamste zorg had voor onze dochter, en later ook voor onze zoon. Ik wilde aan andere ouders laten zien hoe wij met onze dilemma’s waren omgegaan. Maar aan de wijsheid daarvan twijfel ik inmiddels. Lucina Di Meco heeft onderzoek gedaan naar ‘Women, Politics and Power in the New Media World’. Zij geeft aan dat als je je gezinsafwegingen als onderwerp van publiek gesprek accepteert, je in feite bevestigt dat het niet ‘normaal’ is om kleine kinderen te hebben en een baan die je een paar dagen per week van huis houdt. Bovendien gaat het ten koste van tijd om te praten over je werk, en raakt datgene wat je inhoudelijk hebt bereikt ondergesneeuwd. Dat zal verklaren waarom de kop bij een groot interview in de Volkskrant, waarin ik aangaf dat mijn ambities om de samenleving te veranderen na tien jaar europarlementariërschap onverminderd groot waren, luidde: ‘Als moeder heb ik ambities genoeg’.

Onlangs vroeg ik Bas Eickhout, de huidige GroenLinks-lijsttrekker in Europa, of hij weleens geïnterviewd wordt over zijn ouderschapsdilemma’s. Dat was niet het geval. (Hij gaf overigens ook aan dat hij dat graag zo wil houden.)

—————

In deze setting is een kans om je eigen verhaal te vertellen en je eigen toon te kiezen dus heel belangrijk. Juist voor vrouwen. En van India tot Israël tot Brazilië grijpen ze die kans inmiddels ook massaal aan. Bij de Amerikaanse midterm-verkiezingen van 2018 waren vrouwelijke kandidaten opvallend actiever op Twitter dan hun mannelijke tegenstrevers. Uiteindelijk veroverde een recordaantal vrouwen, mede dankzij hun sociale-mediacampagnes, een zetel in het Huis van Afgevaardigden.

Veel kandidaten worstelen wel met hoe zij zich het beste kunnen presenteren. Kiezers gaan er vaak van uit dat een mannelijke kandidaat competent is, en zijn bereid op deze kandidaat te stemmen ook al vinden ze hem niet aardig. Bij vrouwen zijn kiezers meer op zoek naar een bewijs voor competentie, maar is ook de aardigheidsfactor belangrijker. Daarmee ligt er dus een dubbele opdracht, die zich niet makkelijk laat combineren. In You Tweet Like a Girl! is een analyse gemaakt van de tweets die gepost zijn tijdens de Amerikaanse verkiezingen van 2012. Daaruit blijkt dat vrouwen overwegend voor de inhoud gaan. Ze twitteren weinig over zichzelf en kiezen een aanvallende toon. Ze hopen zo serieus te worden genomen.

Porno, bedreigingen met verkrachting en seksistische teksten: vrouwen moeten gekleineerd. Terug naar keuken en bed

Maar tegenover trends staan ook individuen die het anders doen. Of misschien veranderen tijden ook wel zo langzamerhand. Alexandria Ocasio-Cortez voerde in 2018 campagne door kiezers als het ware bij zich thuis uit te nodigen. In veelbekeken video’s op Instagram kon je haar zien koken, terwijl ze ondertussen praatte over politiek en het leven. Ze werd gezien als een echte volksvertegenwoordiger. Haar overwinning op de ervaren Joseph Crowley was een van de grootste verrassingen.

Kortom, er zijn juichende verhalen te vertellen over sociale media als vehikels voor gelijke kansen. Als motor voor vrouwenemancipatie. Facebook zelf klopt zich op de borst als ‘social equalizer’. Maar uiteindelijk is dat een wat al te eenzijdige voorstelling van zaken. Want er zit ook een duistere kant aan sociale media. Een intimiderende, hatelijke kant. En die treft juist vrouwen in negatieve zin.

Bij het gescheld op Twitter is het niet ‘de jongetjes tegen de meisjes’. Vrouwen blijken er niet vies van om zelf ook haattweets de wereld in te sturen. Maar hoewel daders dus zowel man als vrouw zijn, zijn vooral vrouwen hun slachtoffer. En dat heeft alles te maken met de plek die vrouwen traditioneel hadden, en volgens velen nog steeds horen te hebben, in onze samenleving: als steun en toeverlaat, maar niet als nummer één. Zeg maar, zoals in het economie-examen: als vriendin, uitkeringsgerechtigde of woordvoerster van de Consumentenbond, maar niet als manager of directeur. Niet als volksvertegenwoordiger, als minister of als burgemeester van Amsterdam.

Vrouwen die zich wel prominent in de publieke ruimte laten zien, moeten blijkbaar worden gekleineerd. Terug naar keuken en bed. Via e-mails, blogs en sociale media worden veel vrouwelijke politici daarom geconfronteerd met porno, bedreigingen met verkrachting en seksistische teksten. ‘Toen ze haar weg omhoog neukte, heeft ze haar hersens veelvuldig beschadigd tegen het hoofdeinde.’ ‘Ja, die linkse tuinbroekteven zijn nog de ergste. Kunnen geen normale vent krijgen. Hopen op lekkere kamelelul (sic).’ Vooral vrouwen van kleur en uit religieuze minderheden hebben het te verduren, zoals de Britse Diane Abbott of de Nederlandse Sylvana Simons. ‘Die zwarte Kut bek laten houden.’ Ook goed de klos zijn vrouwen die zich mengen in het debat over vluchtelingen en racisme. ‘Moslim-pijpen is een vak!!’ ‘Wordt ze vochtig bij het idee genomen te worden door (10!) van die woeste bebaarde testosteronbommen?’ Veel jonge vrouwen ook. ‘Dat wijf moet een dildo hebben met weerhaken. Achterlijke fluit.’

—————

De Raad van Europa en de Inter-Parliamentary Union (ipu) maken zich grote zorgen over de intimidatie, het seksisme en het geweld dat wordt georganiseerd tegen vrouwen online. Uit een ipu-enquête, gehouden onder vrouwelijke parlementariërs wereldwijd, blijkt dat van 41,8 procent van de respondenten weleens ‘extreem vernederende of seksueel getinte beelden op sociale media zijn verspreid, waaronder fotomontages waarop ze naakt zijn te zien’. De Britse Labour-parlementariër Jo Cox was een van de slachtoffers van die golf van online vrouwenhaat, voordat ze werd vermoord door een extreem-rechtse terrorist in 2016. Voor veel van haar collega’s was dit een wake-upcall. In een open brief schreven 72 vrouwelijke Britse parlementariërs dat de intimidaties erop gericht zijn om hen te vernederen en ervan te weer-houden hun werk te doen. Velen gaven ook aan dat het effect heeft, en dat zij zich niet herkiesbaar stellen.

Tegenwind hoort bij het vak van volksvertegenwoordiging; intimidatie niet. De te gure omgeving leidt ertoe dat nieuwe talenten zich nog eens achter de oren krabben. Ik zie het in mijn omgeving. Vooral vrouwen met een migratie-achtergrond, die weten dat ze extra hard zullen worden aangepakt, besluiten zich de stress van de publieke vernederingen te besparen en hun talenten op een minder zichtbare plaats in te zetten. En dan vragen we ons nog altijd collectief af waarom er zo weinig vrouwen zijn die hun vinger opsteken en naar voren treden!

Natuurlijk zijn niet alleen vrouwen de klos. Zeker niet zelfs. Er zijn mannelijke burgemeesters die gedwongen werden om onder te duiken, en de meest bedreigde politicus in Nederland heet Geert Wilders. Zij zijn hun leven niet zeker vanwege het vervullen van hun taak of het opkomen voor een bepaalde overtuiging. Een gapende wond van onze democratie, waar tweets van seksistische aard bijna aardig tegen afsteken.

Maar toch moeten we het ook over die laatste hebben. Omdat het laat zien dat in structurele zin de politiek nog geen gelijk speelveld is voor mannen en vrouwen. Mannen worden vaak beschimpt als slechte politici. Ze worden uitgescholden voor leugenaar, voor sukkel, voor onbetrouwbaar of corrupt – vanwege verbroken beloftes, vermeend gebrek aan kennis of algehele irritatie. Bij vrouwen is de aanval vernederender, meer fysiek. Het gaat om hun uiterlijk en of ze kinderen hebben of niet. Ze worden vaak niet eens beoordeeld als goede of slechte politici, maar benaderd als seksueel object: ‘Daar moet een piemel in.’ Zij worden gedelegitimeerd als volksvertegenwoordigers.

—————

Het schokkende is dat het lang niet altijd bizarre types zijn die zulke teksten schrijven – er zitten volop ‘normale’ mensen tussen. Ik ontving eens een boze mail over migratie, met als aanhef: ‘linkse kuthoer’. Toen ik terugmailde dat ik dit nogal onaardig vond, maar dat ik van harte bereid was de vragen te beantwoorden als de mail normaal gesteld was, kreeg ik per ommegaande een excuus. De schrijver had gewoon zijn ochtendhumeur van zich af willen tikken, en had zich niet gerealiseerd dat er echte mensen aan de andere kant zitten die zo’n mail vervolgens lezen.

Maar niet alle afzenders zijn zo willekeurig. Er zijn ook ware bombardementen van hatelijke berichten. Die worden de wereld ingezonden door trollen (anonieme pesters) en vervolgens geliket en geretweet door bots (computerprogramma’s) om de boodschap kracht bij te zetten en breder te verspreiden. Een van de slachtoffers van zo’n systematische campagne is de Italiaanse politica Laura Boldrini. Tienduizenden seksistische, vernederende en intimiderende berichten kreeg ze over zich heen. Vorig jaar besloot ze zich te verweren, door de namen van haar belagers bekend te maken. Het bleek een effectieve strategie, die zichtbaar maakte welke partijen achter de haatcampagne zaten, en die ook veel daders tot inkeer bracht. Of die ze in ieder geval in huilen deed uitbarsten.

Hoewel ook mannen worden aangevallen door trollen en bots, zijn vrouwen hier vaker het slachtoffer van. Dat bleek recent maar weer, uit een analyse van tweets over de kandidaten die meedoen (of meededen) aan de Amerikaanse voorverkiezingen bij de Democraten. Bij deze verkiezingen zie je dat Harris, Warren, Klobuchar, Sanders, Buttigieg en Biden allemaal meer georganiseerde tegenwind te verduren krijgen zodra ze populairder worden en dus meer kans hebben op de nominatie. De tegenpartij wil hen dan alvast beschadigen. Maar los van die populariteitsfactor blijkt dat er een soort extra straf staat op vrouw-zijn. Alle kandidaten moeten een kopje kleiner gemaakt worden, maar bij de vrouwen worden ook de voeten afgezaagd.

—————

Dat brengt me ten slotte tot de vraag wat we hier nu allemaal mee moeten. Allereerst is het belangrijk om in Nederland meer onderzoek te doen naar sociale media en de impact hiervan op vrouwen, in zowel de landelijke als de gemeentelijke politiek. De meeste onderzoeken die ik hierboven heb aangehaald komen uit Amerika, het Verenigd Koninkrijk of betroffen veel verschillende landen – behalve dan net Nederland. Maar hoe zit het eigenlijk bij ons? En is bij ons ook sprake van georganiseerde retweets van seksistische, intimiderende berichten via bots, en wie zitten hier dan achter?

Het schrijven van dit artikel heeft me ook meer bewust gemaakt van de noodzaak om collega’s te steunen die het doelwit zijn van online pesterijen. Voor het artikel heb ik gebruik gemaakt van berichten die echt verstuurd zijn aan collega’s. Sommige had ik al eerder voorbij zien komen, maar ik heb er eerder onvoldoende aandacht aan besteed. Fracties kunnen op praktisch vlak collega’s helpen door hun sociale media op te schonen als het al te bar wordt. Maar vooral ook door erover te praten. Zelf doen vrouwen er vaak het zwijgen toe. Soms om ‘niet flauw te doen’ of uit angst om als zwak te worden gezien. Soms ook omdat ze bang zijn om meer haat aan te wakkeren. Maar het is belangrijk om uit te dragen, zoals Laura Boldrini stelt, ‘dat je in een rechtsstaat dergelijk intimiderend geweld niet mag aanvaarden’. En zodat de schrijvers zich misschien realiseren dat er aan de andere kant echt een mens zit, die de berichten leest.

Tot slot heb ik een verzoek aan Twitter en andere sociale netwerken. Denk eens na over mogelijkheden om al dan niet seksistisch getreiter af te remmen, zonder tot censuur over te gaan. Instagram experimenteert hier al mee. Bij potentieel kwetsende teksten krijgt de Instagram-gebruiker de vraag: ‘Weet je zeker dat je dit wilt plaatsen?’ vergezeld van een linkje met meer uitleg. Dit kan een goede methode zijn om het impulsief posten en delen van pesterijen tegen te gaan, mits de gebruikte algoritmes transparant zijn. Met wat creativiteit zijn er vast nog andere methoden te vinden om het intimideren van vrouwen door trollen en bots aan te pakken, zonder de vrijheid van meningsuiting aan te tasten. Laat de verbeeldingskracht eens werken ten gunste van de zelfbeschikking van vrouwen. Zodat vrouwen door sociale media vrij zijn. En niet vogelvrij.


Kathalijne Buitenweg is vicefractievoorzitter van Groen Links in de Tweede Kamer